Veto goes USA

"Wazzup dude, you're Belgian!"

Het is ongeveer dertig graden onder het nulpunt. Minneapolis is een ijskoude stad in het noorden van de Verenigde Staten waar mensen enkel van de ene naar de andere koffieshop hollen om toch maar niet dood te vriezen. Uw Veto-reporter gaat het gevecht met de arctic blaze aan om eredoctor Catherine Verfaillie te interviewen in haar thuisbasis, het Stem Cell Institute van de University of Minnesota.

Deze universiteit is ongeveer de natte droom van elke Europese rector die opkijkt naar het Amerikaanse onderwijssysteem. De campus is ronduit gigantisch met ruim veertigduizend studenten die aan tientallen departementen les volgen. De universiteitswijk aan de Mississipi is ongeveer drie maal de oppervlakte van de Leuvense binnenring. Op de veertiende verdieping van Moos Tower wacht professor Verfaillie die net terug in het land is. Veto stelt voor: Catherine Verfaillie live vanuit de Verenigde Staten.

Chocolade

Veto: Wat betekent dit eredoctoraat voor u?
Catherine Verfaillie: «Ik beschouw het als een erg mooie waardering voor mijn werk. Ik moet eerlijk bekennen dat het me echt iets doet om van mijn oude universiteit deze erkenning te krijgen. Het is een eer om van de Alma Mater dit eredoctoraat te ontvangen. Eigenlijk is het wel speciaal, want ik ben, denk ik, de eerste alumnus van de K.U.Leuven die er een krijgt.»
Veto: Hoe wordt uw eredoctoraat hier ontvangen?
Verfaillie: «Aan de Amerikaanse universiteiten bestaan eredoctoraten eigenlijk niet. Ik denk dat ze hier niet echt snappen welke grote eer het is. Mijn medewerkers zijn vooral tuk op de chocolaatjes die ik heb meegebracht. De ontmoeting die ik had met koningin Fabiola is ook een populair gespreksonderwerp. Wel snappen de meeste mensen niet dat België twee koninginnen heeft en ook het strikte ceremonieel van het Leuvense patroonsfeest wekt heel wat verbazing. De toga's en dergelijke bestaan hier niet. Bovendien hanteren we een nogal informele werksfeer in dit centrum, dus het contrast wordt nog wat groter.»
Veto: Uw labo doet onderzoek naar stamcellen, wanneer verwacht u dat uw resultaten in de praktijk zullen gebracht worden?
Verfaillie: «In dit centrum werken we met tientallen medewerkers en studenten aan ons onderzoek. Ik verwacht dat we echter pas binnen vijf tot tien jaar onze resultaten in de praktijk zullen brengen. Vanuit stamcellen zijn we op zoek naar behandelingen voor bijvoorbeeld botziekten, diabetes en Parkinson. Stamcellen blijken daar een bijzonder werkbare basis voor te zijn. Het duurt dus wel nog even voor we echt de behandelingen kunnen uitvoeren, maar er is hoop voor heel wat mensen die nu lijden aan bijna onbehandelbare ziekten.»
Veto: Is er een strikte ethische controle op uw onderzoek?
Verfaillie: «Jawel, we hebben binnen dit centrum een adviserende ethische raad. Daarin zetelen externe experts die ons onderzoek opvolgen en de ethische vraagstukken behandelen. Het is een feit dat er nog controverse over het onderwerp is.»
Veto: Trekt uw onderzoek niet de aandacht van het bedrijfsleven?
Verfaillie: «Inderdaad en dat is nodig om later de behandelingen ook in de praktijk te brengen. De universiteit of de overheid beschikt niet over voldoende middelen om ons onderzoek te commercialiseren. We hebben de input uit het bedrijfsleven nodig om vanuit onderzoek betaalbare behandelingen te ontwerpen.»
Veto: Geeft u zelf ook nog les?
Verfaillie: «Weinig, net zoals ik maar weinig meer werk als arts. Het is wel zo dat ook studenten in de labo's meewerken. Vanaf volgend jaar organiseren we ook een aanvullende universitaire cursus in stamcellenonderzoek. Daarvoor hebben we een staf van een tiental professoren samengesteld die met een interdisciplinaire aanpak de studenten wegwijs zullen maken in stamcellenonderzoek.»
Veto: Bent u van plan in de VS te blijven?
Verfaillie: «Voorlopig toch nog even. Ik zie wel wat de toekomst brengt. Ook een terugkeer naar Europa behoort tot de mogelijkheden. Nu blijf ik toch nog wel een tijdje zoet met wat ik hier doe.»

Oorlog

    Na een bezoek aan de labo's van professor Verfaillie gaat het richting School of Journalism. Daar is de thuisbasis van The Minnesota Daily gevestigd, het studentenblad van de universiteit. Het blad verschijnt dagelijks in een oplage die kan concureren met die van Veto, De Standaard en De Morgen samen. Verschillende bedrijven hebben er voor gezorgd dat de redactielokalen volledig zijn uitgerust met alle mogelijke technische snufjes. Niemand lijkt echter iets te weten over het Leuvense eredoctoraat. Wat wel aan de orde is, is de kwestie Irak. De anti-oorlogsbeweging groeit elke dag. In zowat elke straat kan je de 'Say no to War'-borden zien. Op de campus verschijnen steeds meer pamfletten die oproepen tot protest.
    Die staan in schril contrast met de wervingskantoren van het leger die overal te vinden zijn. Veto sleurt een willekeurige voorbijganger in een koffieshop om de mening van de Amerikaanse jeugd over internationale onderwerpen te horen. Branden is 21 en studeert Noors en -- jawel -- Nederlands. Tussen twee lessen door heeft hij even tijd.
Branden: «De meeste studenten hier hebben geen benul van wat een internationale context is. Meestal zijn ze tegen Al Qaeda en Irak omdat de berichtgeving over die onderwerpen helemaal door oorlogsretoriek is gekleurd. De mensen zijn vooral bang. Het is trouwens zo dat de meeste nieuwszenders slechts enkele minuten besteden aan internationale onderwerpen. De rest van het nieuws is gevuld met sport, weer en allerhande small stories
Veto: Is niemand dan kritisch tegenover dat soort verslaggeving?
Branden: «Soms vind je wel iemand die iets meer te zeggen heeft dan dat we Irak moeten platbombarderen. De tegenstanders van oorlog weten eigenlijk evenmin waar het over gaat. Zij willen gewoon niet dat er Amerikaans bloed vloeit in een ver land. De meer genuanceerde meningen vind je bij studenten die politieke wetenschappen studeren of internationale betrekkingen. De rest eet hamburgers, kijkt televisie en gaat naar het NBA basketbal.»
Veto: Maak je er nu geen karikatuur van?
Branden: «Dude, geloof me, dit is het land van karikaturen. Alles wat je ooit in een Amerikaanse film hebt gezien kan je hier terugvinden. Neem een bus en kijk naar de mensen: je gelooft je ogen soms niet. Wat wel moet gezegd worden, is dat iedereen hier nog met elkaar praat. Er is een soort gemeenschapsgevoel dat lijkt te werken.»
Veto: Hoe is het studentenleven hier in Minneapolis?
Branden: «Er zijn bijzonder veel activiteiten. Sport is razend populair. Veel studenten spelen basketbal of ijshockey. De topteams van de universiteit spelen op een bijna professioneel niveau. Uitgaan is ook leuk, maar de clubs en bars sluiten om twee uur ten laatste. Dinkytown is de wijk naast de campus waar er veel studentgerichte restaurants en café's zijn. Onder de leeftijd van 21 kan je wel geen alcohol drinken. Als studenten toch drinken zijn ze meestal bijzonder dronken. Er zijn er ook die massa's weed oproken. Het lijkt eigenlijk alsof het verbod om te drinken een omgekeerd effect heeft.»
Veto: Hoe staan Amerikaanse studenten tegenover Europa?
Branden: «Wel, ze weten dat het bestaat, dat er oude gebouwen en monumenten zijn en dat er heel wat verschillende landen zijn. Neen, ernstig, ik denk dat de meeste jongeren wel eens naar Europa willen reizen. Al is het maar om langer te kunnen uitgaan dan even na middernacht. Of ik er zou willen wonen weet ik niet. Amerika is leuk omdat mensen hier echt hun plannen kunnen waarmaken. Dat is een soort vreemde magie die je enkel hier vindt.»
Ruben Dewaele


--- Sluit dit venster ---