Witte raven: Jimmy Simmons, een Indiaan uit de Frederik Lintstraat

"Je Indianennaam moet je verdienen"

Jimmy Simmons. De naam zegt je wellicht niet veel, maar de persoon erachter heb je ongetwijfeld al wel ergens opgemerkt in het Leuvense straatbeeld. Mogelijk heb je je daarbij afgevraagd of er in Leuven ergens een western wordt opgenomen. Of misschien dacht je dat Jimmy zijn tippi heeft verlaten om zijn heil te zoeken in het welvarende Europa. Niets van dat alles. Veto vond de tijd rijp de man eens aan de tand te voelen en zie: Jimmy blijkt een innemende, in Maleisië geboren man die, niettegenstaande zijn opvoeding in Europa, op zoektocht is gegaan naar zijn roots, en die ze nog heeft gevonden ook. In zijn kamer -- eigenlijk een indianenmuseum met een schat aan voorwerpen en boeken -- werd aan ons de waarheid en niets dan de waarheid schalks onthuld.

Jimmy is geboren op een klein eilandje in Maleisië in 1963. Zijn vader en moeder heeft hij nooit gekend, noch heeft hij ooit geweten of hij nog broers of zussen heeft. Hij verbleef eerst negen maanden in een weeshuis tot hij werd geadopteerd door een Engelse vader en een Belgische moeder. Wanneer Jimmy anderhalf was vertrok de hele familie naar Duitsland om zich uiteindelijk te vestigen in het Verenigd Koninkrijk. "Eigenlijk was ik liever als kind langer in Maleisië gebleven, zodat ik tenminste de kultuur en de taal van mijn geboorteland kon leren kennen," aldus Jimmy. Het vervolg van zijn reisverhaal speelde zich, na de scheiding van zijn ouders, af in het Verenigd Koninkrijk -- waar zijn adoptievader woonde - en in België, waar zijn adoptiemoeder verbleef: "Ik heb nog in Grobbendonk bij de nonnen op school gezeten."

Zes jaar geleden vestigde Jimmy zich te Leuven en het ziet er naar uit dat dat nog wel voor een tijdje zijn vaste stek blijft. Hij heeft er zich knus geïnstalleerd op een kamertje in de Frederik Lintstraat. De hele kamer hangt vol met veren, bizonvellen, tomahawks, vlaggen met sjamanen, vredespijpen, pijlen en bogen, en nog veel meer, kortom teveel om te verhuizen. Al van in zijn kinderjaren was Jimmy gefassineerd door de kultuur van de Indianen -- "Je mag dat woord niet gebruiken. Spreek liever over 'het oorspronkelijk Noord-Amerikaanse volk'." -- door het gretig lezen van geschiedenisboeken en het bekijken van westerns en dokumentaires. Bovendien had zijn vader een vriendin met een grote familie in Dakota en Nebraska, vroeger de echte Indianengebieden, waar Jimmy ooit zes weken op bezoek is geweest. Mensen ter plaatse dachten vaak verkeerdelijk dat hij bij de stam van de Sioux (spreek uit 'Soe') hoorde. Jimmy heeft daar voor het eerst echt kontakt gehad met de mensen zelf en voelde zich ogenblikkelijk sterk verwant en komfortabeler in die kultuur.

Jukbeen

Volgens Jimmy weten de meeste mensen nog altijd niet goed hoe de (geschiedkundige) vork nu eigenlijk aan de de steel zit. "Soms stellen ze dan vragen zoals 'Van welke stam ben je afkomstig?' of 'Bent u misschien een Chinees?'" Hij legt uit: "Vijftigduizend jaar geleden was een groot deel van de aarde overdekt met ijs, waardoor het zeepeil zakte en zo bijvoorbeeld de Beringstraat tussen Siberië en Alaska kon worden overgestoken door de in Azië levende volkeren. Op die manier bevolkten Aziaten dus grote stukken van Alaska, Canada, en Amerika. Je kan de gelijkenissen in jukbeenderen nog altijd vaststellen tussen Indianen en eskimo's -- wat eigenlijk een scheldwoord is voor 'rauwe viseter' -- enerzijds en Aziaten anderzijds. Die grote groep zwervers viel logischerwijs uiteen in wel achthonderd verschillende stammen die zich op hun beurt verspreidden tot in Florida toe. Daarvan was de Sioux-stam uit South Dakota met zijn meer dan zeshonderd leden één van de machtigste."
Eens Jimmy begint te vertellen over de indianenkultuur is het moeilijk om hem af te remmen. Hij vervolgt zijn verhaal: "Er moet een belangrijk onderscheid gemaakt worden tussen prairiestammen (great-planes-stammen) en de Indianen die bijvoorbeeld in de bossen woonden. De eersten wonen immers in eksklusief door vrouwen gebouwde en af te breken tippi's (en niet 'wigwams'), nodig om de bizons in de grote vlakten gemakkelijker te kunnen volgen. De Indianen uit de bossen woonden dan weer in met dierenvellen behangen iglo's." Beiden zijn te zien in de Amerikaanse film 'Dances With Wolves' van en met Kevin Costner. Herinner U bijvoorbeeld de Pawnees, de Indianen met het punkkapsel, een kaal hoofd met alleen in het midden een strook haar. Jimmy heeft het niet zo voor de Hollywood-interpretatie van de 'American natives'. Volgens hem lees je beter het boek van John Dunbar en de reportage van fotograaf Edward Curtis als je een echte goeie inleiding in de indianenkultuur wil krijgen.

Medicijnman

De kleding en haardracht van Jimmy vallen natuurlijk het eerst op en bij buitenstaanders wekken zij wellicht een grote dosis nieuwsgierigheid. Jimmy draagt bij bepaalde gelegenheden een uit been vervaardigde borstplaat met dito halsband. Ook zijn vele oorringen en zijn lang zwart haar met kuif maken van hem een opmerkelijke verschijning. "Vroeger werden borstplaat en halsband gebruikt om de kracht van pijlen te verzachten en bepaalde wurgtechnieken te voorkomen. Voor die zaken werd geen ivoor gebruikt maar beenderen van geslachte dieren. Toen Indianen immers nog volgens de oude tradities leefden, werd er bijvoorbeeld gejaagd op Amerikaanse bizons -- waar er nu nog bijzonder weinig van overblijven -- maar dan werd zo'n beest ook volledig opgebruikt, tot en met de beenderen en de blaas, die tot waterzak werd verwerkt." Zijn verschijning in het straatbeeld wekt niet enkel nieuwsgierigheid maar ook wel eens een spottende opmerking. Of hij soms last heeft van racistische opmerkingen? "In het Verenigd Koninkrijk is er veel meer racisme dan hier. Ik veronderstel dat sommigen zich wel eens afvragen of ik niet uit een of ander reservaat ben ontsnapt maar dat kan me eigenlijk niet veel schelen. Voor mij is het alvast duidelijk dat alle mensen gelijk zijn, onafgezien van hun huidskleur of hun kleding".
Op de vraag of er nu nog gebruiken van toen bestaan, benadrukt Jimmy de nog steeds niet te onderschatten rol van de medicijnmannen bij de Westerse Indianen. Het is immers nog steeds hun taak om alles zoveel mogelijk te voorspellen -- zoals de astrologie vandaag -- en wijze raad te kunnen verschaffen om bepaalde ziektes met geneeskrachtige kruiden te genezen. Ook wijst Jimmy op de nog bestaande gewoonte om eenmaal per jaar vier dagen en vier nachten na elkaar te dansen op Indiaanse muziek om boze geesten te verdrijven en tegelijkertijd de gunst van de goede geesten te vragen.
Niet onbelangrijk voor Jimmy was de reportage uit Humo waar een vrouw -- met de Indiaanse naam 'Blauwe Wolk' - een soort van zweetsessies op Indiaanse wijze organiseert. Je krijgt nog altijd een Indianennaam wanneer je kunt bewijzen dat je goed de oude tradities kent. Jimmy heeft nog niet zo'n naam al wordt hij wel soms aangesproken op zijn werk met de naam 'rokende beer' omdat hij zoveel sigaretten rookt. Jimmy werkt in de Aarschotse VZW Brotherhood aan projekten en tentoonstellingen over vreemde kulturen. Ook de Indiaanse kultuur komt er aan bod zodat Jimmy ook een beetje 'zijn' kultuur in ons land kan beleven en die aan de grote massa kan voorstellen.

Wonde

Toch ontkent Jimmy allerminst dat het vrij slecht is gesteld met het volk waarin hij zijn roots heeft gevonden. "De gevolgen van de systematische verdrukking van Indianen zijn te vergelijken met een ongeneeslijke open wonde. Mijn volk zal dat wellicht nooit meer te boven komen. Eerst waren er de blanke goudzoekers die het land opeisten, gevolgd door blanke inwijkelingen die op zoek waren naar grond om zich te vestigen. In het verleden werden de afspraken met de opperhoofden nooit nagekomen door de Amerikaanse regering. In 1868 bijvoorbeeld werd bij de aanleg van een spoorweg (de 'Bozeman-trial') de afspraken met de Indianen genegeerd. Ook van het proces dat is aangespannen door de Cheyenne- en Arapachostam tegen de Amerikaanse overheid om de voor die Indianen heilige Black Hills weer in eigendom te verkrijgen verwacht ik niet veel." Die heuvels zijn heilige gebedsplaatsen die al eeuwen door die stammen werden gebruikt.
Toch moeten ze volgens Jimmy blijven vechten voor hun rechten. Samen met de neerwaartse spiraal waarin 'zijn' volk zich bevindt, benadrukt Jimmy dat er in de sirkel -- een belangrijk Indiaans symbool - van het leven een grote barst zit. De toekomst ziet er niet rooskleurig uit, noch voor zijn volk dat zich verpauperd terugtrekt in de grootsteden en daar aan vele Westerse gevaren (alkohol en drugs) wordt blootgesteld, noch voor de aarde op zich die totaal naar de vernieling wordt geholpen door de Westerse manier van leven. Jimmy kan het niet genoeg benadrukken dat "de aarde ons niet toebehoort maar dat wij behoren tot de aarde"; daarom kunnen we aldus Jimmy nog altijd iets opsteken over het soort leven dat Indianen in die tijd leefden, als echte natuurmensen.
Pascal Seynhaeve
Hans Neefs

Je krijgt nog altijd een Indianennaam wanneer je kunt bewijzen dat je goed de oude tradities kent. Jimmy heeft nog niet zo'n naam al wordt hij wel soms aangesproken op zijn werk met de naam 'rokende beer' omdat hij zo veel sigaretten rookt.



"In het Verenigd Koninkrijk is er veel meer racisme dan hier. Ik veronderstel dat sommigen zich wel eens afvragen of ik niet uit een of ander reservaat ben ontsnapt, maar dat kan me eigenlijk niet veel schelen. Voor mij is het alvast duidelijk dat alle mensen gelijk zijn, onafgezien van hun huidskleur of hun kleding."




Inhoud