Tegen de Stroom in: Onwaardig wachten

“We worden niet als mensen behandeld”

30 May 2016
Reportage
Auteur(s): Brecht Castel
Aan de Servisch-Hongaarse grens wachten honderden vluchtelingen. Hongarije laat slechts met mondjesmaat mensen toe. Zo ontstaan wachtrijen in mensonterende omstandigheden zonder sanitair.

Mijn fiets en ik kruisen de grens en komen aan in Kelebija, een Servisch dorp op de grens met Hongarije. Op een paar honderd meter van de grensovergang staat een tiental Afghaanse mannen en kinderen onder een parasol. Het is 35°C en ze wachten tot hun smartphones opgeladen zijn. Shakib Daqiq was tolk in Afghanistan en is een van hen. Hij dolt wat met zijn zesjarige zoon Sadi.

“Mijn vrouw en mijn twee jongste zonen zijn momenteel in Turkije. Ze werden naar daar gedeporteerd vanuit een bos in Bulgarije. Sadi mist zijn mama,” vertelt papa Shakib. “We zijn nu vier maanden onderweg en hebben grote delen te voet afgelegd. Onderweg heb ik soms bladeren en gras gegeten. Als ik hier in Servië gras zie, moet ik terugdenken aan die donkere momenten.”

Vader en zoon zijn nu al vijftien dagen in Kelebija. Hier krijgen ze voedselhulp van het Rode Kruis en UNHCR, de vluchtelingenorganisatie van de Verenigde Naties (VN). De dankbaarheid is groot, maar er is ook woede over hun huidige leefsituatie. “We zijn hier met meer dan honderd mensen en er zijn geen douches of wc’s. Er is slechts één waterkraan. We worden niet als mensen behandeld,” zucht Shakib.

“We zijn hier met meer dan honderd mensen en er zijn geen douches of wc’s. Er is slechts één waterkraan. We worden niet als mensen behandeld”

Shakib Daqiq

Sinds begin april leven hier tussen de 100 en de 200 mensen vlakbij de grens. In het nabijgelegen Horgos verblijven er momenteel nog 300 personen in gelijkaardige omstandigheden. Het merendeel van deze mensen wil legaal de grens over om in Hongarije asiel aan te vragen.

Hongarije laat echter maar een tiental mensen per dag door in Kelebija. Voor veel families betekent dat dus weken wachten. Volgens een recent rapport van de VN is dat Hongaarse quotum in strijd met de Europese wetgeving.

Hondenhok

De eerste indruk van de verblijfplaats van Shakib en zijn lotgenoten is ronduit choquerend. De tenten staan pal naast het hoge hek met prikkeldraad dat de grens vormt. In het midden van het terrein ligt een grote hoop afval. De stank komt je tegemoet. Mensen doen hun gevoeg hier in de bosjes rondom, want er is geen andere mogelijkheid.

Het is bloedheet en velen puffen uit in de schaduw van een vervallen Duty Free Shop. Het gebouw herinnert aan vrolijkere tijden, maar de kinderen trekken het zich niet aan en spelen met een kapotte bureaustoel. De locatie is allerminst een veilige speelplaats. Sadi heeft een wonde aan zijn voet doordat hij in een nagel trapte.

Een baby roept om haar moeder. Zij is Syrische en is hier alleen met haar vier kinderen. Ze zijn geen uitzondering. Bijna alle mensen hier komen uit Syrië, Afghanistan of Irak. Een op vier zijn vrouwen en vier op tien kinderen.

Wat verder staat een tent die deels gemaakt is uit golfplaten en een oude deur. Zoals alles hier is het geïmproviseerd. Binnenin praat ik met de voormalige veiligheidsagent Ramin Saeedy, zijn hoogzwangere vrouw Nahida en haar broer Ashraf. “Als je het van buitenaf bekijkt, lijkt het op een hondenhok,” glimlacht Ramin zuur. “Aan de andere kant van de straat stoppen mensen soms hun auto om naar ons te staren. We voelen ons beschaamd.” Ashraf vult aan: “Ik was ingenieursstudent, maar hier zijn we niets.”

Nahida biedt me tijdens ons gesprek energierijke koekjes aan. “Toen ik leerling was in Afghanistan brachten de VN dezelfde koeken naar onze school. Ik heb er zo al veel gegeten,” lacht haar man veelzeggend.

Op 1 februari vertrokken Ramin en zijn vrouw uit hun land. “Toen we vertrokken waren de meeste grenzen open. Maar toen kreeg ik een bericht van familie in Budapest: “Alle grenzen zijn dicht.” Terruggaan naar Afghanistan is ook geen optie, want daar zijn we in gevaar,” vertelt Ramin.

Onofficiële wachtlijst

Nahida voelt de baby soms stampen in haar buik. In de tent is het haast even warm als buiten. Dit zijn geen goede omstandigheden voor haar en de baby. “Aan de Hongaarse politie en aan het UNHCR heb ik laten weten dat mijn vrouw zwanger is,” zegt Ramin. “Maar dat maakt blijkbaar niet uit. We moeten hier blijven, wachten op onze beurt. Wanneer is onduidelijk.”

Die onduidelijkheid is misschien nog de grootste frustratie van de mensen hier. Wanneer zijn smartphone is opgeladen, kom ik Shakib weer tegen. Van de Afghanen spreekt hij het beste Engels. Bij gebrek aan een officiële tolk probeert hij hen een stem te geven bij de autoriteiten. “In een notaboekje hou ik bij welke families hier al het langste zijn, maar daar wordt niet altijd rekening mee gehouden,” zegt Shakib.

“We moeten hier blijven, wachten op onze beurt. Wanneer is onduidelijk”

Ramin Saeedy

“We proberen de meest kwetsbare personen te identificeren en prioriteit te geven,” zegt Mirjana Milenkovski van het UNHCR Servië. In de praktijk zijn er evenwel ontzettend veel vrouwen en jonge kinderen en moeten ook zij wekenlang wachten in deze moeilijke omstandigheden.

Nochtans is er in de stad Subotica, op 15 kilometer van Kelebija, een uitgerust opvangcentrum met wifi en sanitair. Maar niemand wil daarnaartoe. “Ze willen niet weg van hun plek aan de grens, omdat ze bang zijn. Bang om hun kans om Hongarije binnen te mogen, kwijt te raken,” zegt Milenkovski.

De onzekerheid en het gebrek aan een duidelijke wachtlijst noodzaakt de vluchtelingen dus om vlakbij de grens te blijven kamperen. De VN vraagt al maanden de toestemming aan de Servische overheid om hier mobiele toiletten te plaatsen. Maar die vraag wordt steeds afgewezen om onduidelijke redenen.

Zingen

De avond valt over Kelebija. Een Afghaanse vriend van Shakib gaat zich opfrissen aan de enige kraan. Hij was advocaat in zijn thuisland en probeert zich nu zo goed mogelijk te wassen – zonder privacy en bovendien met zicht op de prikkeldraad.

Toch houden de Afghanen de moed erin. Ze proberen hun tent netjes te houden en steken kampvuren aan om thee te maken en eieren te koken. Shakib nodigt me uit voor het avondeten. Hij excuseert zich meerdere keren omdat hij me niet meer kan aanbieden dan wat rauwe groenten, brood en gekookte eieren. Opengescheurde plastic zakken van de VN-voedselhulp doen dienst als borden en het gespreksonderwerp is de rijke Afghaanse keuken.

We lachen veel en om de beurt wordt er gezongen. Een Afghaan vraagt al lachend een jonge Koerdische vrouw ten huwelijk. Zij heeft geen interesse, want ze is ambitieus en wil politica worden. Tijdens de lange reis heeft ze een zware hoest opgelopen, maar gelukkig is er dagelijks medische bijstand van Artsen Zonder Grenzen.

Terwijl we eten komen nieuwe mensen aan. Een gezin laat zich op de lijst van Shakib zetten, maar besluit meteen verder te gaan naar Horgos. Het gerucht doet de ronde dat Hongarije daar meer mensen per dag doorlaat. Later lees ik in een rapport van de VN dat het over een vals gerucht ging en dat er daardoor nog meer mensen in Horgos aankomen. Zo zijn er niet genoeg tenten en slapen mensen onder de blote hemel.

Ook vijf jonge Syrische mannen komen aan. Zij zullen vannacht proberen over het hek te kruipen, maar ze laten hun namen op de lijst plaatsen voor als het niet lukt. Legaal wachten betekent voor alleenstaande mannen geen weken, maar maanden. We wensen hen succes.

Hoelang de gezinnen van Ramin en Shakib hier moeten wachten, blijft onzeker. Ook hun toekomst in Hongarije is onvoorspelbaar. Veel migranten wachten de asielprocedure in Hongarije niet af en reizen verder. Maar ook een verplichte terugkeer naar Servië behoort tot de pijnlijke mogelijkheden.

Onze reporter fietst van Leuven naar de Balkan op zoek naar verhalen over migratie en integratie.

Volg de reportagereeks 'Tegen de Stroom in' ook op Facebook.