Proffen en politiek deel 5: Paul De Grauwe (VLD)

"De CVP regeert al meer dan veertig jaar, laat hen maar eens naar huis gaan"

Met zijn frappante uitspraken over onderwijs manifesteerde ekonomist Paul De Grauwe zich jarenlang als het 'enfant terrible' van de Leuvense universiteit. Zijn uitgesproken liberaal gedachtegoed ging ook aan VLD-kringen niet onopgemerkt voorbij. Bij de moeder aller verkiezingen -- op 13 juni -- zal Paul De Grauwe de vierde plaats op de VLD-Senaatslijst innemen.

Veto: Wat doet een liberaal aan de Katolieke Universiteit van Leuven?
De Grauwe: «Twintig jaar geleden zou dat onmogelijk geweest zijn. Dan was je in Leuven bijna verplicht om je politiek engagement om te zetten in lidmaatschap van de CVP. Op ideologisch vlak is onze maatschappij gelukkig wat toleranter geworden. Als student heb ik de beweging rond mei '68 meegemaakt, die toch voornamelijk voortsproot uit een links gedachtegoed. Met de jaren, door volwassener en rijper te worden, ben ik op politiek vlak een liberaal geworden (lacht). Het denkkader in de ekonomie -- mijn studie -- was ook hoofdzakelijk liberaal: onafhankelijke wezens die naar eigen voorkeur konsumeren bij onafhankelijke producenten op een vrije markt.»
Veto: Men kan een ekonomisch kader toch ook gebruiken om aan te tonen dat er sociale korrekties nodig zijn. Een studie ekonomie hoeft toch niet onvoorwaardelijk tot liberale opvattingen te leiden?
De Grauwe: «Neen, dat klopt. Maar als je nu kijkt naar de socialisten, naar iemand als Frank Vandenbroucke, dan moet je toch konkluderen dat zij een enorme bekering hebben gekend. Nog niet zo lang geleden pleitte de SP, bij monde van Vandenbroucke trouwens, voor de nationalisatie van grote sektoren van de ekonomie. In het midden van de jaren tachtig heeft dan de ommekeer plaatsgevonden. Ik beweer nu dat wij allemaal liberaal zijn. Geen enkele serieuze socialist gaat nu nog zeggen dat de marktekonomie moet worden afgeschaft. Dat principe is vandaag algemeen aanvaard. Als ik in recente interviews met Vandenbroucke lees tot welke konklusies zijn verblijf in Oxford heeft geleid, kan ik enkel vaststellen dat hij mijn oude bevindingen voor een deel kopiëert. Ik beweer al jaren dat het budgettair beleid in Europa de verkeerde weg opgaat. Frank verwijst daarbij terecht naar de Amerikaanse Federal Reserve, die een soepel monetair beleid voert met lage rentevoeten. Dat is inderdaad de enige mogelijkheid om de groei van de ekonomie te ondersteunen en tegelijkertijd de staatschulden af te bouwen. Ook bij de CVP twijfelt niemand nog dat de vrije markt de basis van het ekonomisch bestel vormt. In de na-oorlogse periode is maar één model overeind gebleven: de marktekonomie in kombinatie met een politieke demokratie.»
Veto: Bestaat er volgens u dan geen enkel gevaar voor ontsporing binnen het westerse model?
De Grauwe: «De kombinatie van de marktekonomie en de politieke demokratie mag nooit verbroken worden. Een marktekonomie draagt inderdaad mogelijke ontsporingen in zich. In een zuiver marktmodel is het niet evident dat diegenen die niets kunnen presteren iets krijgen. Je hebt dus ook andere mechanismen nodig die sociale korrekties kunnen aanbrengen of bijvoorbeeld de verloedering van het milieu kunnen tegengaan. Die mechanismen moeten geleverd worden door de politieke demokratie. Dat betekent dus dat er een voldoende aantal mensen in de samenleving de politiek moet dwingen om korrekties aan te brengen.»
Veto: In hoeverre garandeert de VLD die sociale korrekties?
De Grauwe: «Wat ik nu zeg, heb ik tien jaar geleden ook al geschreven in mijn boek 'De zichtbare hand'. De liberale idee van een sterke staat was vroeger 'l'état gendarme'. De politiediensten moesten zorgen voor veiligheid, voor de rest mocht de staat niet ingrijpen. Dat was een heel bekrompen visie. Er is in onze politieke kultuur een soort konsensus ontstaan: de socialisten hebben geleerd van de liberalen dat ze moeten ophouden met het verdoemen van de vrije markt, terwijl de liberalen geleerd hebben dat de staat meer is dan louter 'law and order'. Daardoor is er ook nog zo weinig debat over die dingen, want we zijn het in essentie allemaal eens over het basisstramien.»

Paars

«Al die programmaverschillen die bij de verkiezingen dik in de verf worden gezet, betekenen niet veel meer. Maar voor een demokratie is het van het grootste belang dat het personeel dat aan de macht is regelmatig afgewisseld wordt. Want hoe langer mensen aan de macht blijven, hoe meer netwerken van macht én van korruptie ontstaan. Als je een partij hebt die vijftig jaar aan de macht is, krijg je natuurlijk het fenomeen dat zij alle belangrijke politieke benoemingen beheerst. Wij proberen ons te verkopen natuurlijk, door te zeggen dat we het beter zouden doen. Maar dat is gewoon niet waar. Ik geloof niet dat wij betere mensen zouden hebben dan de CVP of de SP. Het is gewoon belangrijk dat er eens een nieuwe ploeg komt.»
Veto: Uit welke koalitie moet die nieuwe ploeg dan bestaan?
De Grauwe: «Volgens de logika van demokratische vernieuwing die ik hier verdedig, verkies ik een koalitie van liberalen met socialisten. De CVP regeert al meer dan veertig jaar, laat hen maar eens naar huis gaan. Ik weet dat men dat aan een katolieke universiteit niet graag zal horen, maar voor een efficiënte werking van onze demokratie is dat echt belangrijk. Spijtig genoeg wordt dit in Vlaanderen geblokkeerd door een personenkwestie: er zijn een aantal mensen die elkaar niet kunnen luchten. Als zij weg zijn, is paars wel mogelijk. In Wallonië is de kans op een PS-PRL-koalitie reëel. Je gaat mij toch niet zeggen dat er iets is dat dat bij de Vlamingen verhindert: de genen of zo?»

Keuze

Veto: U verwierf in de jaren tachtig bekendheid met kontroversiële standpunten over het onderwijsbeleid. Verdedigt u die nog steeds?
De Grauwe: «Het universitair onderwijs heeft een dubbel aspekt: enerzijds is er een investering in kennis die de maatschappij ten goede komt en anderzijds een investering in kennis, positie en prestige van individuen. Nu is het zo dat pakweg vijfennegentig procent betaald wordt door de gemeenschap, en slechts vijf door het individu. Deze wanverhouding moet weg: de student dient een groter deel te betalen -- misschien niet onmiddellijk maar via een studielening. Als je de kostprijs van de universiteit van het budget af laat hangen, krijg je natuurlijk een situatie dat je moet inkrimpen op dat bedrag, en dan leiden de studiebeurzen daar ook onder. Maar als je diegenen die het zich kunnen permitteren meer laat betalen, dan ontlast je het budget. En dan komen er meer middelen voor het studiebeurzensysteem. Er komt dan ook een ontlasting van de begroting: dat betekent dat je de belastingen kunt verminderen.»
Veto: Studenten komen veelal uit de middenklasse. Uw voorstel zorgt ervoor dat meer mensen -- ook uit die klasse -- een financiële drempel zullen kennen. Moeten er dan weer meer studiebeurzen komen?
De Grauwe: «Maar kom, de middenklasse kan dat toch dragen: ze zijn toch zeker bereid om een honderdduizend frank inschrijvingsgeld te betalen. Je moet de mensen toch een beetje voor hun verantwoordelijkheid plaatsen en zien dat ze een juiste keuze maken. Ik blijf erbij om zoveel mogelijk aan diegenen die het kunnen betalen, het prijskaartje erbij geven. Anders krijg je een Mattheüs-effekt: door alle mechanismen die we nu hebben in de begroting, zijn het eigenlijk de hogere klassen die profiteren. Dus ik denk dat mijn voorstel dichter bij een sociaal optimum komt dan het huidige systeem.»

Verdomme

Veto: Maar u maakt het probleem groter: u gaat het voor meer mensen moeilijker maken de universiteit te kunnen betalen.
De Grauwe: «Ik konstateer dat vandaag in Europa grosso modo tien procent van de studenten uit de arbeidersklasse komt -- ongeacht de financieringsmetodes. Ook Amerika kent eenzelfde participatie, want hoewel daar de markt erg speelt, zijn er ook korrekties. In Amerika is het eksessief omdat je de volle pot moet betalen, vijfhonderdduizend of één miljoen. Mijn voorstel blijft stukken daaronder en dus zeg ik dat een meerderheid van de Belgen dat kan betalen vermits men dan ook de belastingen kan verminderen. Je moet het in die kontekst ook zien. Het gaat erom dat je de mensen met hun neus op de werkelijkheid moet duwen, want nu hebben ze de idee dat het allemaal gratis is. Ik vind dat de bal in jullie kamp is: verantwoord maar eens dat een groot deel van de bevolking, die niet studeert, voor jullie moeten betalen. De arbeiders die niet zulke subsidies krijgen moeten betalen voor studenten uit de hogere klassen, die zowat gratis kunnen gaan studeren en later een mooie maatschappelijke positie en een goed loon krijgen. Degenen die zo'n stelling verdedigen, moeten verdomme goede argumenten hebben.»
Veto: Als de studentenpopulatie een korrekte afspiegeling zou zijn van de ganse bevolking -- als de arbeiderskinderen niet ondervertegenwoordigd zouden zijn aan de universiteit -- heb je het probleem niet meer dat er geld stroomt van de lagere inkomensklassen naar de hogere. Dus pleit de studentenbeweging ervoor dát probleem op te lossen, door een demokratisering van het onderwijs. U lijkt daar niet bij stil te staan.
De Grauwe: «Ik zeg gewoon het alternatief, waarbij je mensen doet betalen voor wat ze krijgen. Als iemand een dure auto wil kopen, moet die dat betalen, ik toch niet. Als jij naar de universiteit gaat, en ik niet, dan moet ik dat toch niet financieren? Dat is dezelfde redenering. Als jij zegt dat dat niet waar is, moet jij dat bewijzen. Ervoor zorgen dat de universiteit dezelfde sociale stratifikatie heeft als de rest van de maatschappij zoals u doet, lijkt me bijzonder utopisch. Dat is heel mooi maar het is nu eenmaal niet zo en dat zal nooit zo zijn. Een universiteit is altijd selektief naar intellektueel nivo. Als er voor bepaalde klassen een financiële drempel is, zorg er dan voor dat die lager wordt. Dat is toch geen kontradiktie met wat dat jij zegt.»
Diederik Vandendriesssche
Margo Foubert



Inhoud