U mag binnenkomen! Kunst bijt niet!

Leuvense kunstgalerijen in de kijker

14 February 2018
Artikel
Weinig plekken doen mensen zo terugdeinzen als een galerij met kunst in de vitrine. Galerijhouders in hartje Leuven proberen elk op hun eigen manier de strijd aan te binden met deze drempelvrees.

Terwijl Frans Vanhove een bordje ‘U mag binnenkomen! Kunst bijt niet!’ in de vitrine plaatst, wacht Johan van Cutsem bij galerij 't Oogenblik dan weer vol ongeduld de nakende zomer af omdat een open deur wonderen doet. ‘En dan komen mensen soms binnen al prevelend ‘ja, maar ik kom alleen maar kijken hoor’, lacht hij. ‘Ja, natuurlijk? Wel logisch dat je begint met te kijken!’

Hoewel Frans Vanhove het gevoel heeft dat die drempelvrees aan het minderen is, verbaast hij zich er toch nog steeds over dat mensen alleen maar durven fluisteren in zijn zaak. ‘Doe gewoon’, raadt hij aan, ‘het is maar kunst!’

Handelszaak of ontmoetingsplek?

Van Cutsem, die met galerij ’t Oogenblik zowel zijn eigen fotografisch werk tentoonstelt als dat van andere jonge buitenlandse fotografen, betreurt die houding. ‘Voor mij is een galerij een plek waar de mensen de kans krijgen om iets nieuws te ontdekken en waar de kunstenaar iets kan tonen.’ In zijn galerij is verkoop niet het hoogste doel, hij ziet het eerder als een ontmoetingsplek of een platform.

'Op romantiek kan ik mijn huis niet afbetalen'

Frans Vanhove, Frans Vanhove Art Gallery

Ook Antoon Verbeeck van Atelier 88 heeft tien jaar geleden zijn galerij opgericht om als kunstenaar werkelijk met zijn publiek in contact te kunnen staan. 'Ik wou de tussenschakel uitschakelen die galerijen en critici zijn', vertelt hij. 'Ze stellen je als kunstenaar in een afhankelijke positie. Vandaag ben je interessant voor hen, maar morgen niet meer en dan hebben ze er gewoon weer tien anderen om uit te kiezen.'

Helemaal aan de andere kant van het spectrum vertoeft Frans Vanhove, die meteen de ‘romantische’ gedachte probeert te ontkrachten. ‘Om het cru te stellen: een galerij, dat is een winkel. Ik verdien hier mijn brood mee en idem voor de kunstenaars met wie ik werk. Op romantiek kan ik mijn huis niet afbetalen.’

Alternatieven om klanten te lokken

Kunstenaars die hun eigen werk verkopen laten duidelijk sneller het traditionele concept van een kunstgalerij los om hun werk bij het grote publiek te brengen, in tegenstelling tot galerijhouders die louter andere kunstenaars vertegenwoordigen.

Theys & Miseur, die hun eigen glaskunst verkopen, lokken bijvoorbeeld klanten door in de vitrine goedkopere interieuraccessoires te plaatsen die een jonger publiek trekken. Als je het juist aanpakt, kan een galerij immers net minder hoogdrempelig zijn. ‘Het fijne aan een galerij is dat je de stukken eens kunt optillen, ronddraaien, voelen, dat gaat natuurlijk niet zomaar in een museum.’

Antoon Verbeeck daarentegen heeft besloten de allerlaatste schakel tussen zijn kunst en publiek te elimineren en zijn eigen galerij op te doeken om zich toe te leggen op videokunst en projecties. ‘We moeten meegaan met de tijd’, meent hij. ‘De tijd waarin kunst gewoon in galerijen werd verkocht is voorbij. Vroeger moest je een catalogus drukken, terwijl ik nu Youtube gebruik om mijn publiek te vinden.’

Succesfactor

Voor galerijhouders die niet voornamelijk hun eigen werk bij het publiek willen brengen, werkt zo’n zaak helemaal anders. Frans Vanhove houdt er ook niet van om als iets bijzonders aanzien te worden: ‘Ik moet hiervan leven, ik ben niet een of andere rijkaard die met al zijn speelgoedgeld een beetje in de kunst gaat zitten.’

'Je moet de beste werken uit duizenden kunnen kiezen'

Gaston Piersoul, Sango Art Gallery

Een goede galerij kan de terughoudendheid van voorbijgangers dan proberen te omzeilen door een klantenbestand op te bouwen. Dat gebeurt bijvoorbeeld via vernissages zo nu en dan, door op kunstbeurzen te staan, nieuwsbrieven te versturen, samen te werken met buitenlandse galerijen… Al ligt de ultieme succesfactor volgens Gaston Piersoul van galerij Sango bij een fijne neus. ‘Galerijhouder kunnen zijn, heeft met feeling te maken. Je moet de beste werken uit duizenden kunnen kiezen.’ Sango Art Gallery vond zijn niche in Belgische en Zimbabwaanse kunst. ‘Hedendaagse beeldhouwers maken een moule die gescand wordt en op de millimeter wordt afgewerkt. Men komt daar bijna niet meer met de handen aan en dat is spijtig. Bij de kunst uit Zimbabwe wordt alles nog met de hand gedaan’.

Frans Vanhove merkt op dat het als galerijhouder bovendien veel interessanter is om buitenlandse artiesten tentoon te stellen. ‘Veel mensen zien een kunstenaar en vragen vanwaar die is. Als je dan ‘Gent’ antwoordt, rijden ze naar daar of kopen ze het online.’

Hoewel elke galerij impressionante namen naar voren kan schuiven, zoals Dali en Panamarenko bij Sango Art Gallery en Alechinsky bij Dessers, heerst er geen competitieve sfeer tussen de verschillende galerijen. ‘Hier heb je geen concurrentiestrijd, omdat ieder zijn eigen visie en werken heeft’, beweert Daan Theys.