De Moor onder vuurHet rommelt aan de K.U.Leuven. De reorganisatie van de diensten van het International Office, bevoegd voor het internationale beleid van de K.U.Leuven, blijft maar aanslepen en kent een zeer hobbelig parcours. Symptomatisch voor het non-beleid van vicerector Internationalisering Bart De Moor, zo klinkt het in de wandelgangen.Pieter Haeck & Lucas De JongVolgens een aantal bronnen, zowel vanuit de studentenvertegenwoordigers als universitaire personeelsleden, zijn de problemen rond het International Office (zie verder), een zoveelste accident op het parcours dat vicerector De Moor tot nu heeft afgelegd. Zo liet zowel het schrijven van een beleidsplan als de samenkomst van de nieuwe opgerichte Raad Internationaal Beleid erg lang op zich wachten. De functie van deze Raad Internationaal Beleid is om beleidsadviezen te verstrekken aan de verschillende beleidsorganen van de universiteit. Toch getuigen deelnemers van de vergadering aan ons dat de invulling van de taak nog altijd niet echt duidelijk is. De Raad Internationaal Beleid kwam pas voor het eerst samen op 13 mei 2011, terwijl de eerste samenkomst gepland was voor september 2010. Het beleidsplan van De Moor werd dan weer in snelheid gepakt door het beleidsplan dat opgesteld werd door LOKO, de Leuvense studentenraad. Vanwege deze redenen werd er gefluisterd dat De Moor al na een jaar vervangen zou worden.“Ik vind dit alles zeer goedkope kritiek,” aldus De Moor. “Toen ik vicerector werd, was er quasi niets van expliciet beleid, aangezien internationalisering altijd was bijgevoegd bij een andere vicerector. Het eerste jaar heb ik gewijd aan het maken van een strategisch plan, waarna we het tweede jaar besteed hebben aan het maken van een aantal nota’s: zowel rond Erasmuswerking, ontwikkelingssamenwerking, landenexpertise, etcetera. We hebben ook inspanningen gedaan om de verschillende beleidsorganen rond internationalisering te organiseren. Ook rond de visibiliteit van internationalisering is hard werk geleverd. Wie blijft beweren dat alles traag loopt, is van slechte wil.”Toch blijft De Moor expliciet onder vuur liggen. Rector Waer noemde onlangs in een artikel in Veto internationaal beleid het minst geslaagde deel van zijn ambtstermijn, maar verdedigde De Moor wel door erop te wijzen dat internationalisering een nieuw en moeilijk terrein is.Hier komen nu een aantal getuigenissen bovenop van bronnen dichtbij het International Office. Zij stellen dat de reorganisatie daar aansleept en een zeer hobbelig parcours kent. Reorganisatie International OfficeEven terugkeren in de tijd. Op 30 maart 2011 kondigde vicerector Internationaal Beleid Bart De Moor een reorganisatie aan van het International Office. Die reorganisatie heeft voorlopig nog geen finale uitkomst, maar heeft wel te maken gekregen met een uiterst hobbelig parcours, vooral wat betreft het bepalen van de managementstructuur.De managementstructuur die eerst werd voorgesteld, was het zogenaamde twin peaks-model, waarbij er twee directeurs zouden worden aangesteld om de uitwerking van de verschillende internationale aspecten op te volgen. Deze zouden dan autonoom naast elkaar werken, onder de vicerector. Eén directeur zou het International Office onder zijn hoede krijgen, de andere zou belast worden met de taak om de academische diplomatie verder uit te bouwen. Wat er dan precies bedoeld wordt met “academische diplomatie,” is echter niet geweten.Een bron uit de omgeving van het International Office bevestigt ons dat het hoogst onduidelijk is wat de huidige status is van de reorganisatie. “Deze zaak sleept al veel te lang aan. Niemand, zelfs de mensen binnen het International Office niet, weet wat er staat te gebeuren. Dit is een zeer onzekere situatie voor hen.”Vicerector De Moor reageert op de beschuldigingen dat de reorganisatie lang aansleept: “De reorganisatie duurt niet zo uitzonderlijk lang. Dit is exact dezelfde OFD-procedure (Organisatie- en Functiedesign, red.) die de personeelsdienst ook volgt bij andere diensten aan de K.U.Leuven en het blijkt dat deze gemiddeld een vol jaar in beslag neemt.” Onze bron in de omgeving van het International Office countert deze uitleg door te stellen dat vooral de beslissing over het managementmodel “onnodig lang duurt en vreselijk wispelturig is”. “Het twin peaks-model lag eerst op tafel, maar is daarna tijdelijk weer verlaten. Toen was het op het einde van vorig academiejaar plots weer een optie, maar nu blijkt het uiteindelijk niet de finale uitkomst te zullen zijn.” Het meest recente voorstel dat op tafel ligt, is om één directeur aan te stellen, namelijk die voor het International Office, die dan de meerdere wordt van het hoofd van de academische diplomatie.“Het klopt dat op een bepaald moment uit het GeBu de suggestie kwam om te werken met een twin peaks-model,” repliceert De Moor. “Als reactie daarop kwam echter automatisch de vraag hoe de hiërarchische lijn loopt. Uiteindelijk hebben we ervoor gekozen om de nieuw aan te werven directeur van het International Office de operationele leiding te geven.”WegpromoverenWanneer we polsen bij het International Office zelf, klinkt het enkel dat er intern meer uitleg zal worden verschaft op een vergadering rond 20 januari. Ondertussen is er sinds eind november wel al een nieuwe vacature uitgeschreven voor de positie van directeur van het International Office. Bart Hendrickx, die de functie tot voor kort bekleedde, is nu bevoegd voor de uitbouw van de academische diplomatie “in brede zin van het woord,” aldus Hendrickx zelf.Het feit dat in het nieuwste voorstel het hoofd van de academische diplomatie ondergeschikt zou worden aan de nieuwe directeur van het International Office, doet speculaties rijzen dat Hendrickx weggepromoveerd is. Hierover komen er tegenstrijdige signalen. Sommigen stellen dat het terecht is dat Hendrickx een andere functie heeft gekregen, anderen weten te melden dat De Moor en Hendrickx het niet met elkaar zouden hebben kunnen vinden. “Beiden zijn zeer koppige heren, die wel eens boel hadden,” zo klinkt het.De Moor zelf reageert fel: “Het is absoluut niet zo dat Hendrickx gedesavoueerd is. De assessment was er op gericht om mensen op een functie te plaatsen die inspeelde op hun sterktes. Hendrickx heeft in een vorige carrière zijn sporen verdiend in de diplomatie en met dat profiel zullen we hem inschakelen als directeur van de academische diplomatie. Hij wordt een belangrijke go-between tussen de universiteit en externe partners. Maar het International Office had bijkomende behoefte aan een sterke operationele directeur, waarvoor we dus een nieuwe, bijkomende operationeel directeur aantrekken.”Ad interim wordt de positie van directeur van het International Office waargenomen door De Moor zelf. Onze bron dichtbij het International Office stelt dat De Moor op die manier een sterke greep op het International Office houdt. “Elke mail passeert langs hem. Hij screent alles.” Door tijdelijk de leiding van het International Office op zich te nemen, is hij ook lid van de Coördinatorencommissie van het Gemeenschappelijk Bureau (GeBu), die de vergaderingen voorbereidt van het GeBu zelf, waar De Moor ook weer deel van uitmaakt.