De rol van België en de Verenigde Naties in de moord op Patrice Lumumba

Waar zijn de verdwenen archieven van Gaston Eyskens?

Het boek van socioloog Ludo de Witte, De moord op Lumumba, verwekte zoveel opschudding in de media dat er een parlementaire onderzoekskommissie werd opgericht, die in maart van start gaat. Op een gespreksavond georganiseerd door de Socialistische Jonge Wacht, Oxfamwereldwinkels, en het Masereelfonds, vertelde de Witte het verhaal van een man die in opstand kwam tegen de ex-kolonisatoren.

In 1960 hield wijlen koning Boudewijn een redevoering ter ere van de onafhankelijkheid van de Belgische kolonie. Deze onafhankelijkheid werd door de vorst voorgesteld als een "grootmoedig geschenk". Toen Patrice Lumumba, de eerste minister van Kongo, aan de macht kwam, zette die meteen de puntjes op de i van het koloniale regime. Op dat moment had Lumumba eigenlijk al alle krediet verloren bij het westen. Zijn politieke lot was bezegeld.

Leopoldstad

Voor 1959 was er nog op geen enkele manier sprake van onafhankelijkheid voor de Belgische kolonie. De regering wou dat uitstellen tot het jaar 2000. Toen een professor van het Afrikaans Instituut even opperde om de onafhankelijkheid gefazeerd te laten verlopen en in 1985 te voltooien, werd die bijna ontslagen. Het heeft zelfs geduurd tot 1957 eer Kongolese partijen en vakbonden waren toegelaten. De Belgische overheid gaf eigenlijk grif toe waar het om draaide: enorme ekonomische belangen.
De grote volksopstand in Leopoldstad (Kinshasha) in 1959 zorgde echter voor een ommezwaai. Als radikale anti-imperialist en nationalist speelde Patrice Lumumba hierin een voortrekkersrol. De ontwikkelingen in Leopoldstad doen koning Boudewijn het voortouw nemen om plots te pleiten voor de onafhankelijkheid.
Vanwaar die verandering van koers? Volgens Ludo de Witte had België maar twee mogelijkheden. De eerste was voorbeeld nemen aan het Franse-Nederlandse model om koloniale opstanden te bedwingen: met militaire middelen het verzet in bloed smoren, met verwijzing naar oorlogen in Algerije en Indonesië. Aan deze mogelijkheid moest België niet eens denken. Met eerder beperkte militaire middelen zou het onmogelijk geweest zijn om een gebied te kontroleren dat tachtig maal groter is dan België zelf. Dus moest de regering in Brussel het subtieler spelen en koos zij volgens de Witte voor de Engelse metode: Geleidelijk aan de kolonie onafhankelijkheid geven, maar ondertussen de ekonomie nog stevig onder kontrole houden. Uiteindelijk bleek ook deze sinische manier van dekoloniseren op problemen te stoten: de Belgen hadden het nagelaten een nationale ekonomie te ontwikkelen in hun kolonie. Er was geen Kongolese toplaag van ondernemers, advokaten, ingenieurs. In die tijd hadden bij wijze van spreken maar een handjevol Kongolezen kunnen studeren aan de universiteit.
Patrice Lumumba verzette zich tegen deze halfslachtige onafhankelijkheid en eiste een konsekwente dekolonisatie. Brussel had niet kunnen verhinderen dat deze Lumumba na de verkiezingen premier werd van Kongo. Ludo de Witte: "Lumumba werd voorgesteld als een kommunist, maar hij wou gewoon dat Kongo geen marionettenregime zou krijgen."

Verkracht

Gelukkig voor de Belgen konden zij nog rekenen op het ter plekke gebleven Kongolese leger, waarvan de officieren allemaal blank waren. Die officieren verhinderden dat zwarte soldaten enige promotie konden maken. Daardoor ontstond op een gegeven moment muiterij waarbij een aantal blanke officieren werden mishandeld en hun vrouwen verkracht. Deze feiten werden breed uitgesmeerd in de westerse media en vooral in de schoenen geschoven van premier Lumumba. Nochtans was de regering-Lumumba tussenbeide gekomen en had ze de rust hersteld. Eén op drie officieren werd teruggestuurd naar België wegens te racistisch gedrag. Vele van die officieren trokken zich echter terug in de provincie Katanga om het verzet tegen Lumumba te organiseren. In Katanga zwaaide toen de Belgischgezinde Moïse Tshombe de plak.
Brussel zag zijn greep op de ex-kolonie steeds zwakker worden en greep naar de harde middelen. Onder het mom van een humanitaire interventie werden para's gedropt in de grote steden. Ludo de Witte schrijft hierover dat het eigenlijke doel van deze operatie vlug duidelijk werd: afscheiding van de rijke koperprovincie Katanga. Dit zou de regering Lumumba direkt in haar portemonnee getroffen hebben: één derde van de overheidsinkomsten kwam voort uit de opbrengsten van de kopermijnen.
Premier Lumumba en president Kasavubu riepen dan, als compromis, de Verenigde Naties (VN) om hulp. Overal in het land werden blauwhelmen geïnstalleerd, behalve dan in de opstandige provincie Katanga, daar werden de Belgen ongemoeid gelaten. Om die reden brak Lumumba met de VN en stuurde zelf troepen naar de opstandige provincies. Dat was niet naar de zin van de VN en evenmin naar de zin van president Kasavubu. Deze zet Lumumba en zes van zijn ministers af. Lumumba stuurde op zijn beurt, gesteund door de Kongolese Kamer en Senaat, Kasavubu naar huis. De verwarring was kompleet. Tijdens deze impasse zag kolonel Mobutu zijn kans schoon en hij pleegde een eerste staatsgreep. Lumumba werd door de VN in zijn residentie in Leopoldstad beschermd, wat er de facto op neerkwam dat hij huisarrest kreeg en politiek monddood werd gemaakt.
Wanneer Lumumba erin slaagde om te ontsnappen, speelden de VN volgens het boek van de Witte een zeer bedenkelijke rol: de wereldorganisatie zou haar manschappen verboden hebben om de voormalige premier nog te beschermen. Deze werd dan ook snel gevangen genomen door soldaten van Mobutu.
Maar zelfs een gevangen en monddood gemaakte Lumumba baarde Brussel en New York nog ernstige kopzorgen. De soldaten kregen steeds meer sympathie voor hem en er was dreiging van muiterij. Daarom zorgde de Belgische overheid ervoor dat Patrice Lumumba zou worden overgebracht naar de provincie Kasaï of Katanga, in de wetenschap dat zowel plaatselijk diktator Kalonji als Tshombe Lumumba's hoofd wilden. Dit achterhaalde Ludo De Witte door zijn zoektocht in de archieven van de toenmalige minister van Afrikaanse zaken Harold d'Aspremont Lynden. Ook de namen van minister van Buitenlandse Zaken Pierre Wigny en eerste minister Gaston Eyskens worden in het boek vermeld als opdrachtgevers van het moordplan dat operatie Barracuda werd genoemd.

Zwavelzuur

Op 17 januari 1961 werden Kongo's eerste minister en enkele van zijn medestanders naar de hoofdstad van Katanga gebracht en overgeleverd aan Tshombe. Verschillende Belgische topfunktionarissen zouden staan toekijken hebben toen Lumumba op het tarmak van de luchthaven zwaar werd mishandeld. Op zijn minst met medeweten van de Belgen aldaar werden Lumumba en zijn kameraden gefolterd en gruwelijk vermoord. In de kranten werd toen geschreven dat Lumumba was ontsnapt. De lijken zouden in werkelijkheid echter in stukken zijn gesneden en opgelost in zwavelzuur.
Het enige obstakel voor Mobutu op zijn weg naar de macht, was een grootscheepse opstand van de Lumumbistische rebellen in 1964. Deze rebellen werden uiteindelijk verslagen met hulp van Belgische en Amerikaanse troepen. Een jaartje later riep Mobutu de tweede republiek uit. Hij regeerde sindsdien de Belgische ex-kolonie met ijzeren hand en buitte zijn land uit. "Zonder de gezamelijke hulp van België, de VN en de VS was het allicht nooit zover gekomen," zegt de Witte.

Pers

Tijdens de omwentelingen in Kongo speelde de Belgische pers een rol als propagandamachine van de regering. In La Libre Belgique werd bijna aangezet tot haat en moord tegen Lumumba. Leugenachtige en foutieve artikels werden geplaatst als zou Lumumba een luxueus verblijf hebben in de Verenigde Staten en daar kunnen beschikken over blanke slavinnen. Ook de rol van journalist (en later hoofdredakteur) Manu Ruys van De Standaard is in dezelfde zin niet onbesproken. Ludo de Witte: "Ook nu loopt Manu Ruys niet echt warm voor de parlementaire kommissie."
Noch academici, noch journalisten repten jarenlang met een woord of een letter over de moord op Lumumba. In 1991 maakte een zekere Jaques Brassine zijn doktoraatsproefschrift over de hele affaire.Tijdens zijn doktoraat werd de man om dubieuze redenen door de koning in de adelstand verheven. Bovendien werd alles in die studie toegespitst op de rol van de Kongolezen zelf; de Belgen liet hij ongemoeid.
De Belgische koloniale en missionaire geschiedenis is bij uitstek het terrein van hofhistoriografen. Ludo de Witte kan echter helemaal niet tot dat klubje gerekend worden. Als een openbare aanklager in een assisenzaak beet de Witte zich vast in de materie en groef hij zich een weg in de archieven van de respektieve ministers van Buitenlandse Zaken en van Afrikaanse Zaken. In de toekomst wil hij de rol van eerste minister Gaston Eyskens ontrafelen. Daarvoor ontbreken hem momenteel nog de archieven van het fameuze Kongo-kommitee. Daarnaast is de Witte van plan om nog een aantal rechtstreekse getuigen te ondervragen.
In een artikel van de historicus professor Zana Aziza Etambala (KU Leuven) kreeg de Witte de kritiek dat er hem teveel details en dokumenten ontbreken om de beweringen in zijn boek hard te maken en dat hij te veel "wellichten" moet gebruiken. Professor Etambala vindt overigens dat de auteur te skrupuleus doet over de verantwoordelijkheid van de Kongolezen zelf en er geen enkele nog levende Kongolese getuige werd geïnterviewd.
Naar aanleiding van de Witte's boek zou er een parlementaire onderzoekskommissie opgericht worden. De oprichting van die kommissie werd vorige week goedgekeurd op een plenaire vergadering van de kamer. De Witte heeft zo zijn twijfels bij de goede bedoelingen van België: "Ik geloof niet dat dit de nieuwe 'openheid' is van de regering. Louis Michel wil gewoonweg een stevige poot in Afrika hebben, maar tegelijkertijd kan hij het niet maken om niet te spreken over de misdaden van toen." Ook professor Etambala is sceptisch ten aanzien van de kommissie. In een artikel schrijft hij: "De Kongolezen hebben geen wetenschappelijke studie en evenmin een parlementair onderzoek nodig om te weten dat de Belgische, Amerikaanse en andere regeringen hen geen politieke slaagkansen gunden. Maar zij beseffen, beter dan wie ook, dat diezelfde westerlingen hun Kongolese aanhangers -- Mobutu en ko -- meer dan drie decennia hebben gesteund bij de onderdrukking van het Kongolese volk. We zijn zeer benieuwd hoe Belgische parlementairen en Kongo-experts met dit overgevoelige punt zullen omspringen."
Bart De Schrijver
Ludo de Witte, De moord op Lumumba, uitgeverij Van Halewijck



Inhoud