Taiwan verdeeld in onafhankelijkheidsstrijd

China's andere probleemkind

19 November 2019
Artikel
Auteur(s): Emiel Roothooft
De laatste tijd horen we vooral van China's rebelse bastaard Hongkong, maar ook in Taiwan groeit de onenigheid. Het eiland is meer verdeeld dan ooit: voor of tegen China?

Met het overlijden van Su Beng heeft Taiwan een boegbeeld van de strijd om onafhankelijkheid verloren. De hoogbejaarde activist was tot zijn overlijden op 20 september nog werkzaam als senior advisor onder president Tsai Ing-wen. In het standaardwerk Taiwan's 400 Year History benadrukte hij de onderdrukking en vernedering waaronder de bevolking gedurende meerdere eeuwen gebukt ging. Uiteraard was daarbij de grootste rol weggelegd voor de vijanden van oudsher: de maoïsten. Onder Mao werd in 1949 de republikeinse partij Kuomintang met consorten verdreven naar Taiwan. De Republiek China was geboren. Deze contra-intuïtieve naam blijft tot op vandaag de officiële naam van het eiland. Wat deze echter vooral toont, is Taiwans schizofrene houding tegenover het vasteland.

Een generationeel conflict

In januari van volgend jaar trekken de Taiwanezen opnieuw naar de stembus. De huidige regering onder leiding van Tsai Ing-wen (Democratic Progressive Party) is populair, maar ook haar grootste uitdager ziet zijn aanhang gestaag aangroeien. Han Kuo-yu van de Kuomintang zal de huidige president het vuur aan de schenen leggen.

Met deze presidentsverkiezingen wordt een breuklijn in het Taiwanese sociale landschap steeds duidelijker: jongeren versus ouderen. De ouderen, die vooral het platteland bevolken, zijn meer geneigd voor Kuomintang te stemmen, de partij die door Mao naar Taiwan werd verbannen en daar de Republiek China stichtte. De Kuomintang staat voor traditie en nostalgie naar de tijd op het vasteland, maar ook voor pragmatisme. Hun presidentskandidaat Han Kuo-yu heeft zich in zijn campagne meermaals positief uitgesproken over een nauwere samenwerking met de communistische Volksrepubliek. Volgens Han heeft zo'n samenwerking niet alleen economische voordelen, diplomatisch zou Taiwan haar rol er ook mee kunnen verstevigen. 

China heeft met de Salomonseilanden onlangs immers nog een land aan zijn diplomatieke lievelingen toegevoegd: de archipel heeft in ruil voor Chinese financiële steun zijn erkenning van Taiwan ingetrokken. Dat hebben ook de Dominicaanse Republiek, Sao Tomé en Príncipe, Panama en El Salvador al gedaan. 

De Taiwanese jongeren moeten daar echter niets van weten. Zij zien via sociale media wat er gebeurt in Hongkong en trekken zich ook het lot van de Oeigoeren aan (een islamitische bevolkingsgroep die op opdracht van Peking in grote detentiekampen gevangen wordt gehouden, red.). De hang naar onafhankelijkheid blijft in de hoofdstad Taipei, een stad gedomineerd door jongeren, sterk voelbaar. De stad is een toonbeeld van het slagvaardige Taiwan, een staat die ook zonder het rijke China zijn mannetje kan staan in de wereldeconomie.

Hongkong gooit olie op het vuur

Sinds het begin van de protesten in Hongkong is er al melding geweest van minstens twaalf incidenten tussen pro- en anti-Chinastudenten op verschillende universiteiten in Taiwan. De aanleiding daarvoor waren in vele gevallen de zogenaamde Lennon Walls, muren waarop activistische slogans en tekeningen werden geplakt die hun steun voor Hongkong uitspraken. Op de I-Shou Universiteit van Kaohsiung heeft volgens de South China Morning Post een Chinese student een Taiwanese pro-Hongkongstudent proberen wurgen. In oktober heeft president Tsai beslist strengere straffen uit te vaardigen voor vandalisme en fysiek geweld. 

In september verzamelden zich in de hoofdstad Taipei ongeveer honderdduizend betogers om hun steun voor Hongkong te betuigen. Daarbij werd een van de organisatoren Denise Ho door een tegenbetoger besmeurd met verf, niet toevallig in de rode kleur. Volgens Ma Xiaoguang, woordvoerder van het Bureau voor Taiwanese Zaken in Peking, was het protest een complot van de DPP van president Tsai om tumult te veroorzaken op het eiland. Opmerkelijk aan deze betoging was de diversiteit van de manifestanten: jong en oud, rijk en arm, boer en professor. Onder de betogers hing een hartelijke sfeer. Boeren gaven zelfs gratis fruit weg. Maar in hun communicatie naar Peking waren ze haarscherp.

Joshua Wong inspireert

Een inspiratiebron voor de protesterende jongeren is de Hongkongse activist Joshua Wong, hét gezicht van de recente protestbeweging in de megastad. Bij een bezoek aan Taiwan in het begin van september betuigde hij zijn steun voor de onafhankelijkheid van Taiwan en vroeg hij de Taiwanese bevolking ook hem bij te staan in zijn strijd om vrijheid. 

Hoewel een eventuele toenadering richting Peking gecontesteerd is onder de bevolking, lijkt de solidariteit jegens Hongkong op een consensus uit te draaien. Beide presidentskandidaten hebben sympathie getoond voor de protesten. De Chinagezinde Han Kuo-yu heeft in een interview met Bloomberg zelfs een oproep gedaan voor meer democratie voor Hongkong.

De presidentsverkiezingen volgend jaar zullen bepalend zijn voor de koers die Taiwan de volgende vier jaar wilt nemen. Schuift Taiwan op naar het Plein van de Hemelse Vrede of gaat het zich nog verder distantiëren van het Tiananmenplein? Hierop zullen we het antwoord weten op 12 januari 2020.