Timmeren aan de weg (5): Soe Nsuki

“Humor brengt je dichter bij de grietjes”

16 November 2015
Interview
Auteur(s): Jasper Van Loy
Hou je lachspieren in de aanslag, want een nieuwe generatie stand-upcomedians dient zich aan. Veruit de vrolijkste in het pak is Soe Nsuki, een Antwerpse met een verleden als breakdancer.

Lukas Lelie, Jens Dendoncker, Kamal Kharmach, Onno Lolkema. Nobele onbekenden voor de meesten, maar rijzende sterren in comedyland. Voeg in dat rijtje ook gerust Soe Nsuki toe. Zij staat nog maar een kleine twee jaar op de planken, maar speelde al de finale van de Culture Comedy Award. Toch lagen haar passies toen ze jonger was elders.

Soe Nsuki: «Ik dans al heel mijn leven. Toen ik zes was, ben ik begonnen met balletles. Uiteindelijk ben ik daarmee gestopt, omdat het een heel competitieve wereld is. Er is maar één prima ballerina, de rest staat achteraan. Sommigen gedijen daarin, ik heb het daar moeilijk mee.»

«Op een braderie zag ik een paar breakers hun ding doen. Ik wist meteen: dit wil ik ook doen. Nu.»

Is er dan geen competitiviteit tussen breakdancers onderling?

Nsuki: «Niet op die manier. Ballet staat voor mij gelijk aan uniformiteit. Iedereen moet alle bewegingen op dezelfde manier uitvoeren. Je kan niet zomaar je hand de andere kant uitzwaaien omdat dat creatief is.»

«Bij break is er een basisarsenaal aan bewegingen, maar daar doe je je eigen ding mee. Daardoor is het niet zo belangrijk wie de beste is, want iedereen is de beste in zijn eigen stijl. Ik dans bijvoorbeeld heel funky, energiek en blij.»

“Comedy is geen ballet”

Je bent eerder toevallig in de comedy beland.

Nsuki: «The Joker (Antwerps comedycafé, red.) ligt tussen mijn huis en jeugdhuis Kavka, waar ik ga dansen. Toen ik daar de aankondiging van de open mic zag, besliste ik impulsief om mee te doen. Normaal gezien moest ik mij eerst inschrijven, maar na wat aandringen stond ik dezelfde avond nog op het podium.»

«De angst die veel comedians voelen om het podium op te kruipen, heb ik niet. Als breaker heb ik veel ervaring met battles. Net zoals bij comedy sta je er in het midden en kijkt iedereen naar je. Het is aan jou en enkel aan jou. Ik ken die druk dus.»

VOLHOUDEN

Comedians nemen een steeds centralere plaats in in het maatschappelijke debat. Denk maar aan Wouter Deprez en het Essersverhaal. Vind je dat comedians dat moeten doen?

Nsuki: «De enige plicht die comedians hebben, is om eerlijk te zijn tegenover zichzelf. Een komiek moet iets vertellen omdat hij het wil vertellen, niet omdat het per toeval voor een lach zorgt. Ik weet dat mensen lachen met grappen over mijn huidskleur of mijn regels, maar ik heb niet de behoefte om die te maken.»

«Voor de rest denk ik niet dat comedy iets moet zijn. Comedy is geen ballet (lacht). Sowieso weet ik weinig over de stand-uptraditie. Voor mijn debuut had ik nog nooit een komiek live zien spelen.»

“Ik heb geen behoefte om te vertellen over mijn huidskleur of regels”

Artikels over jou noemen je vaak in een adem met een hele rist collega’s, zoals Lukas Lelie en Kamal Kharmach. Is er echt sprake van een nieuwe generatie?

Nsuki: «Het is uitzonderlijk dat zoveel jonge gasten het volhouden. In de comedy zien we veel nieuwelingen komen, maar ook gaan. Alleen daar gaan staan is voor velen heel confronterend. Als je een halfuur staat te sucken, heb je het wel geweten. Dat is zoals de hele avond optrekken met iemand die de pik op je heeft.»

Geeft een comedypubliek je krediet? Krijg je de kans om te groeien?

Nsuki: «Ik speel meestal in een line-up van meerdere comedians. Als je slecht hebt gespeeld, vergeten veel toeschouwers dat. Ze onthouden met wie ze gelachen hebben.»

«Sommige mensen in het publiek geven wel een heel negatieve vibe. Het zit dus vooral in het hoofd van de komiek zelf. Fuck, ze lachen niet, denk je dan. Die ene zit op haar gsm te loeren, nog iemand anders is bier gaan halen. Alert, Soe, alert! (lacht)»

BMX-PARCOURS

Waarom is comedy een mannenwereld?

Nsuki: «Een deel van de verklaring ligt bij de traditie. Zestig jaar geleden hadden vrouwen pas stemrecht en moest ik er niet aan denken om op een podium te staan. Veel bekende komieken uit de geschiedenis zijn dan ook mannen. Dat verhoogt de drempel voor vrouwelijke comedians die het ook eens willen proberen»

«De drang om je te bewijzen, wat alle comedians wel hebben, is ook iets mannelijks. Een halfuur lang praten met de bedoeling dat de mensen ermee lachen, is puur haantjesgedrag. In die opzichten is grappen maken ook punten scoren. Ik val niet op vrouwen, maar in evolutionair perspectief brengt humor je dichter bij de grietjes. (lacht) Natuurlijk zijn er nog andere redenen om aan comedy te doen, zoals jezelf uitdrukken. Als ik een paar weken niet optreed, word ik zot.»

“In een cultureel centrum spelen? Een vak apart”

Voelde je je snel thuis in het comedymilieu?

Nsuki: «Heel snel. Ik ben opgegroeid met vier broers. Thuis heb ik uren gegamed, gebasketbald en gevoetbald met hen. We gingen fietsen op een bmx-parcours dat we zelf hadden gebouwd.»

Nigel Williams gaf onlangs aan dat hij na zijn huidige zaalshow geen grote optredens meer zal spelen. Blijft een eigen volavondshow een doel?

Nsuki: «Eigenlijk wel. Als ik zo grappig kan worden dat mensen een kaartje kopen voor mij alleen, dat is toch graaf.

«Ik hou ook van kleine plekjes hoor. In The Joker speel ik graag, net als in De Barcode in Leuven. In een klein zaaltje zit je met je neus op het publiek. Je kunt meteen iets aanvangen met de energie die het publiek je geeft. In een cultureel centrum optreden is een vak apart. Ik doe het wel, maar het is veel moeilijker.»

Binnen tien jaar is Soe Nsuki…

Nsuki: «Heel grappig, hopelijk?(schaterlacht)»

Je professionele weg uitstippelen in de culturele sector: het is een zware klus. Veto interviewt tweewekelijks jonge makers die dapper de laatste nagels in de muur slaan.