Wetenschap en maatschappij deel vijf: de psycholoog Paul Eelen

"Geen enkele voetballer zal geloven dat hij gedetermineerd is door de bal"

Als gedrags- en leerpsycholoog past Paul Eelen positief-wetenschappelijke metodes toe op levend materiaal, namelijk de mens. Hierdoor lijkt hij als geen ander de traditionele kloof tussen eksakte en humane wetenschappen te overbruggen. Zijn onderzoeksmateriaal dreigt op dit vlak echter roet in het eten te gooien omdat het over een niet onbelangrijke troef beschikt: de menselijke vrijheid.

Paul Eelen: «Ik ben eerst naar het seminarie gegaan om priester te worden. Mijn eerste universitaire opleiding heb ik dan ook in de teologie gekregen. Dat was in de jaren vijftig, toen het in veel Vlaamse families nog vanzelfsprekend was dat één van de studerende kinderen voor het priesterschap koos. Maar op een gegeven moment zag ik dat niet meer zitten en wilde ik psychologie gaan studeren. Het was echter niet alleen een negatieve keuze. Ik werd ook aangetrokken door de psychologie. In de psychologie gaat het eveneens om vragen die mensen hebben over zichzelf. Ik heb wel bewust voor eksperimentele psychologie gekozen om de filosofische problematiek te vermijden.»

«De bisschop had gevraagd om de beslissing om te stoppen met teologie nog een jaar in beraad te houden. Ik mocht ondertussen van hem wel al een jaartje psychologie studeren. Ik ben toen echter niet vaak naar de les gegaan, omdat voor mij de beslissing al vaststond en ik niet eerst nog een jaar met mijn pij in de les wilde zitten. Dat jaar was eigenlijk wel bijzonder hard, vooral door het vak statistiek. Je moet weten dat ik de acht voorgaande jaren geen twee getallen bij elkaar had opgeteld. Psychologie was toen trouwens nauwelijks bekend als studie. Mensen die mij meenamen als ik stond te liften, konden zich werkelijk niets voorstellen bij de mededeling dat ik psychologie studeerde. Men associeerde dat met psychiatrie.»

Chaos

Veto: Wat heeft u dan gedreven in die studie zodat u er uw leven van gemaakt hebt? Of is de roeping pas onderweg gekomen?
Eelen: «Voor mij komt het er in de psychologie op aan te begrijpen wat het gedrag van mensen bepaalt. Ik had daarnaast ook een klinische interesse, ik wilde er mensen in moeilijkheden mee helpen. Ik ben terechtgekomen in het domein van de leerpsychologie, maar ook daar staat de gedragsvraag centraal: hoe komt het dat ons gedrag gewijzigd kan worden? Ik heb er via de gedragsterapie ook het klinische aspekt bij betrokken. Het vak dat ik de laatste jaren echter nog het liefst ben gaan geven, is de geschiedenis van de psychologie. Hier ga je terug naar de grondvragen. En dan zie je dat de psychologie ontstaan is op een moment dat men zich realiseerde dat al onze kennis via de zintuigen wordt verworven. Dat besef is samengesmolten met de vooruitgang die men boekte op fysiologisch vlak: daar ligt de basis van de eksperimentele psychologie. Pas nadien is de toegepaste psychologie er gekomen.»

«Men heeft lange tijd het psychische geïdentificeerd met het bewustzijn, met talige processen. Maar op die manier sloot men de psychologische kenmerken van baby's en dieren uit. Vooral door het behaviourisme is hierin verandering gekomen, maar de behaviouristen hebben zich teveel beperkt tot het strikt waarneembare gedrag. De laatste jaren begint men echter opnieuw de vraag te stellen hoe men de psyche moet definiëren en men zoekt het antwoord in de studie van mentale hersenprocessen. Sommigen beweren dat deze evolutie het einde van de psychologie als wetenschap kan inluiden, omdat ze zal overgaan in de neurowetenschappen. Soms heb ik de indruk dat men dat wat overdrijft, want eigenlijk gaat het in de psychologie over prikkels uit je omgeving en hoe je daarop reageert. Door enkel hersenprocessen te bestuderen, zal je nooit het funktioneren als zodanig begrijpen. Het is een beetje zoals met de hardware en de software van een computer. Psychologie is duidelijk met software bezig, niet met hardware. Maar de software heeft de hardware nodig.»

«Eigenlijk is het spijtig dat er in de fakulteit psychologie zo weinig wetenschappelijk gediskussieerd wordt.»


Veto: De psychologie is eigenlijk het prototipe bij uitstek geweest van de scheiding tussen ziel en lichaam, die het hele westerse denken heeft bepaald.
Eelen: «Die dualiteit blijft ons parten spelen. Op de eksperimentele psychologie, die positief-wetenschappelijke metodes probeert toe te passen, is onmiddellijk reaktie gekomen. Die tegenstroming kwam vanuit de geesteswetenschappelijke invalshoek. Als je het programma bekijkt dat de studenten voorgeschoteld krijgen, dan merk je dat beide stromingen eigenlijk naast elkaar aan bod komen. En ook tussen personen in de fakulteit merk je dat die dualiteit nog altijd heel sterk is. Men moet dat evenwel niet overdrijven. Er bestaat sowieso al een groot verschil tussen positief-wetenschappelijk onderzoek op niet-levend materiaal en positief-wetenschappelijk onderzoek op mensen. Aangezien je met een menselijk subjekt te maken hebt, benader je het onderzoek toch op een andere manier. De wijze van redeneren kan in de twee gevallen echter identiek zijn. Tenslotte doe je een eksperiment om een bepaalde hypotese tegen te spreken. Het wordt echter alsmaar duidelijker dat eksperimenteel onderzoek alleen nooit zal leiden tot grondige kennis omdat het menselijke gedrag door zoveel komplekse faktoren bepaald wordt. Je kan dat met geïsoleerde eksperimenten eigenlijk nooit achterhalen. Maar niets belet om die bevindingen te maken.»
«Tegenwoordig spreekt men vaak over de chaosteorie. Men heeft ingezien dat zelfs de positieve wetenschappen niet kunnen voorspellen hoe bepaalde verschijnselen zich gaan voordoen. Men koppelt daaraan vast dat de psychologie dat helemaal niet kan. Men geeft dan het voorbeeld van kokend water: geen enkele wetenschapper kan voorspellen waar het eerste luchtbelletje aan de oppervlakte zal komen. Een ander voorbeeld is de rook van een sigaret: niemand kan voorspellen hoe die zal sirkelen. Dus is er chaos, ongedetermineerdheid, maar niemand zal betwijfelen dat die rook naar omhoog gaat. Soms heb ik de indruk dat wij in de psychologie zelfs nog niet weten dat de rook naar omhoog gaat. We moeten ons dan ook niet ongerust maken omdat we de dingen niet tot in de kleinste details kunnen voorspellen. Eigenlijk is het voorspellen van menselijk gedrag te vergelijken met weersvoorspellingen. Ooit gaat men dat misschien kunnen voorspellen door ingewikkelde matematische modellen, maar ondertussen kan men enkel grove voorspellingen maken. En a fortiori geldt dat voor het gedrag van mensen. Voorlopig kunnen we enkel algemene tendensen voorspellen. Enerzijds geloof je dan dat menselijk gedrag beïnvloed wordt door de omgeving, anderzijds koesteren we de illusie van vrijheid en beschouwen we onszelf niet graag als gedikteerd door de omgeving. Dat is een van de meest boeiende aspekten van de psychologie. Is vrijheid iets dat bepaaldheid van de omgeving tegenspreekt? Het is vanzelfsprekend dat we beïnvloed worden door de omgeving, maar zodra we weten dat men ons wil beïnvloeden, gaan we het tegengestelde gedrag vertonen. Niemand zal echter ontkennen dat die beïnvloeding bestaat.»

Salon

«Jaren geleden hadden supermarkten mensen in dienst om 's avonds de boodschappenkarrekes te verzamelen die over het hele terrein verspreid stonden. Je zou dat kunnen toeschrijven aan eigenschappen van de mensen zelf: zij letten niet op, zij hebben geen plichtsbesef om die karren terug te zetten. Van zodra men het systeem met die twintig frank heeft ingevoerd, zie je nog maar af en toe ergens een karretje staan. Hier is het massale gedrag van personen veranderd zonder te moeten zeggen dat de mensen beter moesten opletten en burgerzin moesten vertonen. Gewoon een andere konsekwentie geven aan een bepaald gedrag kan dat gedrag sterk veranderen. Wij schrijven teveel toe aan de interne eigenschappen van de persoon en wij hebben te weinig oog voor de samenhang van dat gedrag met de omgeving. Sommige begrippen in de psychologie verklaren heel weinig, bijvoorbeeld de opmerking dat 'iemand niet gemotiveerd is' als die persoon niet veel doet. Men moet eigenlijk nagaan wat de samenhang is tussen het uitvoeren van taken en de reaktie van de omgeving op dat werk.»
Veto: Die opsplitsing lijkt ook aanwezig binnen de wetenschap van de psychologie. Proberen verschillende departementen niet hetzelfde fenomeen vanuit één specifieke invalshoek te verklaren?
Eelen: «Soms heb ik de indruk dat de verschillende onderzoeksterreinen inderdaad sterk uiteengroeien. In feite zijn er heel weinig onderlinge kontakten. Eigenlijk is het spijtig dat er in de fakulteit psychologie zo weinig wetenschappelijk gediskussieerd wordt. Vroeger was er een genootschap. Eén keer per maand kwam dat bijeen in het salon van de filosofen om samen een glas wijn te drinken. Een van de collega's sprak dan over zijn onderzoek. Dat was een perfekte gelegenheid om mekaar te ontmoeten in een heel ander kader dan departementsraden. Nu bestaat dat niet meer. Nu zijn er afzonderlijk heel goede onderzoeksgroepen, maar zijn er nog weinig onderlinge diskussies.»
«In mijn ogen moet elke wetenschap toch altijd een zekere reduktie in zich houden. Je kan niet alles vanuit alle standpunten bestuderen. Wetenschap is per definitie reducerend. Er is een wetenschap waarin we dat niet gemakkelijk aanvaarden en dat is de psychologie, omdat het een wetenschap is die met onszelf te maken heeft. We laten ons namelijk niet graag vatten vanuit één bepaalde invalshoek.»

Internet

Veto: Ook onze eerste gast, professor Lamberts van geschiedenis, had het over de menselijke vrijheid. Hij zei dat de mens zich nu eenmaal niet beperkt tot een hoopje atomen en zich daarom niet gemakkelijk laat inpassen in wetenschappelijke modellen.
Eelen: «De menselijke vrijheid moet uiteraard een rol spelen, maar wat bedoelen we met vrijheid? Ik ben geen voetbalfan maar ik kijk graag naar voetbal op televisie. Wat mij daarin zo fascineert, is dat van zodra de eerste bal getrapt wordt, het verloop van het spel vastligt. Degene die de bal ontvangt, is volledig vrij om de bal naar voor of naar achter te trappen, maar eens dat hij getrapt is, bepaalt dat verder het spel. Geen enkele voetballer zal geloven dat hij gedetermineerd is door de bal. Die zal altijd de indruk hebben dat hij vrij is om te bewegen of niet te bewegen, om ver of niet ver te trappen. Wat is vrijheid dan eigenlijk? Ergens is ons gedrag bepaald, maar tegelijk heb je nooit de indruk dat je aan een koordje hangt dat je doet lopen. Alles wat die voetballer doet, doet hij in volle vrijheid. Hij kan ervoor opteren om te blijven staan, maar zal dat toch niet doen. Vrijheid is het besef dat je het eigenlijk niet had moeten doen, maar ondertussen heb je het toch gedaan. Je had keuzemogelijkheden, maar ondertussen heb je toch gekozen. Ik denk bijvorbeeld dat een dier ook vrij is in zijn gedrag, maar een dier zal niet beseffen dat het even goed iets niet had kunnen doen. Wij weten dat het anders had kunnen zijn, een dier weet dat niet.»
Veto: U gebruikte daarnet zelf het beeld van een computer om de menselijke geest voor te stellen. Nu is ook de metafoor van het internet heel populair. Laat de psychologie zich leiden door andere wetenschappelijke technieken?
Eelen: «Lange tijd is de klok de leidende metafoor geweest. Daarna is de artificiële intelligentie gekomen en nu overheerst de zogenaamde konnektionistische benadering van het internet. De internet-benadering heeft het voordeel dat je op zoek gaat naar de funkties van verschillende strukturen. Er komen op die manier meer wisselwerkingen tussen bijvoorbeeld de psychologie en de genetika. Niemand twijfelt eraan dat de kleur van ons haar genetisch bepaald is, maar de genetische bepaaldheid van ons gedrag zorgt natuurlijk voor een hele resem nieuwe vragen. Dan zit je opnieuw in het debat tussen nature en nurture: zijn wij al vanaf het begin wat we zijn of is het door ervaringen dat we worden wat we zijn. Ik ben eerder geïnteresseerd in het tweede luik. Ons gedrag heeft zeker een genetische basis, maar er kan toch nog altijd een grote variatie optreden.»

«De andere wetenschappen hebben niet alleen domeinen van de psychologie afgekalfd, maar hebben ook meer psychologische vragen durven stellen. Nu wordt er ook geprobeerd om vanuit verschillende wetenschappen dezelfde dingen te bevragen. We weten immers toch dat ons gedrag uit enorm veel faktoren bestaat. Het zou onzinnig zijn om alle kennis uit de neurale wetenschappen te negeren. De psychologie zal uiteindelijk altijd een wetenschap blijven die niet zozeer geïnteresseerd is in het feit dat mensen hersenen hebben -- dat zullen we nooit ontkennen -- maar wel wat we met die hersenen doen.»

Asbak

Veto: Een opmerkelijk gegeven in de psychologie is de haat-liefdeverhouding met één van haar voorvaderen, namelijk Siegmund Freud. De psycho-analyse is op wetenschappelijk vlak altijd heel dubieus geweest. Toch blijft zij steeds opnieuw terugkeren in universitaire kursussen.
Eelen: «Freud heeft een enorme invloed gehad. Niemand zal ontkennen dat het benadrukken van het onbewuste een doorbraak heeft betekend. Met de teorievorming die Freud heeft opgesteld, heb ik het op sommige vlakken moeilijk, omdat in de psycho-analyse niet vertrokken wordt van falsifieerbare stellingen. Dat neemt niet weg dat we moeten erkennen dat ons gedrag voor een groot gedeelte bestaat uit onbewuste processen. De moeilijkheid in de psychologie is echter de vraag wat eigenlijk ons bewustzijn is. Hoe selekteert de mens informatie? Als ik een voorwerp herken -- bijvoorbeeld deze assenpot hier voor mij --, dan heb ik totaal geen toegang tot de reden waarom ik dat herken. Elk perseptueel proces verloopt per definitie onbewust. Maar hoe kunnen we ons dan toch bewust worden van dat voorwerp? Het bewustzijn is voor mij een veel groter probleem dan het onbewuste.»

«Freud draagt heel zinvolle dingen aan. Maar als ik dat gelezen heb, zeg ik altijd: "Ja, en dan?" Een wetenschappelijke tekst moet toch kunnen vertaald worden naar iets dat op een meer systematische wijze te onderzoeken valt. Ik heb niets tegen Freud's begrippenkader, maar men moet met die begrippen hypotetisch omspringen, anders loop je het gevaar niet wetenschappelijk bezig te zijn. De wetenschap hoeft anderzijds niet alles te verklaren. Als je geniet van een zonsondergang, dan zal je nooit volledig begrijpen waarom je daarvan geniet. En dat hoeft ook niet, geniet maar, hé! We stellen ons vooral vragen als we in moeilijkheden komen. Gelukkig doen we dat niet voor alle dingen waar we ons goed bij voelen. Ge moet u toch niet beginnen afvragen hoe het komt dat ge verliefd zijt geworden. Dan verdwijnt het schone ervan. Maar als je depressies hebt, dan is het wel zinvol om te vragen waar die negatieve gevoelens vandaan komen.»

Drama

Veto: Depressiviteit brengt ons bij een ander aspekt van de psychologie: de psycho-terapie. Enerzijds wordt er in de psychologie onderzoek gedaan naar terapeutische modellen, anderzijds is ook de geneeskunde bezig met opleidingen in de psychiatrie. Wat is het verschil tussen beide opleidingen?
Eelen: «We beleven op dit gebied een heel eigenaardige periode, want de opleidingen in de psycho-terapie worden aan de fakulteit psychologie gegeven, maar het beroep van psycho-terapeut is officieel nog altijd een medisch beroep. Dat brengt spanningen teweeg aan beide kanten. Psychiaters hebben in mijn ogen een veel te geringe psychologische achtergrond, langs de andere kant hebben psychologen te weinig kaas gegeten van de biologische fundamenten van bepaalde terapeutische stromingen. En zolang je weet dat je komplementair kan zijn, is er geen probleem. Als iedereen echter begint te vissen in dezelfde vijver, dan wordt de komplementariteit vergeten. Er bestaat momenteel altijd een mogelijkheid tot kontroverse tussen psychologen en psychiaters. De banden met de psychiatrie kunnen heel goed zijn als psychiaters zich opnieuw hoofdzakelijk bezighouden met de biologische basis van stoornissen. Er zal nooit goed samengewerkt kunnen worden als iedereen op hetzelfde terrein blijft, waarbij de één -- de psychiater -- kwa machtstruktuur meer te zeggen heeft dan de ander -- de psycholoog. Een psycholoog mag nu niet het hoofd zijn van een centrum voor geestelijke gezondheidzorg. Dat moet zeker struktureel worden opgelost.»


«Van zodra men het systeem met die twintig frank heeft ingevoerd, zie je nog maar af en toe ergens een supermarktkarretje staan.»


Veto: Wat geregeld voorvalt, is het afhaken van psychologen eens ze in de praktijk terechtkomen. Depressies tijdens stages komen vaak voor. Is er te weinig praktijk in de opleiding psychologie?
Eelen: «Gedeeltelijk is dat zeker waar. Vooral de laatste jaren is dat problematisch geworden omdat wij één van de grootste fakulteiten van de universiteit zijn geworden. Negentig procent van de afgestudeerden heeft niet de ambitie om in het onderzoek te gaan. De grootste interesse gaat nog altijd naar de klinische sektor. En dan sta je voor een hele klus als je een serieuze opleiding wil geven met het beperkte personeel dat we hebben. Vele studenten leren tijdens hun opleiding nog niet eens om een gesprek te voeren met patiënten. Als ze daarna tijdens hun stage niet goed begeleid worden, vallen ze werkelijk in een put. Ze missen fundamentele vaardigheden en haken eventueel af. Dat is een drama, want als je in de derde licentie konstateert dat je datgene waar je vijf jaar voor gestudeerd hebt, niet aankan, wat moet je dan doen?»
Veto: Zou het geen oplossing kunnen zijn om de stage vroeger in de opleiding te plaatsen?
Eelen: «Dat zou een oplossing kunnen zijn, maar die fundamentele vaardigheden vereisen toch een zekere rijpheid. Het is toch moeilijk voorstelbaar dat een negentienjarige een depressieve man van vijfenveertig moet gaan helpen. Dat is voor beide kanten eigenlijk nefast: ofwel wordt die student overmeesterd, ofwel zegt die man: wat voor een snotter hebben ze hier gezet. Ook in het beroep van huisarts stellen die problemen zich: dat beroep beperkt zich ook niet meer tot het voorschrijven van een pilleke. Dokters moet kunnen praten met hun patiënten.»

Spinnen

Veto: U zei zelf dat de psychologie in uw studententijd nauwelijks bekend was. Nu is de psychologie volledig ingeburgerd, wat onder meer wordt aangetoond door het grote aantal studenten. Hoe verklaart u de populariteit van de psychologie?
Eelen: «Sommigen menen dat de boom van de laatste jaren te verklaren valt door de selektiviteit van de artsenopleidingen. Mensen die niet geslaagd waren voor hun ingangseksamen, zouden volgens deze verklaring vaak gekozen hebben voor een andere opleiding met een artsenprofiel. Ik denk dat het ook te verklaren valt door het feit dat mensen steeds meer kiezen voor datgene wat hen interesseert. De humane wetenschappen zijn in het algemeen gestegen in studentenaantallen. Er wordt veel minder gekeken naar de marktwaarde van de diploma's.»

«Vele studenten hebben dikwijls ook een verkeerd beeld van de opleiding psychologie. Zo blijkt elk jaar opnieuw dat studenten niet weten dat het pakket statistiek toch wel belangrijk is. En dat is vaak een groot struikelblok voor mensen die in de humaniora weinig wiskunde hebben gehad.»
Veto: U had het in het begin van het interview over uw priesterachtergrond. Ervaart u soms geen konflikt tussen uw wetenschappelijke bezigheden en uw geloof?
Eelen: Ik vind het heel moeilijk om mijn geloof te betrekken bij mijn wetenschappelijke aktiviteiten. Ik vind niet dat er sprake is van een konflikt, maar ik ervaar dat toch als twee verschillende werelden. Hoe meer je in de psychologie onderduikt, hoe meer vragen je krijgt over het geloof. Je moet jezelf voortdurend verplichten om religieuze verklaringen buiten schot te houden omdat je dan niet wetenschappelijk bezig bent. Zo loop je weer het gevaar dat je de geloofsdimensie wil uitsluiten.»
Veto: In de genetika, waarover we het eerder met professor Cassiman gehad hebben, duikt soms de droom op om alle pathologische kenmerken van de menselijke soort te bannen. Wanneer is een mens volgens een psycholoog pathologisch? Waar ligt de grens tussen pathologie en gezondheid?
Eelen: «Een belangrijk criterium voor mij is de vraag of de mens of zijn onmiddellijke omgeving eronder lijdt. Neem bijvoorbeeld iemand die angstig is voor spinnen -- en zo lopen er veel rond. Als die angst zo groot wordt dat men zijn eigen huis niet meer durft te betreden, dan kan je van pathologie spreken. Het lijden is een belangrijk criterium want ergens zijn we allemaal pathologisch. We hebben allemaal onze trekjes, maar daarom is het niet altijd aangewezen om in terapie te gaan.»
Veto: Wat zou u uw studenten willen bijgebracht hebben als ze de universiteit verlaten?
Eelen: «Eigenlijk zou ik willen dat studenten meer aangezet worden tot nadenken. We leven nog altijd in een onderwijssyteem waarin reproduktie dominant is. Ik vind dat wij de studenten veel te weinig leren nadenken. Leren nadenken doe je door te wijzen op het bevragen van heel simpele dingen. Dan stel je de vanzelfsprekendheid in vraag. Dat is de weg naar wijsheid. In onze opleidingen wordt de indruk gewekt alsof de teorieën van vandaag altijd geldig zullen blijven.»
Diederik Vandendriessche
Yves Dejaeghere



Inhoud