Timmeren aan de weg (1): Jan Martens

"Streven naar perfectie is mooier dan de perfectie bereiken"

22 September 2015
Interview
Perfection is boring: het lijkt wel de lijfspreuk van de jonge Belgische choreograaf Jan Martens. Steeds gaat hij op zoek naar de essentie, naar precies dat punt waar alle maskers afvallen.

Jan Martens is hot stuff in de internationale danswereld. Met maar liefst drie verschillende voorstellingen toert hij momenteel de wereld rond. Tussen al dat reizen door maakt hij deze week een tussenstop in Leuven voor STUK START, het startfeest van het Leuvens kunstencentrum STUK.

"Ik vind het belangrijk om ook de Belgische cultuurcentra aan te doen," vertelt Martens, "En daarmee bedoel ik niet enkel kunstencentra zoals STUK, maar bijvoorbeeld ook een tussenstop in Koksijde of Ieper. Er liggen zoveel kansen, het is belangrijk die te kunnen én te willen grijpen."

Tijdens STUK START breng je met de solovoorstelling Ode to the attempt een humoristisch zelfportret. Welk verhaal wil je vertellen?

Jan Martens: «Ode tot the attempt biedt een inzicht in mijn werkproces. Ik wil de kloof met het publiek verkleinen en laten zien wat er achter een voorstelling schuilt. Zo schets ik een portret van hoe ik als persoon én choreograaf in elkaar zit.»

“Wij willen gaan voor de echte ontmoeting”

Hoe zou jij jezelf omschrijven als choreograaf?

Martens: «Ik ben op zoek naar het menselijke. Ik geloof dat je door af te pellen naar de essentie, het maximale uit de kast kan halen. Vertrekkend vanuit een minimalistisch oogpunt, levert dat volgens mij een maximaal resultaat op.»

«Kort samengevat kan je mijn voorstellingen steeds zien als één tableau, dat in al zijn aspecten wordt blootgelegd. Er blijft telkens één beeld op je netvlies branden.»

Waarop selecteer je de dansers?

Martens: «Ik moet een goede vibe voelen, dat is het belangrijkste. Daarnaast zoek ik naar een diversiteit aan lichamen. Niet het perfecte lichaam, maar net het atypische, de underdog spreekt me aan.»

«Daarin zit bovendien veel meer communicatiekracht dan in een perfect lichaam. Mijn voorstellingen moeten een afspiegeling zijn van de maatschappij. Ik ben niet op zoek naar een utopie.»

Wat betekent schoonheid dan precies voor jou?

Martens: «Ik vind het heel fijn om schoonheid te vinden in de dingen waar je die op het eerste gezicht nooit zou ervaren. Zo heb ik een duet gemaakt voor een jongen van veertien en een man van zesentwintig. Dat roept meteen een taboesfeer op. Het publiek vraagt zich af of het geoorloofd is dat mooi te vinden.»

«Tegelijkertijd ligt schoonheid voor mij ook in het falen. In de erkenning dat imperfectie toch de moeite waard is om gezien te worden. Streven naar perfectie is mooier dan de perfectie bereiken.»

UITPUTTEND

In de voorstelling The Dog Days are Over laat je de dansers een uur lang springen. Zoek je zo de grenzen van het menselijk lichaam op?

Martens: «Ik wil vooral de menselijkheid achter de performer naar voren brengen. Een voorstelling hoeft niet fysiek zwaar te zijn, maar kan ook mentaal uitputtend zijn. Door die extremen op te zoeken, kan je vlot communiceren met je publiek. Precies daarom ga ik steeds voor het uiterste.»

“Ik ben niet op zoek naar een utopie”

Werk je tijdens dat proces steeds vanuit de dansers zelf?

Martens: «Ik bied de dansers steeds een streng kader, maar verplicht hen dat zelf in te vullen. The Dog Days are Overis een buitenbeentje, maar bij de meeste van mijn voorstellingen zou de choreografie helemaal anders geweest zijn, mochten er andere dansers hebben gestaan.»

Waar ligt voor jou het evenwicht tussen het verhalende en het abstracte in een dansvoorstelling?

Martens: «Ik probeer het zoeken naar een verhaal over te laten aan het publiek, maar reik hen wel voldoende kapstokken aan. The Dog Days are Over is bijvoorbeeld een erg abstracte voorstelling. Toch werk je met ritme, dynamiek en focus. Dat zijn universele elementen, die iedereen begrijpt.»

Het is enorm belangrijk voor de danskunst dat er heel experimentele, conceptuele werken worden gemaakt, maar er moet ook meer zijn. Je moet manieren vinden om je publiek te bereiken. Naar mijn gevoel was die balans in de danswereld een tijdje zoek.»

“Ik wil dat alle maskers afvallen”

SOCIAAL EXPERIMENT

Je nieuwste project heet The Common People. Daarin werk je samen met gewone mensen uit éénzelfde stad.

Martens: «Concreet werk ik steeds met twee groepen, die elkaar pas tijdens de voorstelling voor het eerst ontmoeten. Op het podium gaan ze elk in duet met iemand uit de andere groep. Ze weten op voorhand niet met wie. Een uur voor de voorstelling krijgen ze een script waarin staat wat ze precies moeten doen. Zo wil ik ervoor zorgen dat de spelers niet met het publiek bezig zijn. We willen gaan voor de échte ontmoeting, voor het waarachtige.»

Wat hoop je dat op het podium zal ontstaan?

Martens: «Ik wil dat alle maskers afvallen. De voorstelling gaat voor mij in de eerste plaats over het vinden van intiem contact. Dat staat in sterk contrast met de huidige gedigitaliseerde samenleving waar precies die intimiteit soms lijkt te verdwijnen. Ik wil laten zien dat een ontmoeting tussen twee mensen niet banaal is, maar net ongelofelijk mooi en heel ontroerend.»

Je professionele weg uitstippelen in de culturele sector: het is een zware klus. Veto interviewt tweewekelijks een jonge maker, die dapper de laatste nagels in de muur slaat.

Jan Martens (België 1984) studeerde aan de Fontys Dansacademie in Tilburg en studeerde in 2006 af aan het Artesis Koninklijk Conservatorium in Antwerpen. Hij werkte als performer o.a met Koen De Preter, United-C, en Ann Van den Broek. In 2009 ging hij zelf aan de slag als choreograaf.

Zijn eerste grote werk was i can ride a horse whilst juggling so marry me (United-C, 2010), een werk dat een generatie jonge vrouwen portretteerde in een samenleving die wordt gedomineerd door sociale netwerken. Hij maakte ook to love duets: a small guide on how to treat your lifetime companion en sweat baby sweat. Beide werken onderzoeken het clichébeeld van een man-vrouw relatie.

Vanaf 2013 is hij Artist in Residence bij het International Choreographic Arts Centre in Amsterdam. In 2014 creëerde hij het intensieveThe dog days are over voor een groep dansers. Het concept is eenvoudig: hij laat de dansers een uur lang springen. Daarnaast maakte hij ook een solo voor zichzelf, Ode to the attempt.The common people, een reeks duetten van mensen die elkaar voor het eerst ontmoeten op de scène, staat in de steigers voor 2015.