Welkom in de wervelwind

Recensie: STUK START

04 October 2019
Recensie
Auteur(s): Leen Van Ende
'Kiezen is verliezen', dachten we toen we een eerste blik worpen op het gevarieerde programma van STUK START. De échte verliezers echter zijn de mensen die er vorige week niet bij waren.

STUK START is ondertussen een gevestigde waarde aan het begin van het academiejaar. Niet enkel de cafés op de Oude Markt worden weer overspoeld door jong volk, ook kunstencentrum STUK gooit de deuren opnieuw open voor een jaar vol 'Dans, Beeld & Geluid'. Op donderdagavond stond het geluidsparcours dan ook met stip op onze planning, maar we zakten al wat vroeger af naar de Naamsestraat, want STUK gaf een uur lang tournée générales. Van een sympathieke gastheer gesproken. Met een rode wijn in de hand begon ons parcours doorheen het huis in het kloppend hart: STUKcafé. 

Daar maakten we kennis met de indrukwekkende installatie van Walter Hus die op een Decap-orgel een paar technohits liet horen. Een Decap is een eerder in onbruik geraakt orgel dat automatisch volkse klassiekers de revue laat passeren: een soort van excentrieke versie van de jukebox in de lokale Herentalse kroeg. De installatie, maar ook de kunstenaar zelf, vormde een interessant rariteitenkabinet en liet het publiek snakken naar meer. Zelf bellen we straks even wat technoclubs op, want Walter en zijn orgel als headliner? Graag!

Het parcours speelde dit jaar meer in op kwaliteit dan kwantiteit en dat konden wij enorm smaken

De volgende act zou plaatsvinden in de Labozaal, deelde Gilles Helsen, geluidsprogrammator van STUK, ons mee. 'Leugens', dacht iedereen toen we even later in een lege zaal een beetje naar elkaar stonden te kijken. Niets was minder waar, want Edwin van der Heide’s laserproject Chiasm vulde de zaal en gebruikte het publiek als interessante pionnen in het grotere geheel. Een spel van licht en tonaliteit deed ons hier reeds de eerste stappen zetten in - wat later zou blijken - een omvattende eenheid die als ritueel aandeed met als Dionysisch hoogtepunt de concerten in de Ensemblezaal. Maar later meer daarover.

Na even vluchtig langs de bar te passeren, waagden we ons aan de beklimming met de als bergtop dienstdoende Studio. Hier werd hetzelfde ritualistische kader doorgetrokken met de performance van Nguyễn + Transitory, waarin we als het ware gezogen werden. Het Berlijnse duo maakte duchtig gebruik van alles wat in de definitie van sensualiteit vervat zit en begeesterde zienderogen het publiek. De keuze was moeilijk: je laten meeslepen door het lichamelijke schouwspel dat een streling was voor het oog, of juist je ogen sluiten en jezelf in meditatieve vervoering laten. Kus van de leerkracht en een bank vooruit!

Een gemis was de afwisseling met de funky schijven die we doorgaans onder de discobal in het café mogen verwachten

Next and final stop: de Ensemblezaal. We werden opgewacht door de intrigerende (gemaskerde!) saxofonisten van BLOW 3.0 die ons onmiddellijk meesleepten naar andere oorden, orenschijnlijk (knipoog) Addis Abeba, met muziek die deed denken aan de bezwerende klanken van Éthio-jazz. Vervolgens vlogen we naar Syrië, want Rizan Saids link naar Omar Souleyman kon je onmogelijk niet oppikken. Hij zette de toon in de Ensemblezaal en deed ons verlangen naar die zwoele zomeravonden die ondertussen weer in het verleden, of de verre toekomst, lijken te liggen. Het parcours speelde dit jaar meer in op kwaliteit dan kwantiteit en dat konden wij en de vele andere mensen die duchtig van zaal naar zaal snelden enorm smaken. 

Geen openingsfeest zonder voldoende deuntjes die het publiek de nacht doorloodsen uiteraard. De Ensemblezaal deed voor de gelegenheid dienst als rasechte club, inclusief adequate verlichting om de beleving compleet te maken. Onze vrienden vinden was een hele taak, maar die gelijkgestemden links en rechts konden eveneens dienst doen om dat dansje te placeren. Aan de drukte te zien was de meute goedgeluimd, maar zelf konden we vooral de programmering van vrijdagnacht smaken. KI/KI was dan ook een waardige afsluiter van een spetterend openingsfeest. Een gemis was echter de afwisseling met de funky schijven die we doorgaans onder de discobal in het café mogen verwachten. Het Decap-orgel verzachtte die pijn slechts gedeeltelijk.

STUK stelde zoals verwacht niet teleur en liet ons wederom zien waarom het Leuvense kunstencentrum een unieke speler binnen het cultuurlandschap blijft. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de films die in Cinema ZED te bekijken waren, de voorstelling van Miet Warlop en talloze installaties doorheen het gebouw waar we niet aanwezig konden zijn. Rotverwend zijn we. Bijna euforisch dartelden we dan ook richting kot, want de deuren van ons huis (voor Dans, Beeld en Geluid) staan weer wagenwijd open.