Studieleningen in Nederland

Lenen is leuk, terugbetalen minder

Voor de meeste studenten in Vlaanderen blijven de ouders de belangrijkste bron van inkomsten, voor sommigen is er ook de studiebeurs. Geld lenen voor je studies is bij ons eerder een randfenomeen, maar in Nederland is dat heel anders: studieleningen zijn daar goed ingeburgerd.

Laurens De Koster
De Vlaamse overheid kent maar één manier om geld uit te betalen aan studenten: via de studiebeurzen. In dat systeem kunnen alleen mensen die aan bepaalde voorwaarden voldoen recht hebben op overheidssteun voor hun studies. Het Nederlandse stelsel bevat drie manieren om aan geld te komen: basisprestatiebeurzen, aanvullende prestatiebeurzen en leningen. Die worden allemaal uitgekeerd door de Informatie Beheer Groep.
    Een eerste opmerkelijk verschil tussen Vlaanderen en Nederland zit hem in de basisprestatiebeurzen. Dat zijn beurzen waarop elke student recht heeft, ongeacht zijn of haar inkomen of resultaten. De enige voorwaarde voor die beurs is dat je binnen tien jaar je diploma haalt, anders wordt hij omgezet in een schuld aan de overheid. Het bedrag van de basisprestatiebeurs is hoger voor kotstudenten dan voor thuiswonende studenten en is verder gelijk voor iedereen: respectievelijk 233 euro en 75 euro per maand.
    Een dergelijke basisbeurs bestaat niet in Vlaanderen, maar dat betekent daarom nog niet dat Vlaamse studenten het financieel moeilijker hebben. In Nederland betaal je immers meer inschrijvingsgeld (ongeveer 1.500 euro tegenover de Vlaamse 500 euro) en zijn koten ook een pak duurder. Ton van Weel, de Nederlandse voorzitter van de Vlaamse Vereniging van Studenten (VVS) beaamt: "De kotprijzen in Leuven -- gemiddeld zo'n 230 euro per maand -- verbleken echt bij wat je betaalt in Amsterdam of Utrecht".

Afbetalen

    De aanvullende prestatiebeurzen lijken het meest op de Vlaamse studiebeurzen: alleen mensen met beperkte financiële mogelijkheden hebben er recht op. Ook hier geldt in Nederland echter dat je binnen tien jaar een diploma moet halen en dat je beurs anders in een schuld wordt omgezet. Hoeveel je aanvullende prestatiebeurs bedraagt, hangt vooral af van het inkomen van je ouders. Voor kotstudenten kan dit gaan tot 241 euro per maand, voor thuiswonende tot 223 euro.
    In Vlaanderen bedragen studiebeurzen voor kotstudenten maximaal 3.000 euro per jaar, voor thuiswonende tot 1.800 euro. De bedragen van deze beurzen zijn dus redelijk gelijklopend met de Nederlandse. Merk wel op dat de aanvullende prestatiebeurzen, zoals de naam het zegt, bovenop de basisprestatiebeurzen komen en dat Nederlandse studenten dus tot 474 euro per maand kunnen krijgen zonder dat later terug te moeten betalen.
    De manier van studiefinanciering die wij helemaal niet kennen, zijn de Nederlandse studieleningen. Elke student kan hierdoor tot 258 euro per maand lenen van de staat. Terugbetalen moet pas nadat je je diploma behaalde of zelfs enkele jaren daarna. De interestvoeten zijn ook bijzonder laag: momenteel betaal je amper drie procent.
    Toch worden de studieleningen niet onverdeeld positief geëvalueerd door Ton van Weel: "Een probleem is dat je enorm veel geld kan lenen -- tot 50.000 euro -- en dat je na je studies onmiddellijk moet beginnen afbetalen. Volgens van Weel legt dat een hypotheek op je toekomst. Sommige mensen zouden bijvoorbeeld misschien nog een tijd vrijwilligerswerk willen doen na hun studies, maar zien zich nu verplicht om onmiddellijk te gaan werken".

Afhankelijk

    Anderzijds is het natuurlijk een enorme luxe om geld op te kunnen vragen als je het nodig hebt en het pas veel later terug te vragen. Vele Nederlanders hebben het blijkbaar ook op die manier begrepen. "Ik ga op skivakantie met het geld van Groningen (de Informatie Beheer Groep ligt in Groningen, ldk)" en gelijkaardige uitspraken zijn blijkbaar schering en inslag in Nederland.
    Zou het systeem van studieleningen werken in Vlaanderen? Ton van Weel denkt van niet: "In Vlaanderen is er momenteel maar een procent van de studenten dat effectief een lening aangaat voor zijn studies. De meeste politieke partijen zijn er ook tegen om dat uit te bouwen: het gezin blijft heel erg belangrijk in Vlaanderen en de kinderbijslag wordt nog steeds via de ouders uitbetaald. Als gevolg van al deze factoren blijven studerende kinderen heel afhankelijk van hun ouders".
    In elk geval wordt in Vlaanderen momenteel niet in vraag gesteld dat een studielening niet de plaats kan innemen van de goedkope inschrijvingsgelden die de universiteiten hanteren. Het staat niet ter discussie dat elke basisopleiding -- de initiële bahelor en de initiële master -- gewoon door de staat betaald moet worden. De 500 euro inschrijvingsgeld dekt niet in het minst de werkelijke kosten voor de overheid. Maar extraatjes zijn natuurlijk altijd welkom voor hardwerkende studenten, dus wij protesteren alvast niet als de overheid ons goedkope leningen wil toekennen.


--- Sluit dit venster ---