'Tweets on the streets'

Het waarom van protesteren

19 december 2016
Artikel
Auteur(s): Simon Thys
Uit de geschiedenis blijkt dat studenten er niet vies van zijn om af en toe de straat op te trekken. Maar waarom zou je in godsnaam een hele dag slogans scanderen en wandelen door de straten?

Er zijn heel wat motieven om de straten op te trekken. De identificatie met een bepaalde groep of een gedeelde ideologie is daar één van. Deze worden daarbovenop versterkt door krachtige emoties als boosheid of frustratie.

Volgens professor Jacquelien van Stekelenburg van de Vrije Universiteit van Amsterdam (VU), die gespecialiseerd is in sociale bewegingen en protesten, worden die motieven nog aangejaagd door onder andere de digitale wereld. ‘Jongeren protesteren niet minder dan vroeger', meent ze, 'maar wel anders door onder meer het digitale tijdperk. Als jongeren deelnemen aan digitale vormen van activisme, zijn ze in het algemeen ook actief op straat. Het online activisme is bij veel jongeren een een-op-eenrelatie met activisme in de straat. Tweets on the streets.’

Naast de online wereld zijn er nog andere belangrijke versterkers. Het hebben van klachten, het denken dat protesteren effectief iets bijdraagt, maar ook identiteit en social embeddedness kunnen leiden tot meer demonstreren. Je bent socially embedded bij je vrienden, familie en allerlei organisaties, zoals een vakbond.

'Protesteren is stemmen met je voeten'

Jacquelien van Stekelenburg, professor VU en deskundige over protesten

‘In Nederland hebben we een studentenvakbond, dat is een belangrijk verschil met België. Als er een probleem is, gaan de studenten hun achterban mobiliseren. Protesteren is een klassieke manier van vakbonden om hun ongenoegen te uiten. Als er geen vakbond is voor studenten, missen ze een coherent bindmiddel. Ik kan me voorstellen dat dat een invloed heeft op de mobilisatiegraad’, stelt van Stekelenburg.

Maar een studentenvakbond kan volgens haar gecompenseerd worden door het feit dat er veel contact is tussen studenten. ‘Studenten hebben iets anders: ze zien elkaar bijna dagelijks. En ze zitten vaak in studentenorganisaties. Dan is er een sociale norm en druk als ze je vragen: ‘Je doet morgen toch mee met het protest?’ Zo voel je je toch meer verplicht’, aldus de professor.

Links, rechts

‘Er wordt gezegd dat protesteren stemmen met je voeten is. Als je als burger je tekort gedaan voelt, dan heb je grofweg twee wegen die je kan bewandelen. De eerste is de politieke weg, de tweede is de straat’, zegt van Stekelenburg.

Er is een onderscheid tussen politiek linkse en rechtse mensen. ‘Rechts georiënteerde mensen uiten over het algemeen hun ongenoegen via de partijpolitiek, dat zien we op dit moment heel sterk gebeuren rond populistisch rechts. Linkse mensen zijn ook actief in de partijpolitiek maar als er tussen de verkiezingen door problemen zijn die ze op de agenda willen zetten, trekken ze algemeen genomen meer de straten op.’ Links, rechts, jong of oud: iedereen lijkt op een bepaalde manier z'n ongenoegen steeds te uiten. Al dan niet met een protest. En jij?