Eefje Wentelteefje heeft een vader

Jeroen de Leijer: "Wat is underground? Een strip die niet verkoopt?"

België-Holland: 0-3. Dat komt ervan als je Eric Van Meir (Eric wie?) en Eric Deflandre (Eric wie?) in je verdediging opstelt. De kopbalsterke centrale verdediger Herr Seele (Cowboy Henk) en de wendbare stofzuiger voor het middenveld Steve Michiels (ondermeer Bill en 'De Morgen') werden door de bondscoach schromelijk over het hoofd gezien en het resultaat was navenant. Zo niet de Kultuurraad der Leuvense Studenten, die beide heren vorige zondag uitnodigde voor het België-Hollandstripdebat op de matinee van hun puike Bill-ekspositie, die deze week nog te zien te zien is in het Arenberginstituut. Op het debat hielden de Belgen, niet zonder medewerking van de scheidsrechter, aardig stand, maar toch koos Veto voor het kamp van de tegenstander. Daar trad ondermeer Jeroen de Leijer aan, tegenwoordig terecht suksesvol als geestelijke vader van Eefje Wentelteefje.

Eefje Wentelteefje is een beetje een raar geval. Niet alleen kombineert De Leijer in zijn strip algemeen menselijk drama met de meest absurde humor, ook grafisch houdt hij zich niet bij één stijl. Maar het meest verwonderlijke is dat de strip zowel onder- als bovengronds een ruime aanhang kent. Zo publiceert De Leijer zowel in het Brabants Dagblad als in het alternatieve Nederlandse strip/kultuur & curiosablad 'Zone 5300', en is er ook een poppenkast-, techno- en animatiefilmversie van Eefje. Veto sprak met de Clarence Seedorf van de Nederlandse stripscène.
Jeroen de Leijer: «Het eerste boek van 'Eefje' is nu zo'n drie jaar oud. Op basis daarvan heeft men mij dan gevraagd om ook iets voor 'Zone 5300' te maken, dat nu al zo'n twee-en een half jaar verschijnt. Binnenkort moet er overigens een nieuw boek van Eefje verschijnen. Maar er zijn nog wat problemen met het formaat. Zelf zou ik liever een langwerpig formaat hebben, met drie plaatjes per pagina, maar dat ziet de uitgeverij niet zo zitten. Als je je boeken kwijt wil in de handel dan moet je bijna per definitie op gewoon albumformaat werken. Dus daar zijn we nog niet volledig uit.»
Veto: Je werkt ook samen met Gummbah (Humo) aan het stripblad 'De bedenkelijk kijkende grondeekhoorn.' Daar is in België nog maar weinig over bekend.
Jeroen de Leijer: «Er zijn ook nog wel andere tekenaars bij betrokken. Het is eigenlijk begonnen als buurtblad. Wij wonen namelijk allemaal in dezelfde buurt, en we dachten dat het wel leuk zou zijn om ons materiaal eens te verzamelen. Ondertussen is dat wel enorm uitgebreid, ook Bart Schoofs (van het Bill-kollektief, nvdr) komt er nu bijvoorbeeld bij. Maar het blijft een wat vaag blad, en dat is ook zo door ons bedoeld. We hebben er ook geen marktstrategie voor of zo. We hebben het opgezet als iets dat snel in elkaar te steken is. Gewoon omdat we dat zelf het liefst lezen, van die zelf gemaakte blaadjes, niet te professioneel. Zo ziet het er dan ook uit. Het is voor ons een uitlaatklep. Alles wat we niet kwijt kunnen via de bestaande kanalen, stoppen we daar in. Ik heb het dan niet zozeer over inhoudelijk andere dingen. In de 'Grondeekhoorn' staan vaak meer schetsmatige eksperimenten. Als je voor een blad werkt, zelf al is het 'Zone', dan nog ga je je tekeningen meer uitwerken. Bij de 'Grondeekhoorn' doen we gewoon onze zin.»
Veto: Daarnaast ben je ook bezig met animatiefilm.
Jeroen de Leijer: «We hebben één filmpje van Eefje Wentelteefje afgewerkt. Het duurt maar anderhalve minuut. Het is inmiddels ook al op TV uitgezonden. Maar dan wel als een itempje binnen een bestaand programma. Nu zijn we aan de voorbereiding bezig van een langer filmpje van ongeveer tien minuten. Als het produktieritme wat kan versneld worden, met behulp van de computer, en als er interesse voor zou bestaan, dan kunnen we er misschien zelfs een reeks van maken.»

Revue

«Ondertussen zijn we ook met een poppenkast op toer. Volgende week spelen we ergens in een diskoteek in Turnhout. Je kan je dus wel voorstellen dat het toch iets anders is als de gewone poppenkast, hoewel de struktuur natuurlijk wel behouden blijft: twee mannen zitten achter een kast en steken poppen in de lucht. Maar ons 'podium' is wel vijf meter breed, en er is licht en geluid. Er komen ook een aantal liedjes in de voorstelling en daar brengen we volgende week een CD van uit. Dansmuziek wordt misschien meer in verband gebracht met een andere grafische stijl: manga of computer graphics, dat soort dingen. Maar persoonlijk zie ik de link tussen Eefje en techno wel zitten. Happy hardcore, moet kunnen. Misschien zit er wel een hit in. De platenmaatschappij wil er alleszins werk van maken. (lacht)
«Die verschillende media houden zo'n figuurtje in leven. Het biedt je telkens een andere invalshoek met nieuwe mogelijkheden. Poppenkast spelen is meer een performance, of een revue. Je moet je publiek voortdurend iets te bieden hebben en je moet zwaar de nadruk leggen op de grappen, anders verlies je de belangstelling. Bij het maken van een strip werkt dat toch anders.»
Veto: Maak je binnen je stripwerk ook een onderscheid naargelang van het publiek waarvoor je werkt? De lezers van het Brabants Dagblad zijn immers niet bepaald dezelfde als die van Zone 5300.
Jeroen de Leijer: «Neen. Iets is leuk of niet leuk. Ik zie dat onderscheid tussen underground en mainstream niet zo scherp. Ofwel is iets goed, en dan kan het overal gepubliceerd worden, ofwel niet, en dan gooi ik het weg. Ik vind het zelfs boeiend om te zien hoe verschillend de reakties op dezelfde strip kunnen zijn. In het Brabants Dagblad staat Eefje in de kinderrubriek en wordt de strip vooral gelezen door twaalfjarigen, in Zone bestaat het publiek dan weer uit twintigers.»

Eskapisme

«Underground lijkt me sowieso een achterhaald begrip. Er bestaat vandaag zoveel aandacht voor die underground dat je het nauwelijks nog marginaal kan noemen. Wat is underground? Een strip die niet verkoopt? Of een strip die alleen maar in zwartwit verschijnt?»
Veto: Wat vind je dan van een groep als Bill die toch vrij doelbewust voor de marge kiest?
Jeroen de Leijer: «Ik denk dat zij ook wel liever voor een wat groter publiek zouden werken. Sommigen zijn al doorgebroken. Hun werk verdient het alleszins. Hun tijdschrift is prachtig uitgegeven. Maar het afzetgebied blijft klein natuurlijk. Als je zoiets in de Verenigde Staten opzet, heb je heel wat meer mogelijkheden.»
Veto: In België lijkt het uitgesloten dat een strip als Eefje Wentelteefje in een populaire krant zou verschijnen. In Nederland kan het blijkbaar wel.
Jeroen de Leijer: «In het begin waren de reakties nogal divers, maar als je dan na een tijdje een hele reeks Eefje's gepubliceerd hebt, telkens op dezelfde vast, herkenbare plaats dan kunnen de lezers dat beter kaderen en valt het schokeffekt grotendeels weg. Ik vraag me trouwens af of dat in België niet zou kunnen. Alles is hier zo surrealistisch, daar moet toch wel best een strip van te maken zijn? Of misschien is het net omdat de realiteit hier zo surreëel is dat jullie nood hebben aan realistische strips. Dat is ook een vorm van eskapisme (lacht).»

Etspers

Veto: Wat Eefje zo bijzonder maakt, zijn de voortdurende stijlbreuken. Eefje zelf is nogal naïef getekend, andere figuren of elementen zijn grafisch heel sterk uitgewerkt.
Jeroen de Leijer: «Ik voel me niet echt gebonden aan de konventies van het stripverhaal. Ik lees ook niet zo vaak strips. Een plaatje moet voor mezelf boeiend blijven. Dat is voor mij het enige criterium. Daarom mag ik wel eens graag de dingen door elkaar gooien. Bovendien wil ik af en toe tonen dat ik echt wel kan tekenen. Niet te vaak natuurlijk (lacht). Ik zie mezelf ook niet als een technisch begaafd tekenaar. Maar dan nog, in de muziek geldt net hetzelfde. Een solo mag niet langer dan acht maten duren, anders wordt het vervelend.»
Veto: Eefje gaat overal en nergens over. Waar haal je de inspiratie vandaan?
Jeroen de Leijer: «Er is niet echt en verhaalstruktuur. Het gaat allemaal nergens heen. De buurt waar Eefje woont, is een buurt. Eefje gaat boodschappen doen in de supermarkt en ze komt weer thuis met boodschappen, kwa verhaal is dat genoeg voor mij. Er worden geen avonturen beleefd. Maar net omdat er niks gebeurt, wordt er wel een zekere spanning geschapen. Want er zou wel eens vanalles kunnen gebeuren. Er hangt voortdurend iets dreigends in de lucht. Dat gevoel probeer ik ook in de achtergrond weer te geven, of in de nevenfiguren, die er vaak totaal anders gaan uitzien.»
Veto: De nadruk ligt bij Eefje meer op het verhaal dan op de tekeningen. Geldt dat voor al je werk?
Jeroen de Leijer: «Neen, ik heb thuis een etspers staan, waarmee ik illustraties maak. Ik heb laatst nog een linodruk gemaakt voor het Algemeen Dagblad. Dat vind ik nog wel leuk om te doen, omdat het weer eens wat anders is. Ik vind de grafische illustraties in de dagbladpers vaak nogal beperkt. Meestal blijft het bij een kartoen, terwijl er toch veel meer mogelijkheden zijn. Ken je die stickers die je op een auto tegenkomt, zo'n vlek met dan 'splash' er bij? Daar wil ik wel eens een serie zeefdrukken van maken. Kwa abstrakte kunst kan dat wel tellen, vind ik.»
Veto: Een primitieve, ekspressieve tekenstijl, zoals die van jou, wordt vaak verbonden met een bepaald maatschappelijk, humaan engagement. Akkoord of niet?
Jeroen de Leijer: «Voor mij gaat dat alleszins niet op. Achter Eefje zit geen bepaald politiek gedachtengoed. Als het in mijn strips gaat over iemand die geld tekort heeft dan is dat geen sociale aanklacht, maar eerder iets dat iedereen wel eens overkomt. Denk ik toch (lacht). Ja, natuurlijk is zo'n strip wel figuratief en ben je dan uiteindelijk met iets heel anders bezig dan wat je op de Akademie te zien krijgt. Daar gaat het altijd over zuivere estetiek en abstrakte kunst. Ze drukken een zwart vlak af en noemen het konsept erachter kunst. 'De mens' staat bij ons centraal, maar ik hecht daar helemaal geen politieke boodschap aan vast. Het is meer een kwestie van graag poppetjes tekenen. Maar om dat nu politiek verantwoord te gaan noemen? Ik had het nog nooit zo bekeken. Het klinkt wel geleerd natuurlijk. Moet ik onthouden. Dan heb ik eindelijk ook eens iets om tegen die konseptuele kunstenaars in te brengen.»
Gert Meesters
Bart Eeckhout
De fantastisch mooie ekspositie 'Billder Stucprise' met werk van het grafisch kollektief Bill en van Jeroen de Leijer is nog tot en met zondag 22 december te bewonderen op de tweede verdieping van het Arenberginstituut, Naamsestraat 96. De toegang is gratis, vooral tussen 10 u en 19 u.


"De mens' staat bij ons centraal, maar ik hecht daar helemaal geen politieke boodschap aan vast. Het is meer een kwestie van graag poppetjes tekenen."




Inhoud