Wannes Van de Velde stelt eerste boek voor

"Ik reis liever in mijn hoofd"

Op woensdag 23 april werd met 'LLibre 23' de literaire kant van Leuven in de kijker geplaatst. Met 'De achterkant van het Boek'' als thema werden de deuren van de boekhandels en uitgeverijen in het Leuvense wagenwijd opengesteld. Een poëzieavond in de voor die gelegenheid literaire tuin van Uitgeverij P was een waardige afsluiter van de dag. Wannes van de Velde, bekend als zanger van het betere Vlaamse volkslied, stelde die avond immers zijn nieuwe boek voor, 'Een wad in de tijd', verlucht met houtsneden van eigen hand.

Vooraleer Wannes op het geïmproviseerde podium verscheen, was het de beurt aan zes dichters wiens werk uitgegeven is bij Uitgeverij P. De 23-jarige Jeroen Vermeiren mocht van wal steken en las onder meer voor uit zijn bundel 'Wild Vlees''. Zoals de titel al laten vermoeden is zijn werk over het algemeen erotisch geladen, maar zeker en vast te smaken. Hij werd gevolgd door Alfred Warrinier, voor sommige Leuvense studenten zeker geen onbekende, gezien de man algebra en topologie doceert. De positieve wetenschappen zijn dan ook de rode draad door zijn werk, wat geregeld tot verrassende poëzie over het licht van computerschermen en vallende stenen aanleiding gaf. Warrinier begon trouwens zijn voordracht zeer toepasselijk met een sitaat van Wittgenstein:"Ultimately, mathematics is poetry".

Vervolgens passeerden Karel Sergen, Johan Van Cauwenberge (beter bekend van het Radio 3-programma 'De Kunstberg' dan als dichter), Katelijne Van Der Hallen en Willie Verhegghe de poëzierevue van Uitgeverij P. Hun poëzie was vaak zeer uiteenlopend van aard, maar altijd van kwaliteit. Vooral Willie Verhegghe viel bij Veto in de smaak met zijn gedichten over de dood van Ayrton Senna en de mijnramp in Marcinelle. Maar de man waarop iedereen ongetwijfeld gewacht had was Wannes van de Velde.
Van de Velde, bij het brede publiek vooral bekend met liederen als 'Ik wil deze nacht in de straten verdwalen', was nogal vermoeid na een optreden in de Antwerpse Bourlaschouwburg de avond voordien. Bovendien -- zo bekende hij eerlijk aan het publiek -- had hij niets voorbereid en droeg hij dus lukraak enkele korte, mijmerende teksten voor uit 'Een wad in de tijd'. Wannes's spontaniteit en Antwerpse tongval maakten alles meer dan goed. Luister.
Veto: Op uw zestigste verjaardag bent u nog steeds vooral bekend als kleinkunstzanger. Vreest u niet dat deze reputatie afbreuk doet aan uw literaire werk ?
Van de Velde: «Ten eerste is kleinkunst een woord uit de jaren zestig (grijnst). Ten tweede ben ik heel veel met tekst en taal bezig, dat merk je ook in mijn muziek. Taal is ongetwijfeld één van de belangrijkste veroveringen van de mens. Wat men met taal kan doen is ongelofelijk. Wat oorspronkelijk voor de mens een kode was, zoals de bijen, om praktische dingen te organiseren, is uiteindelijk een systeem geworden om diepe gedachten vorm te geven. Ik vind dat mirakuleus. De basis van mijn boek zijn mijn dagboeknotities die ik nu al vele jaren maak en waar ik mijn persoonlijke ervaringen, gedachten en momenten in opschrijf. Het boek is in feite een selektie van deze notities.»

Spanje

Veto: Taal is dus niet te beperkt om grootse gedachten of gevoelens in uit te drukken?
Van de Velde: «Absoluut niet!»
Veto:In het boek zijn vele teksten verbonden met bepaalde plaatsen. Spanje speelt hier vaak een belangrijke rol.
Van de Velde: «Ik heb zeker en vast iets met Spanje. Ik ben geboren en opgegroeid in een herenhuis in de Antwerpse Zirkstraat -- tussen de Grote Markt en het Schipperskwartier -- boven een winkel met Spaanse voedingswaren. Oorspronkelijk heette die winkel Comptoir de Valence en werd de zaak uitgebaat door Belgen. Later werd de zaak uitgebaat door de Valenciaanse eigenaar en nu heeft zijn dochter de zaak nog steeds. Op de binnenplaats van dat huis, een patio met renaissanceboogjes, stonden vaten wijn te rijpen en die geur is me altijd bijgebleven. In feite was dat huis een klein stukje Spanje in Antwerpen, vandaar dat ik later misschien de weg van de flamencomuziek ben ingeslagen. Vergeet trouwens niet dat de Spaanse periode altijd heeft doorgeleefd in Vlaanderen, en zeker in Antwerpen. De scheldnaam voor de Antwerpenaren, de sinjoren, is trouwens ook afkomstig uit die tijd omdat zij zich even hooghartig gedroegen als de Spaanse heren, de Senores. Weet je trouwens wat de echte bijnaam is van de Antwerpenaren?»

«De Seminiskinderen (brede grijns). Dat komt van semini of priaap, een vruchtbaarheidsidool uit de oudheid, oorspronkelijk Romeins en later vermengd met Germaanse elementen. Die vruchtbaarheid heeft trouwens niets met erotiek te maken, dat was Eros. Het gaat over de vruchtbaarheid van velden en vrouwen. Net boven de ingang van het Steen bevind er zich trouwens een klein seminisbeeldje dat oorspronkelijk voorzien was van een geweldige penis in erektie. Bij de val van Antwerpen in 1585 werd deze fallus echter -- in de geest van de kontrareformatie -- door de katolieke Spanjolen verwijderd. Maar tot in de jaren twintig zaten vrouwen paternosters te bidden aan dit beeldje om zwanger te geraken (beeldt met armgebaren een zwangere buik uit). Niet toevallig staat dat oude beeldje daar in het Steen, de plaats waar Antwerpen ooit ontstond. Dat gedeelte van de stad ligt net iets hoger, een terp, en vandaar de naam Antwerpen ook, wat eigenlijke 'de oude terp' betekent. 't Steen is trouwens nog altijd een bedevaartsoord voor sommige protestanten, want ze hebben er daar een hele hoop vermoord.»

Vrijmetselaarsnest

Veto: Waar hebben de Antwerpenaren deze naam dan aan te danken? Zijn zij vruchtbaarder dan anderen of juist niet?
Van de Velde: «Antwerpenaren hebben niet alleen de reputatie van hautain te zijn, maar zijn ook altijd vrijdenkers geweest. In Antwerpen hebben ze de papen nooit aanvaard en de stad is altijd al een vrijmetselaarsnest geweest. Vandaar de slechte reputatie van Antwerpen in Vlaanderen.»
Veto: Bent u, zoals uw stadsgenoot Robbe de Hert, ook zo verknocht aan de stad waar u opgroeide ?
Van de Velde: «Nee, ik ben zeker niet zo verknocht aan Antwerpen als hij. Ik zou even goed in een andere stad kunnen leven. Ik ben zeker wel een stedeling.»


"Taal is niet te beperkt om grootse gedachten uit te drukken"


Veto: Zoals ook te merken is in het lied "In de natuur wou ik gaan leven"?
Van de Velde: «Dat was inderdaad ironisch. Dat was in de tijd dat iedereen terug in de natuur wou gaan zitten. Natuurlijk in een fermette met vloerverwarming (lacht luid). Zo hebben ze het platteland om zeep geholpen.»
Veto: Bent u eigenlijk een fervent reiziger?
Van de Velde: «Absoluut niet. Een reis is voor mij een hele hoop praktische beslommeringen. Ik reis liever in mijn hoofd. Ik proef liever de sfeer door ergens wat langer te verblijven. Zo heb ik ook het echte Spanje leren kennen, onderweg met BRT 3 toen we in de flamencoclubs gingen spelen, de pena flamenca. Daarvoor had ik Spanje al uitgebreid kunnen proeven in die winkel in de Zirkstraat.»

Proletariërs

Veto: In plaats van de wereld rond te reizen, laat u de wereld liever naar u toe komen in Antwerpen.
Van de Velde: "Inderdaad. Antwerpen als havenstad was vroeger heel kosmopolitisch. Nu is dat anders, met de opkomst van nieuw rechts.»
Veto: Heeft dit misschien iets te maken met de scheiding van het havengebeuren en de stad, ook geografisch ?
Van de Velde: «(denkt na) Dat is inderdaad een hele goede opmerking. Vroeger werkten bijna de helft van de Antwerpenaars in de haven. En die dokwerkers, dat waren geen gewone proletariërs. Die verdienden meer dan dik hun boterham. Maar ze moesten natuurlijk wel hard werken; loopplank op en loopplank af, tot zestien uur per dag. Maar sinds de oorlog is het nogal scheef gelopen in Antwerpen. Zeker in de jaren zestig, toen zijn er heel wat nefaste ingrepen gebeurd op urbanistisch gebied. Er is heel wat zinloos vernield waardoor het weefsel van de stad vernield is, ook sociaal. Vroeger was elke stadswijk nog een dorp op zich. Dat was een heel humane gemeenschap.»
Veto: Wat is er volgens u dan fout gelopen ?
Van de Velde: «Een aantal mensen dacht en denkt aan niets anders meer dan aan winstbejag. Daardoor is Antwerpen momenteel mentaal en architektonisch verknoeid. Vroeger verliep de evolutie nog ietofwat normaal. Pas op, ik verwerp niet alles van de nieuwe wereld. Een stad kan niet duizend jaar hetzelfde blijven, anders krijgen we zoiets als Bokrijk (neemt zijn nieuwe boek ter hand en bladert zoekend). Zoals ik hier geschreven heb: "Naar Bokrijk zal ik nooit gaan, omdat ik de huizen uit de Kuipersstraat en de houten gevels uit de Zwartzustersstraat daar niet wil zien, maar hier staan de stenen nog steeds op de plaats waar ze duizenden jaren geleden werden neergezet". Dat gaat over de stenen van Carnac in Bretagne. Dat vind ik fassinerend. Maar de goede dingen van de vooruitgang blijven vaak afwezig. Antwerpen is nu een spookstad, heb je al gezien hoe ze de Groenplaats verknoeid hebben ? (ietwat opgewonden) Of de Meir, om die zo te verknoeien heb je veel macht nodig. Nu regeert de wetteloosheid van de macht.»
Veto: De etalages op de Meir zijn inderdaad nogal eenvormig maar als je omhoog kijkt zijn er toch nog heel wat prachtige gevels?
Van de Velde: «Als ge dan niet over de blokskes struikelt!»
Veto: U hebt vroeger ook veel gezongen over de stadsverloedering.
Van de Velde: «Inderdaad, zo ben ik beginnen te zingen, uit protest, maar nu niet meer. Ik heb geen zin meer om daar nog over te schrijven. Het is toch verloren.»
Veto: Bent u daar verbitterd over?
Van de Velde: «Verbitterd? Nee... Maar toch wel wat ontgoocheld. Het is allemaal heel spijtig.»
Evert Kets



Inhoud