Vluchtelingen in een onthaalklas

Onderwijs voor anderstalige nieuwkomers in België

18 april 2016
Interview
Auteur(s): Brecht Castel , Karen Aerts , Rani Goelen
De minderjarige vluchtelingen die in het Kartuizerklooster van de KU Leuven verblijven, krijgen les in een onthaalklas. OKAN-leerkracht Ruth Vercruysse vertelt hoe het werkt.

Sommige scholen richten een onthaalklas op voor anderstalige kinderen en jongeren die in België aankomen. Zo helpen ze hen om de taal zo snel mogelijk te beheersen. OKAN (Onthaalonderwijs voor Anderstalige Kinderen) biedt gedurende één jaar intensief taalonderwijs aan. Daarna kunnen de leerlingen doorstromen naar het regulier onderwijs. Ruth Vercruysse is OKAN-leerkracht bij het Sint-Albertuscollege (SALCO) in Haasrode, net buiten de ring van Leuven.

Hoe werkt het OKAN-systeem precies?

Ruth Vercruysse: "Leerlingen hebben recht op OKAN-onderwijs als ze nog geen jaar in België verblijven en als ze tussen de twaalf en de achttien jaar oud zijn, en de taal onvoldoende beheersen om in het regulier onderwijs mee te draaien. Een deel volgt gewoon les van 1 september tot eind juni en kunnen dan verder, maar ook leerlingen die doorheen het jaar arriveren, moeten meteen een plaats kunnen krijgen. Daardoor is het altijd wat knip- en plakwerk met de klasjes. Soms moeten nieuwkomers aansluiten bij bestaande klassen, maar vanaf twaalf leerlingen kunnen we een nieuw klasje opstarten."

Zitten de leerlingen per leeftijd opgedeeld?

Vercruysse: "Startende leerlingen moeten eerst een aantal testen afleggen en we voeren een intake-gesprek met hen. Op basis van de resultaten daarvan maken we een opdeling in snellere en tragere leerlingen. Op die manier krijgt iedereen ongeveer les op zijn of haar niveau. Vroeger letten we echt niet op leeftijd. Nu zijn er zoveel leerlingen dat we de ‘luxe’ hebben de verschillende groepen verder op te delen in oudere en jongere leerlingen."

Komen de meeste kinderen aan zonder enige basis of verschilt dat sterk?

Vercruysse: "De kinderen hebben een verschillende achtergrond. Sommigen waren analfabeet in hun thuisland, terwijl anderen al vlot het romeinse schrift kunnen lezen. Bovendien hebben ze vanzelfsprekend niet allemaal dezelfde leersnelheid. Maar of ze nu naar het ASO of BUSO doorstromen, ze moeten in ieder geval eerst Nederlands leren."

"We hebben dit jaar ook een hele klas van niet-begeleide minderjarigen. Zij worden opgevangen in het Kartuizerklooster in Leuven (een lokaal opvanginitiatief vangt vluchtelingen op in het Kartuizerklooster, red.). Zo’n leerlingen zien we elk jaar wel, maar in plaats van drie op honderd gaat het nu om een hele klas. Zij worden daar eerst opgevangen en maken daarna plaats voor nieuwe jongeren. Dat vraagt heel wat extra begeleiding in vergelijking met leerlingen die hier met hun ouders aankomen."

"Na de kerstvakantie zijn we met vijf nieuwe klassen gestart, waarvan enkele met haast enkel Syriërs of Afghanen"

Ruth Vercruysse, OKAN-leerkracht

Doen er zich soms problemen voor tussen de leerlingen?

Vercruysse: "Dat gebeurt zelden. Ik denk dat er zelfs minder problemen zijn dan in ‘normale’ klassen. Dat komt volgens mij doordat ze zo op elkaar aangewezen zijn: ze zijn allemaal nieuw."

"Daarbij komt nog dat de school voor veel van onze leerlingen een soort toevluchtsoord is. Zeker de vluchtelingen die in het asielcentrum in Lubbeek (dit opvangcentrum opende in november 2015 en biedt plaats aan 300 asielzoekers, red.) verblijven, vinden het heerlijk om die structuur te hebben. Ze zitten niet dicht op elkaar gepakt en ze hebben iets te doen."

"We ondersteunen de leerlingen dan ook op andere vlakken dan school alleen. Ik maak hun bijvoorbeeld wegwijs in het OCMW-systeem. Ik heb al leerlingen begeleid die ongewenst zwanger waren of onverwacht naar hun thuisland werden teruggestuurd."

Worden er vaak leerlingen onverwacht teruggestuurd?

Vercruysse: "Dat komt minder voor hier. Nu we zoveel leerlingen uit Lubbeek hebben, gebeurt het wel vaker. Het is daar een wachtplaats, niemand van hen weet of ze mogen blijven."

"Het valt ook op dat we sinds de vluchtelingencrisis meer leerlingen hebben. Normaal begonnen we na een vakantie met één nieuwe klas. Na de kerstvakantie zijn we echter met vijf nieuwe klassen gestart, waarvan enkele met haast uitsluitend Syriërs of Afghanen."

"Zeker de vluchtelingen die in het asielcentrum in Lubbeek verblijven, vinden het heerlijk om structuur te hebben"

Ruth Vercruysse, OKAN-leerkracht

Hebben die klassen een andere dynamiek?

Vercruysse: "Absoluut. Het succes van OKAN schuilt erin dat de kinderen onderling niet kunnen communiceren in een andere taal dan Nederlands en ze daardoor sneller leren. In een klas van enkel Syrische leerlingen moet ik er echt over waken dat er Nederlands gepraat wordt."

Hebben die leerlingen het extra moeilijk om te volgen op school?

Vercruysse: "Daar kan je niet omheen. Ik ben onlangs eens gaan kijken in Lubbeek. Toen besefte ik dat we te veel van hen vragen. Waar moeten zij bijvoorbeeld hun huiswerk maken? In de gemeenschappelijke ruimte zit zo’n tweehonderd man. Daar wordt de was gedaan, spelen kinderen, staat de stroomgenerator, enzovoort."

"Je ziet daar de mama van een leerling, die in haar eigen land een carrière als arts had. Je ziet haar daar op haar pantoffels bij de wasmachine staan kijken hoe twee andere mensen ruziemaken. Dan denk ik echt: hoe moet die zich toch voelen? Zij staat hier, ergens in België in een loods, terwijl ze daar echt alles had. Hier zijn mensen als zij opeens niets meer. Enkel ‘vluchteling’."

"Gelukkig verzorgt een maatschappelijk werkster vanuit het centrum in Lubbeek zelf het contact tussen de scholen. Zij waakt er bijvoorbeeld over dat de kinderen effectief naar school gaan, aangezien hier leerplicht is. Met haar hebben we dagelijks contact."

Doen jullie voor die kinderen in Lubbeek dan veel extra moeite?

Vercruysse: "We geven alle kinderen de kans om aan buitenschoolse activiteiten mee te doen. Hiervoor werken we samen met de stad Leuven. Bruno Magnus, een jeugdwerker van de stad, komt hier wekelijks meermaals over de vloer. Hij organiseert een heleboel activiteiten voor de leerlingen, van voetbaltoernooitjes tot begeleiding naar jeugdbewegingen of andere hobby’s."

"Zo was er onlangs een leerling die vertelde dat hij in Syrië trompet speelde. Bruno heeft een trompet en een muziekschool geregeld en nu kan die jongen dat weer doen. Naar school gaan is één ding, maar het is daarnaast ook belangrijk dat ze een sociaal netwerk uitbouwen. Als ze volgend jaar doorstromen naar een andere school, moeten ze niet meer helemaal van nul beginnen."

"In een klas van enkel Syrische leerlingen moet ik echt waken dat er Nederlands gepraat wordt"

Ruth Vercruysse, OKAN-leerkracht

Zijn de OKAN-klassen aan het Sint-Albertuscollege de enige in de buurt?

Vercruysse: "OKAN-scholen vind je over heel Vlaanderen. Per scholengemeenschap mag je één inschrijvingsschool hebben. Daarnaast hebben wij ook nog een vestiging in het Sint-Jozefinstituut in Kessel-Lo."

"We zitten voor beide plaatsen ver boven onze limiet. Wij zitten momenteel aan 95 leerlingen, terwijl we eigenlijk maar tot 75 kunnen gaan. Je moet dan ook steeds nieuwe leerkrachten aannemen."

"In september starten we weer met een klein groepje leerlingen zonder te weten hoeveel er nog bij zullen komen doorheen het jaar. Die extra leerkrachten hebben dus nooit een garantie op vast werk."

Is er ook opvang voorzien voor de anderstalige kinderen eens ze ‘afgestudeerd’ zijn in hun OKAN-jaar?

Vercruysse: "We werken met een vervolgcoach. Die houdt zich bezig met de richtingen die de kinderen het jaar erna uitgaan. De coach zoekt voor hen een nieuwe school. Als zij of hun ouders achteraf nog met vragen of problemen zitten, kunnen ze ook bij hem terecht."

"Het probleem is dat iedere school maar voor 22 uren een vervolgcoach krijgt, ongeacht of die coach nu instaat voor 40 of voor 150 leerlingen. In combinatie met het verlies van expertise door de in- en uitstroom van leerlingen, bemoeilijkt dat onze job. We proberen al lang het systeem te veranderen, maar tot nog toe zonder succes."