Zwart gat, so what?

Jan Henneco over het belang van een duur kiekje

13 april 2019
Opinie
Auteur(s): Jan Henneco
Heel wat vragen omtrent de dure eerste fotografische weergave van een zwart gat zijn terecht. Maar ook beantwoordbaar.

De professor vroeg: 'Weten jullie waarom de dino’s zijn uitgestorven?'

Het was moeilijk om er woensdag naast te kijken: op nieuwssites, de journaals en sociale media
verscheen rond drie uur 's middags een afbeelding van een oranje, ietwat verwrongen donut; de eerste foto ooit van een zwart gat. Na twee jaar intensief werk is het team van het Event Horizon Telescope project erin geslaagd om met data van acht radio-telescopen, verspreid over de aarde, deze foto te reconstrueren. 

Tot op heden was een zwart gat slechts een wiskundig concept dat voortkomt uit de Algemene Relativiteitstheorie van Einstein uit 1915. Vaak worden zwarte gaten omschreven als een object dat zo zwaar is dat zelfs licht er niet aan kan ontsnappen. Wanneer licht of materie te dichtbij komt (over de waarnemingshorizon gaat), dan valt het onherroepelijk in het zwart gat. Dit is de reden waarom we geen informatie hebben van wat er zich juist achter deze waarnemingshorizon afspeelt. Wat we op de foto zien is daarom ook niet het zwarte gat zelf, maar de schaduw die het achterlaat op de omliggende materie (de cirkelvormige structuur). Dit is de eerste keer dat zo’n schaduw wordt waargenomen. Dankzij het EHT project zijn deze zwarte gaten dus getransformeerd tot fysische objecten, die we m.b.v. astronomische observaties kunnen bestuderen. Om die reden kunnen we wel stellen dat 10 april 2019 een mijlpaal in de geschiedenis van de wetenschap is. 

Desondanks is niet iedereen even lyrisch na de zesvoudige persconferentie. Op diverse sociale media kwam tussen de 'ik heb ook een zwart gat in mijn broek' en 'wat maken ze ons nu weer wijs' reacties regelmatig de vraag terug of dergelijke projecten niet gewoon geldverspilling zijn. Een terechte vraag. Maar laten we eens kijken naar het kostenplaatje. EHT is een wereldwijd project dat deels gefinancierd wordt door de Europese Unie. In totaal werd de voorbije vijftien jaar reeds 44,3 miljoen euro uitgetrokken, gemiddeld ongeveer 3 miljoen euro per jaar. Dit laatste is slechts 0,002% van het jaarlijkse budget van de EU, gebaseerd op cijfers van 2015. Meer nog: volgens Eurostat gaven de 28 EU lidstaten samen bijvoorbeeld 200 miljard euro uit aan defensie in 2016 alleen al. Ter vergelijking: het totale Europees budget voor EHT verspreid over vijftien jaar is slechts 0,02% van dit bedrag. Dit om al maar aan te tonen dat het belastinggeld van de Europeanen niet wordt opgeslokt door een project zoals EHT.

Veel (fundamenteel) onderzoek lijkt vaak nutteloos, maar vraag uzelf de volgende keer dat u uw GPS gebruikt eens af of ze 100 jaar geleden niet hetzelfde dachten over Einsteins relativiteitstheorie

Hoe zit het dan met het nut van zulk onderzoek? Ik moet u denk ik niet vertellen van welke onschatbare waarde zo’n foto van een zwart gat en al het technisch vernuft dat erachter zit, is voor astronomen en theoretische fysici. Maar wat heeft de samenleving aan zulke foto’s? Of meer algemeen: waarom doen mensen aan sterrenkunde of fundamenteel onderzoek? Weten we nog niet genoeg? Die laatste vragen zijn eerder filosofisch en het antwoord op de eerste vraag is simpelweg: niks… althans niet op korte termijn.

Veel (fundamenteel) onderzoek lijkt vaak nutteloos, maar vraag je zelf de volgende keer dat je uw GPS gebruikt eens af of ze 100 jaar geleden niet hetzelfde dachten over Einsteins relativiteitstheorie. Sterrenkundig en fundamenteel onderzoek ligt, in tegenstelling tot andere takken van de wetenschap, minder vaak aan de basis van toepassingen op korte termijn, maar is meerdere keren onmisbaar gebleken voor allerhande maatschappelijk relevante uitvindingen op lange termijn.

De mens is een nieuwsgierig wezen en zonder deze drang naar nieuwe kennis zouden we waarschijnlijk nooit geraakt zijn waar we nu zijn. Hoe meer we weten, hoe meer we ontdekken, hoe beter we gewapend zijn tegen allerhande gevaren; hier op aarde of ver daarbuiten. De asteroïde die 65 miljoen jaar geleden het einde van het tijdperk van de dinosauriërs inluidde, was zó groot dat ze op voorhand goed zichtbaar moet geweest zijn. Het antwoord van de professor was daarom ook: 'omdat ze niet aan sterrenkunde deden'.

Jan Henneco is student 'Master of Astronomy & Astrophysics'

De Splinter vertegenwoordigt de mening van de auteur. Deze wordt niet gedragen door de redactie. 

Gerelateerde Artikels