In de reeks Filmfun: A Night at the Opera

Marx op zijn Amerikaans

De Stucreeks Filmfun wil niet alleen plezier in oude films verschaffen maar wil het publiek ook daadwerkelijk aan het lachen krijgen. Met de eerste klassieker die in de maand december op het programma staat, wordt volop aan dit criterium voldaan. Je moet immers al een onvervalste droogstoppel zijn om niet in lachen uit te barsten met de grappen en grollen van de Marx Brothers in A Night at the Opera.

Met een naam als Marx door het leven gaan was in het midden van de jaren vijftig in de Verenigde Staten geen sinekure. Dat ondervond ook Groucho Marx, een van de drie legendarische Marx Brothers en naar alle waarschijnlijkheid ook de bekendste van de broers. Toen de Koude Oorlog zijn hoogtepunt bereikte, werd hij door de paranoïde senator Joseph McCarthy op het matje geroepen wegens een vermeend lidmaatschap van de Amerikaanse Kommunistische Partij. Voor dit lidmaatschap zijn nooit bewijzen gevonden maar historici vermoeden dat zijn eksentrieke levenswandel reeds volstond om hem verdacht te maken. Dit was trouwens ook eventjes het geval met de twee andere broers, hoewel zij nooit rechtstreeks beschuldigd zijn geweest.

De broers waren afkomstig uit een gezin van Duitse inwijkelingen, vandaar hun Europees getinte en zwaarbeladen naam. Maar niet alleen de naam of hun levenswijze zorgden voor problemen bij de Amerikaanse autoriteiten. In de jaren vijftig werd zowat iedere Europese immigrant in Hollywood ervan verdacht niet alleen zijn artistieke bagage te hebben meegebracht naar Amerika maar ook de nodige dosis marxistische ideeën. Ook Charlie Chaplin werd bijvoorbeeld onderworpen aan het kruisverhoor van de kommissie-McCarthy.
Nochtans hebben de Marx Brothers hun leven lang een enorme populariteit gekend in Amerika. Oorspronkelijk waren de gebroeders Marx overigens met zijn vijven. Na verloop van tijd vielen Milton 'Gummo' en Herbert 'Zeppo' Marx echter weg, zodat de Marx Brothers vooral als trio bekend zijn geworden. De grootste suksessen werden dan geboekt door de drie overgebleven broers, Leonard 'Chico', Henry 'Groucho' en Arthur 'Harpo' Marx. Deze laatste heeft trouwens de opvallende prestatie achter zijn naam staan om geen enkel woord gezegd te hebben in alle films waarin hij geakteerd heeft.

Pantomime

De Marx Brothers hebben niet alleen aan films meegewerkt. Zij hebben eerst hun sporen op de planken van teaters en cabarets verdiend. Zij zijn altijd uitstekende muzikanten geweest en konden allen verschillende instrumenten bespelen. In het midden van de jaren twintig bereikten de Brothers hun eerste hoogtepunt toen ze gedurende meerdere jaren een hele reeks voorstellingen op Broadway gaven. In musicals en satirische shows toonden ze hun muzikale virtuositeit en bovendien waren ze ook meesters in de pantomime. Toen waren ze eigenlijk al in heel Amerika bekend.
In de jaren dertig werd hun populariteit nog groter toen ze zich ook op het witte doek begonnen te vertonen. Zo was bijvoorbeeld The Coconuts een enorm kassukses, hoewel deze film achteraf bekeken eigenlijk maar een zeer middelmatige produktie was. In de kwaliteit van de films kwam echter verbetering toen de broers gingen samenwerken met de regisseur Sam Wood, onder meer bekend van een uitstekende Hemingway-verfilming (For Whom the Bell Tolls, met Ingrid Bergman en Gary Cooper in de hoofdrollen) en co-regisseur van Gone with the Wind. Wood zag in dat hij zich meer moest fokussen op de unieke talenten van de broers en zorgde ervoor dat er ook in de films van de Marx Brothers ruimte kwam voor de kombinatie van muziek en mimiek. Zijn inbreng leidde ertoe dat A Night at the Opera (1935) en A Day at the Races (1937) niet alleen financieel, maar ook inhoudelijk in het oog sprongen. Wood bracht Groucho, Chico en Harpo trouwens ook onder bij het grotere en serieuzere produktiehuis Metro Goldwyn Mayer (MGM).

Tegendraads

In A Night at the Opera kunnen de Brothers zich volledig uitleven. Hierdoor valt de film zowel onder musical als onder comedy te klasseren. Ondanks de leuke muzikale momenten valt toch vooral het laatste aspekt op, de humor. Enkel de setting zorgt al voor een hilarische atmosfeer, vermits de drie nonchalante en immer tegendraadse broers door Wood in het stijve en deftige kader van de operawereld worden geplaatst. Door tipische comedytruuks, zoals het in- en uitlopen van deuren en kamers of het opproppen van mensen in een te kleine ruimte, verandert de ordentelijke organisatie van de New York Opera Company in komplete anarchie. Vooral de slotscène, waarin de broers een sjieke opvoering van Verdi's Il Trovatore op zijn kop zetten, is werkelijk legendarisch: decorstukken vliegen in het rond, akteurs en politie-agenten hangen in de touwen te bengelen onder het oog van het publiek, de muzikanten smijten met hun partituren of vechten met hun vioolstokken.
Maar de humor in de film is niet vrijblijvend. Zo worden bijvoorbeeld de kommersiële belangen in het kunstwereldje op de korrel genomen. Door zijn kritiek op de kunstensektor te vermengen met humor slaagt Hollywoodregisseur Wood er bovendien in om niet te pedant of betweterig over te komen. De beste scène op dit vlak is ongetwijfeld het moment waarop Groucho en Chico samen een kontrakt bespreken en hun vellen papier geleidelijk herleiden tot een paar waardeloze snippers. Het bedrog wordt uiteraard met een sinische opmerking van Groucho weggelachen.
Diederik Vandendriessche


Inhoud