Film: Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan

Het belang van wat zou kunnen zijn

De eerste langspeelfilm van Franciska Lambrechts kreeg de onmogelijke titel mee: Als werkelijkheidszin bestaat, moet mogelijkheidszin ook bestaan. De film wordt voorgesteld als een "tragedy of errors" maar die vlag is te klein om de lading te dekken. Meer dan een vast omlijnd verhaal brengt Mogelijkheidszin een filosofische bloemlezing uit Robert Musil's Die Schwärmer (De Fantasten), een samenspraak van op de dool geraakte mensen, treffend gestalte gegeven door de akteurs van TG Stan.

De feiten zijn er vooral om de ideeën te kamoefleren. Regine (Jolente De Keersmaeker) heeft haar echtgenoot Josef (Guy Dermul) verlaten en toevlucht gezocht bij haar minnaar Anselm (Jean-Luc Ducourt) in het huis van Thomas (Willy Thomas), de man van Regine's zus Maria (Sara De Roo). Thomas is geneigd zijn jeugdvriend Anselm te helpen maar deze tracht Maria te overtuigen met hem te vluchten. Uiteindelijk blijft Thomas achter met Regine.

Nuchter

Onder deze oppervlakte worden verschillende levensovertuigingen met elkaar in botsing gebracht. De scherpste tegenstelling is die tussen rede en gevoel. De plot van de emotionele driehoeksverhoudingen wordt geregeld doorsneden door beelden van enkele jongemannen die onomstotelijke wetenschappelijke observaties maken. Maria en Josef zijn de meest nuchtere personages, daar waar Regine en Anselm de verstoorders van de burgerlijke alledaagsheid zijn. Thomas is de veelzijdige twijfelaar, hij wordt tussen beide uitersten heen en weer geslingerd. Er zijn nu eenmaal mensen die alleen maar weten wat zou kunnen zijn terwijl anderen zoals detectives weten wat is. Thomas poogt de werkelijkheidszin en de mogelijkheidszin te verzoenen door ten allen prijze een open kijk te bewaren, kreatief te zijn, alle richtingen open te houden. Daarom verzet hij zich ook niet wanneer zijn vrouw er met Anselm vandoor gaat.
In de oorspronkelijke tekst van Musil is flink geknipt moeten worden. Om tot een normale speelduur van anderhalf uur te komen werd De Fantasten met twee derde ingekort. In overleg met de akteurs werd vooral de anekdotiek geschrapt. De keuze voor het gezelschap Stan is veelzeggend: kleinschalig, tekstgericht en ingehouden geakteerd. Het is film maar het blijft grotendeels teater en op geen enkele manier heeft Lambrechts getracht dit te verdoezelen. De dialogen lijken meer op monologen die voor een aanwezig publiek gebracht worden.

Zeezout

De tekst van Musil is filosofisch mooi maar niet gemakkelijk. Het ene aforisme passeert, je wil het onthouden maar het gaat niet, er vliegt je alweer een ander om de oren. Mogelijkheidszin is een bad van diepzinnigheid waar je niet induikt maar waarin je wordt ondergedompeld. De tekst handelt over komplexiteit en dat weerspiegelt zich in de manier waarop hij gebracht wordt. De dialogen vertrekken vanuit details en deinen dan uit tot een stroom van beelden waaraan iedereen zijn eigen mogelijke betekenissen kan vastkoppelen. Het beeld van het water komt trouwens op alle mogelijke manieren de film binnengeslopen, in de vorm van een pak zeezout, het opensnijden van een vis of het klotsen van golven op de klankband.
De aandacht voor dergelijke filmische details kontrasteert met de strakheid van de geselekteerde tekst. In die zin hebben we ook echt met een film te maken. De teatraliteit van het podium wordt verlaten voor een kaal huis en de vertolkte ideeën worden op een beweeglijke manier gevisualiseerd. Ook met het geluid werd in de montagekamer kreatief omgesprongen. Lambrechts had aanvankelijk de bedoeling de klankband apart op te nemen zodat de akteurs sneller zouden kunnen praten dan wanneer ze tegelijkertijd moesten akteren. Het bleek echter niet praktisch haalbaar. De meest opvallende ingreep is het regelmatig vertonen van een pancarte met tussentitels of geaksentueerde woorden.

Slachtoffer

Mogelijkheidszin stond in 1995 op het Filmfestival van Berlijn. Toch is het niet meteen een film waar de grote massa op af komt. Lambrechts trekt zich weinig aan van konventies en wil vooral haar ding doen, haar visie op film uitwerken. Grotere trouw aan Musil's gedachtegoed is nauwelijks denkbaar. Musil beschouwde het teater in zijn tijd als een verstarde instelling, geslachtofferd op het altaar van artistieke konventies en de vereisten van vraag en aanbod. De kreativiteit van de kunstenaar werd hierbij verwaarloosd en de noden van de geest niet bevredigd. Mogelijkheidszin kreeg een negatief advies van de Filmkommissie. Het Stuc, TG Stan en het KunstenFESTIVALdesarts namen het risiko wel. De mogelijkheden die zij hierdoor kreeerden en het resultaat bewijzen slechts hun grote gelijk.
Peter Mangelschots


Inhoud