'Vrouwelijke auteurs zijn geen concurrentie'

Het vrouwelijke hiaat in de canon

02 November 2018
Artikel
Auteur(s): Jan Costers
Wie de literaire canon erop naslaat, ziet dat er nog steeds bitter weinig vrouwen een plaats krijgen. Al lijkt er een - trage, maar gestage - verandering op komst.

Toen Siri Hustvedt enkele jaren geleden mede-auteur Karl Ove Knausgaard interviewde over zijn magnum opus kwam ter sprake waarom hij in zijn boek honderden referenties maakte aan andere schrijvers, maar dat slechts één daarvan een vrouw was (Julia Kristeva, red.). Zijn antwoord op de vraag waarom hij niet meer vrouwelijke auteurs aanhaalde is zowel schrijnend als tekenend voor de nog steeds heersende tendens: 'Die zijn geen concurrentie.'

Dat een dergelijke instelling nog steeds schering en inslag is in de kunstwereld, hoeft niet te verbazen. Vrouwen worden nog steeds stiefmoederlijk behandeld wanneer het op culturele producten aankomt, waar de mannelijke hand nog steeds als de norm gezien wordt. In het 90-jarige bestaan van de Oscars zijn nog maar 5 vrouwelijke regisseurs genomineerd. Ook de literaire canon is een clubje dat barst van het testosteron. De cynische lezer haalt dan al snel aan dat er gewoon veel minder vrouwelijke schrijvers zijn. De misogyn is snel om te zeggen dat vrouwen gewoon minder goed schrijven.

Vrouwen schrijven niet

'Een voor de hand liggende reden voor het gebrek aan vrouwelijke auteurs of denkers in het curriculum, is dat vrouwen tot vijftig jaar geleden niet eens de kans kregen om dezelfde opleidingen te volgen als mannen', vertelt Eva Sevrin, die mee het platform UNDIVIDED oprichtte en haar thesis schreef over queer theory. 'Maar zelfs als we dat gegeven meenemen, zijn vrouwen disproportioneel afwezig in het onderwijsaanbod.' Wie de gemiddelde universitaire leeslijst openslaat, ziet daar een bevestiging van.

'In dat opzicht is de Engelse literatuur er beter aan toe dan andere talen', zegt Elke D'hoker, professor aan de KU Leuven die een paar jaar geleden het vak 'Gender, Literature en Theory' op poten gezet heeft. 'Voornamelijk omdat er eind jaren 70 een heel prominente beweging geweest is in zowel Amerika als Engeland om vergeten vrouwelijke auteurs en het werk daarvan onder de aandacht te brengen.' Andere talen hinken wat achterop op dat vlak, maar een vak als 'Gender, Literature en Theory' probeert mee dat gat te dichten.

'Het is een moeilijk proces geweest om dat vak aanvaard te krijgen in het curriculum – vroeger was het tweejaarlijks, maar door de interesse van studenten is het vanaf dit jaar jaarlijks – maar wel belangrijk, omdat er binnen de opleiding en in de literatuurkritiek weinig aandacht geschonken wordt aan zowel vrouwelijke auteurs als personages', aldus D'hoker. 'Daarom was het belangrijk om in een apart vak daar extra aandacht aan te besteden.'

Vrouwen schrijven niet alleen

Hoewel de perceptie er is dat onze geschiedenis weinig vrouwelijke auteurs kent, is het vaker zo dat zij gewoon over het hoofd gezien worden. 'Vaak worden vrouwelijke schrijvers wel gemeten aan een mannelijke norm', zegt Sevrin. 'Een schrijfster als Phillis Wheatley, de eerste zwarte dichteres in Amerika – die ook nog eens een slavin was – wordt zeer kort belicht, omdat ze 'schreef als een man'. Zo halen sommige vrouwen de canon niet omdat ze 'te mannelijk' schrijven, terwijl anderen uit de boot vallen omdat ze 'te vrouwelijk' schrijven en het zogezegd enkel over vrouwenzaken hebben.'

De auteurs die de geschiedenis dan wel erkent, krijgen vaak te maken met uitspraken dat er een man geholpen zal hebben om hun werk te schrijven. 'Mary Shelley wordt geroemd om Frankenstein, maar heel wat mensen vermelden wel dat Percy Bysshe Shelley waarschijnlijk heel wat hulp heeft geboden bij dat boek', laat Sevrin weten. 'Met de werken van Brönte was er ook heel lang de theorie dat die eigenlijk het werk waren van haar broer,' beaamt D'hoker. 'Dus dat is wel een bekend procedé om het werk van vrouwen te beschrijven.'

Vrouwen schrijven niet goed

Het gebrek aan vrouwelijke auteurs in de canon komt voor een deel omdat zij (vroeger) vaak debuteerden in meer bescheiden genres als de briefroman of de huiselijke poëzie en zo wat gemarginaliseerd werden. 'Door te debuteren in die genres, worden ze door de kritiek vaak minder serieus genomen', zegt D'hoker. 'Het is ook zo dat die canon op een erg mannelijke leest geschroeid is, waardoor de normen, verwachtingen en gebruiken plots voornamelijk mannelijk zijn. Dan is het als vrouw heel moeilijk om je daar in te schrijven.' Het vrouwelijke perspectief wordt dan neergezet als iets 'vreemd' of iets 'anders', en worden door de literatuurgeschiedenis met een scheef oog bekeken. 'Op die manier werkt de canon als een zelfbestendigende machine.'

Als een vrouwelijke auteur dan wel vernoemd wordt, ruikt het vaak naar tokenism, volgens Sevrin. 'Mensen zeggen dan dat ze geen probleem hebben met vrouwelijke auteurs en dat ze die wel representeren en evenwaardig vinden omdat ze Virginia Woolf bijvoorbeeld een topauteur vinden. Er bestaat nog steeds de mythe dat vrouwen minder aangelegd zijn en dat zij die wel furore gemaakt hebben binnen de literatuur marginale uitschieters zijn.'

Beterschap op komst?

Desondanks is het niet allemaal miserie, en lijkt er beterschap op komst. 'Door voldoende studie en te letten op de leeslijsten die je samenstelt, kan je er wel voor zorgen dat vrouwen een deel kunnen worden van de dominante literatuurgeschiedenis', blikt D'hoker vooruit. Ook Sevrin bevestigt dat: 'Het feit dat ik mijn thesis over queer theory kon doen en daar zo goed voor begeleid werd, wil wel iets zeggen.'

Maar niet enkel de academische wereld schenkt aandacht aan de vergeten vrouwen in de literatuurgeschiedenis. Van 6 tot 8 november staat Jan Martens in STUK met zijn voorstelling Passing the Bechdel Test. In die voorstelling worden teksten voorgedragen van vrouwelijke stemmen – daterend van eind 18de eeuw tot twee maanden terug. 'Het is belangrijk om alle stemmen te horen, en omdat er vaak een overheersing geweest is door het mannelijke discours, is het nodig dat er een gelijkwaardigheid komt.'

Dat besef kwam er ook toen Martens besefte dat hij zijn hele leven voornamelijk mannen gelezen had, waarop hij twee jaar geleden besloot om enkel nog vrouwen te lezen. 'Het gaat over beseffen dat er inderdaad zoveel is, en dat is ook het doel van de voorstelling: verbreed uw perspectief, en dat houdt ook in: ga teksten lezen van vrouwen. Nog meer.'