Rudolf Boehm

Rudolf Boehm over marxisme, Coppieters, duurzaamheid en globalisering

Over stoelen en sigaretten

Rudolf Boehm (Berlijn, 1927) is een Duits filosoof en essayist die al vele jaren in Gent woont. Hij werkte jarenlang in het Husserl- archief van Leuven. Daarna ging hij aan de rijksuniversiteit in Gent doceren. Ondertussen is hij op emeritaat. Naar aanleiding van een reeks lezingen over het marxisme die hij in Leuven houdt, hadden we met hem een gesprek.

Veto: Velen stellen dat het kommunistische eksperiment in Oost-Europa van deze eeuw het failliet van het marxisme als ekonomisch systeem bewezen heeft. Marx zelf lijkt als denker te zijn afgeschreven. Wat kan Marx ons vandaag nog leren?
Rudolf Boehm: «Dat zogenaamde failliet is een cliché dat ook vaak als propaganda wordt gebruikt. Maar ik zal uw vraag vanuit een ander perspektief beantwoorden. Leest u soms teksten van Plato?»
Veto: Uhmmm...
Rudolf Boehm: «Wel, als je Plato leest, dan kan het gebeuren dat je zaken tegenkomt, waarvan je je kunt afvragen of ze wel juist zijn. Maar altijd blijft Plato boeiend. Zo moet je volgens mij ook tegenover Marx staan. Je moet Marx's teksten niet als ongenaakbaar beschouwen: er staan zeker fouten in, maar daarmee is niet alles gezegd. Het is niet omdat de analyses van Marx fouten bevatten, dat die analyses volledig waardeloos zijn. Volgens mij is belangrijker dat het lezen en herlezen van Marx een interessante en boeiende konfrontatie blijft.»

Appelflauwte

Veto: Welke zijn volgens u die positieve elementen die het marxisme aanbrengt?
Rudolf Boehm: «Er zijn er volgens mij voornamelijk drie. Het eerste element is verbonden met wat ik zopas zei: Marx stelt belangrijke, vaak goede vragen.

Ten tweede is belangrijk het materialistische perspektief, dat een voortdurend hameren is op het feit dat je geen enkel haalbaar maatschappelijk projekt of geen enkele korrekte analyse van een maatschappelijk feit kunt opzetten, zonder rekening te houden met het materiële. Ik bedoel dat mensen altijd een minimum aan materiële behoeften hebben, en dat die behoeften in de geschiedenis zeer vaak een belangrijke rol spelen. Ik moet altijd zo lachen met die linkse idealisten die denken dat het geestelijke het enige is wat telt en die het steeds maar over 'waarden' hebben. Alsof alles zou opgelost zijn als iedereen maar meer besef van waarden had. Ten derde is het kapitalisme nog steeds door niemand beter, juister beschreven dan door Marx. Hij liet ook een gans begrippenapparaat na om dat kapitalisme te analyseren.»
Veto: Er bestaan verschillende hypotesen over de mislukking van het marxisme als ekonomisch systeem. Een liberale uitleg is dat het ontbreken van een vrije markt de oorzaak is, een marxistische uitleg zegt dat het socialisme er te vroeg is gekomen. In één van zijn laatste speeches als Sovjet-leider, zei Gorbatsjov nog dat het socialisme in de Sovjet-Unie er te vroeg was gekomen, vooraleer het kapitalisme de nodige produktiemiddelen had voortgebracht.
Rudolf Boehm: «Geen van beide hypotesen klopt volgens mij. In Afrika is er toch ook een vrije markt: is daar dan weelde? De marxistische analyse dan gaat er nog altijd van uit dat de faze van het kapitalisme absoluut noodzakelijk is omdat enkel het kapitalisme een maatschappij tot een zekere welvaart kan brengen. Het tegendeel is waar. Als je kijkt naar de geweldige ekonomische vooruitgang die de Sovjet-Unie deze eeuw heeft gekend, dan is dat toch een bewijs dat je een groei kunt kennen zonder een vrijemarktekonomie. Ook op technologisch vlak, denk maar aan de ruimtevaart, de wapenindustrie, werd hoge kwaliteit afgeleverd. Al die dingen kunnen dus perfekt ontstaan zonder vrije markt. Wat volgens mij wel klopt, is dat die groei niet zo sterk kon zijn als in de Westerse wereld. De reden daarvan is dat de Sovjet-Unie zijn produkten niet op de wereldmarkt heeft te koop gesteld, en dus niet heeft meegedaan aan de konkurrentie op wereldvlak, niet heeft meegedaan aan de uitbuiting van zovelen dus. En hier hebben de leiders in het voormalige Oostblok de enorme politieke fout begaan de bevolking steeds weer voor te spiegelen dat binnen vijf jaar, en dan nog eens binnen vijf jaar, de achterstand met het Westen zou zijn opgehaald. Als dat dan niet gebeurt, kreëer je natuurlijk alleen maar frustratie en vergroot je het wantrouwen van de mensen in de politici. Wat uiteindelijk het einde heeft betekend van de socialistische regimes: de mensen wilden ook eindelijk dezelfde welvaart, en ze vergaten daarbij de verwezenlijkingen die zij wel en de westerse landen niet hadden.»

Ricardo

Veto: Een vrije markt, konkurrentie op wereldvlak, stelde u daarnet gelijk aan de uitbuiting van zovelen?
Rudolf Boehm: «Ik denk dat het kapitalisme leeft en overleeft ten koste van verschillende dingen. In de eerste plaats van de derde wereld en van het milieu.»
Veto: Door de eerste liberale denkers, zoals de Engelsman Ricardo, werd gesteld dat een vrije markt naar meer welvaart voor steeds meer mensen zou leiden. Nu zie je dat er een polarisatie Noord-Zuid bestaat waarbij, ondanks de ontwikkelingshulp, er nog altijd meer geld van het Zuiden naar het Noorden vloeit dan omgekeerd.
Rudolf Boehm: «Waarbij de handelsbalansen die men opgeeft dan nog niet eens een betrouwbaar beeld weergeven, omdat het Noorden voor de grondstoffen die het massaal uit het Zuiden pompt, nauwelijks betaalt. Natuurlijk zijn de korresponderende bedragen in de handelsbalansen dan klein.»

«Wat gebeurd is, moet je niet "globalisering" noemen zoals men dat nu zo vaak doet, maar wel een "monopolisering" van de wereldekonomie. Door mechanisering, kon men in de nu rijke landen sneller en goedkoper produkten maken, waartegen de produkten die in de huidige derde wereld werden gemaakt, niet konden konkurreren. Die produktiekapaciteiten gingen daar dan verloren, zo werd de afhankelijkheid van invoer verhoogd, waarbij willekeurig opgelegde tegenprestaties konden worden opgelegd, meestal in de vorm van grondstoffen of van een aantal landbouwprodukten. Zo krijg je dus een komplete ontwrichting van de maatschappelijke strukturen in die landen.»
«Er wordt met veel eerbied gesproken over de "vrije markt" en de "konkurrentie", terwijl dit alleen maar middelen zijn om de tegenstander te verpletteren. De officiële taal van de kapitalistische regeringen luidt dat de mogelijkheid tot konkurrentie absoluut moet worden gevrijwaard. Maar het gaat er natuurlijk niet om gewoon deel te nemen, het gaat erom te overwinnen. Je ziet trouwens dat zodra er gevaar ontstaat, de staten onmiddellijk protektionistische maatregelen gaan nemen en de heilige konkurrentie dus uitschakelen.»

Publiciteit

Veto: Waar zit de worm dan precies in het kapitalisme?
Rudolf Boehm: «In de vrijemarktekonomie tellen niet de behoeftes van de mensen. Er wordt in de eerste plaats niet geproduceerd omdat bepaalde mensen die dingen nodig hebben. In de eerste plaats worden bepaalde zaken geproduceerd omdat die zaken verkopen. Omdat ze op de vrije markt renderen. Het probleem ontstaat dus al zodra je produkt en behoefte scheidt. De logica van de vrije markt kent geen behoeftes van de mensen, kent ook de wetmatigheden van de natuur niet.»

«Iedereen weet ondertussen wel dat publiciteit behoeftes en verlangens kunstmatig kreëert. Een scheikundige vertelde mij eens dat de stof nylon in het begin eigenlijk zeer moeilijk kapot te krijgen was. Er werden wetenschappers aan het werk gezet om nylon snel verslijtbaar te maken: nylonkousen zijn nu bijna het symbool van vergankelijkheid. Weet u dat volgens officiële sijfers Volkswagen geen winst maakt met het verkopen van haar wagens? Volkswagen maakt enkel winst met de verkoop van wisselstukken. Die firma heeft er dus alle belang bij om geen onverwoestbare auto's te maken. Ziet u die twee houten stoelen daar? De linkse is bijna honderd jaar oud en is in perfekte staat, de rechtse is nog geen vijftien jaar oud en al bijna kapot. Toen ik als vijftienjarige tijdens de oorlog voor de Luftwaffe moest werken, kreeg ik een witte overall in jeans. Die werd om de week gewassen en telkens in perfekte staat teruggegeven. Jeans was in het begin echt 'werkkledij'. Die overall was kwasi onverslijtbaar. Enzovoort, enzovoort. U kent toch zelf ook genoeg voorbeelden in die trant?»
«De publiciteit, de vrije markt, hebben die toestanden natuurlijk niet uit het niets gekreëerd. Ze enten zich op en versterken reeds bestaande menselijke trekjes, zoals de angst voor verveling. Een mens zou toch gewoon de dingen in huis moeten proberen te hebben die hij nodig heeft, indien mogelijk voor zijn ganse leven. Dat wat hij nodig heeft, kopen, eens en voor altijd, of alleszins voor zo lang mogelijk. Maar we zijn zo bang ons te vervelen. We willen dat de dingen veranderen: steeds nieuwe zaken kopen, een nieuwe wagen, nieuwe kledingstukken,... Met alle gevolgen vandien, bijvoorbeeld voor ons milieu. Heeft u in uw leven al veel stoelen gekonsumeerd?»
Veto: ???
Rudolf Boehm: «Ik bedoel dat sommige zaken geen konsumptiegoederen, geen verbruiksgoederen zijn. In onze maatschappij heeft men de neiging om van gebruiksgoederen verbruiksgoederen te maken. Een sigaret, brandstof, voedingsmiddelen zijn verbruiksgoederen. Stoelen, woningen, meubels, huishoudelijke toestellen, maar zelfs ook kleren en schoenen zouden dat niet moeten zijn.»

Mimetisch

«Een andere menselijke faktor is wat men in de negentiende eeuw "mimetische begeerte" heette en wat nu "ressentiment" heet: "ik wil een nieuwe mantel omdat de buur een nieuwe heeft". U zei daarnet dat het kommunisme een ekonomisch failliet kende in Oost-Europa. Ondertussen is voor steeds meer mensen trouwens duidelijk dat dat failliet heel relatief was. Zo slecht stelden de mensen het in het Oostblok niet: er was meer gelijkheid onder de mensen, er was een sterk uitgebouwde sociale zekerheid, gratis gezondheidzorg en gratis onderwijs. En de ongelooflijke privileges die de kommunistische leiders zogezegd kenden, betroffen bijvoorbeeld vakantiehuisjes die de eerste de beste manager hier misschien niet eens zou willen. In "Het Kapitaal" vertelt Marx het volgende verhaaltje: zolang je in een huisje woont en je buren een ongeveer even groot huisje hebben, is er geen probleem. Maar als opeens een huis in de buurt komt dat veel groter is, ontstaat ontevredenheid bij alle buren. Zoals ik eerder in dit gesprek al zei: dat is toch wat gebeurde in Oost-Europa? Men zag de westerse weelde op tv, en dat wilde men ook hebben, waarbij men de positieve punten van de eigen maatschappij vergat... (Verleden week gaf een opiniepeiling aan dat 25% van de Oost-Duitsers terug wil naar het kommunistische regime (tegen 12% ten tijde van de eenmaking) en dat ongeveer de helft onder hen beide ekonomische systemen evenwaardig vindt, nvdr)»
Veto: Ziet u het recente ophefmakende sukses van de ex-kommunisten bij de verkiezingen in Polen en in Hongarije in dat perspektief?
Rudolf Boehm: «Ach neen, dat is misleidende propaganda. Die zogezegde ex-kommunisten zijn nooit kommunisten geweest, dat waren gewoon mensen die wilden opklimmen in de maatschappij, verantwoordelijkheden hebben, en om dat te bereiken moesten ze een partijkaart hebben.»
Veto: Dezer dagen wordt veel gepraat over de Europese eenheidsmunt. De monetaire unie betekent een grotere liberalisering van de Europese markt. Als ik uw betoog goed heb begrepen, dan zullen er volgens u vooral negatieve gevolgen uit voortkomen: ontwrichting en grotere afhankelijkheid van de zwakkere landen, monopolisering, polarisatie.
Rudolf Boehm: «Dat is inderdaad wat volgens mij zal gebeuren. Als je kijkt naar de eenmaking van Duitsland: West-Duitsland was groot genoeg om de kost van die eenmaking te absorberen en op korte termijn zal het voormalige Oost-Duitsland zijn achterstand dan ook hebben opgehaald. Maar bij de Europese Unie gaat het om gans andere proporties! De achterstand van Griekenland, Portugal, Zuid-Italië kan volgens mij niet geabsorbeerd worden door de rest van de Unie. Volgens mij zal de achterstand van die landen alleen maar vergroten, en zal de monetaire unie vooral betekenen dat Duitsland nu paraplu's en auto's enzoverder zal produceren voor gans Europa.»
Veto: U bent een van de academici die zijn uitgenodigd om mee te werken aan het projekt-Coppieters, dat eerstdaags officieel wordt voorgesteld. Wat was uw inbreng en hoe is daarop gereageerd?
Rudolf Boehm: «In het algemeen denk ik dat we ons moeten laten inspireren door een van de belangrijkste principes van het socialisme, de slogan van Louis Blanc: "ieder naar zijn vermogen, elk volgens zijn behoeften". Konkreet heb ik voornamelijk gedrukt op vijf punten, die neerkomen op een radikale mentaliteitsverandering en een radikale verandering van het maatschappelijke bestuur. Die punten zijn hier en daar al aan bod gekomen tijdens dit gesprek. Ik herhaal ze hier kort.»

Aardbei

«We moeten afstappen van het idee dat de mensen moeten verbruiken om de ekonomie te doen leven. Niet de mensen en hun behoeften zijn een middel om het doel te dienen, de ekonomie te doen leven, maar de ekonomie is enkel een middel om het doel te bereiken, namelijk de materiële behoeften van de mensen bevredigen.
We moeten ervan afstappen alle goederen die ertoe bestemd zijn menselijke behoeften te bevredigen als konsumptiegoederen te bestempelen en te behandelen. Men moet ernaar streven produkten af te leveren die de behoeften voorgoed of voor een zo lang mogelijke periode bevredigen. Geen duurzame ontwikkeling zonder duurzame dingen.
«We moeten ervan afstappen "arbeid" te beschouwen als iets dat "beschikbaar" is of niet, of dat door de industrie of de staat moet verschaft worden. Arbeid dient niet op de eerste plaats om de arbeiders een baan en een loon te bezorgen maar om de goederen en de diensten voort te brengen die de behoeften kunnen bevredigen. Er bestaat dus ook niet zoiets als een recht op arbeid, maar enkel een recht op bestaansmiddelen. Daarentegen bestaat wel een plicht tot arbeid daar waar werk moet gedaan worden.»
«We moeten ook afstappen van het idee dat arbeidsbesparing (door menselijke arbeid te vervangen door mechanisering en automatisering) in alle omstandigheden wenselijk en voordelig is. De mechanisering van onze produktiewijze, met het bijhorend energieverbruik, is de hoofdverantwoordelijke voor onze toenemende milieuproblemen die ons op termijn meer (onproduktief) werk kunnen bezorgen dan aanvankelijk ingespaard werd. Zoals gezegd heeft die mechanisering en de massaproduktie die erdoor mogelijk wordt, de strukturen van ganse wereldstreken ontwricht.»
«Daarom moeten we bijgevolg ook afstappen van het idee dat het steeds voordeliger is (en dit, op termijn, voor alle betrokkenen) onder voorwaarden van een vrije markt en vrije konkurrentie aan ruilhandel te doen in plaats van zelf het nodige produkt voort te brengen. Zelfs al zou het eenvoudiger zijn andere produkten te vervaardigen die we ervoor kunnen ruilen. Nu al wijst de geschiedenis van de moderne wereldekonomie (sinds de eerste industriële revolutie) uit dat op termijn niet steeds meer, maar integendeel steeds minder grote gedeelten van de wereldbevolking uit die praktijk voordeel halen. Inmiddels wordt zelfs in alle rijke industrielanden geklaagd over een slinkend konkurrentievermogen, toenemende werkloosheid, toenemende staatschulden en zelfs het onbetaalbaar worden van de sociale zekerheid.»

Links

«Wat dit laatste punt betreft, is mijn bevinding tijdens de Coppieters-gesprekken echter geweest dat men niet durft door te denken. Ik heb de mensen in het Coppieters-projekt voortdurend de vraag gesteld of ze nog steeds geloofden in het beginsel van het liberalisme, namelijk dat de vrijemarktekonomie meer welvaart voor meer mensen zou opleveren. Die vraag is nooit beantwoord. Ik trek daaruit de konklusie dat politici, ook de linkse, die vraag niet meer durven onder ogen te zien, die misschien wel als antwoord zou opleveren dat er een radikale verandering moet komen. Ze gaan niet ver genoeg. Ze denken dat het zal volstaan wat "sociale korrekties" aan te brengen, wat oplapwerk.»
Veto: Bent u dan somber gestemd voor de toekomst?
Rudolf Boehm: «Toch niet. Onder andere tijdens die diskussies met de groep Coppieters-De Batselier, merk ik dat meer en meer mensen stilaan overtuigd raken van het feit dat wat oplapwerk niet meer volstaat en dat een radikale omwenteling noodzakelijk is.»
Carl Hourcau
Selçuk Celik
Rudolf Boehm geeft nog twee lezingen over marxisme in Leuven. Op 16 januari volgt de eerste, 20.00 u in de Masereelclub te Leuven, Ierse Predikherenstraat 25.


Inhoud