Suske & Wiske en het moderniseringsmysterie

Vlaamse strips worden volwassen

02 May 2018
Artikel
Auteur(s): Benno Debals
Is het een cyborg Jerommeke of een Hell's Angel Rode Ridder, alle Vlaamse superhelden krijgen een modern karakter. De Vlaamse strip slaat een nieuwe weg in, hopelijk een weg met betere verkoopcijfers.

Twee weken geleden kwam de duizendste aflevering uit van Action Comics, de eerste strip waarin Superman voorkwam, en daarmee was het ook dag op dag 80 jaar geleden dat Superman voor het eerst ten tonele verscheen. Daarmee mikt DC op meer dan een miljoen oplagen, cijfers waarover de Vlaamse strip enkel kan dromen. Onze teerbeminde Sus en Wis, Johan de Rode Ridder of de familie Kiekeboe zijn op sterven na dood. Vernieuwing en modernisering moeten de redding brengen.

Zijn tijd voorbij

Die vernieuwing vinden we in de vorm van moderne spin-offs en eigentijdse interpretaties van onze favoriete stripfiguren. Suske en Wiske werd Amoras, een sci-fi epos op het bekende eiland. Jerommeke werd J. Rom, een gouden versie van Robocop. Rode Ridder werd Red Rider, een biker die op zoek gaat naar moderne magiërs. De klassieke Vlaamse stripheld wordt omgetoverd naar de helden die we allemaal kennen van televisie: krachtig, zelfverzekerd, groots en vooral modern.

Vanwaar die evolutie? Professor Jan Baetens, professor in hedendaagse literatuur en graphic novels, ziet vooral dat de Vlaamse strip zijn tijd voorbij is. ‘De Vlaamse strip is een fenomeen dat in de tijd beperkt is, van net na de oorlog tot begin de jaren 70. Daarna beginnen ze zichzelf na te bootsen en is het meer een kwestie van te overleven dan iets nieuws te brengen. Vandaag ziet men dat het publiek vooral Amerikaanse comics en Japanse manga’s leest, dus proberen de verschillende bedrijven daarop in te spelen.’

'Het publiek leest vooral Amerikaanse comics en Japanse manga’s, dus proberen de verschillende bedrijven daarop in te spelen’

Jan Baetens, professor graphic novels

Dan blijft de vraag waarom Superman, Batman en Spider-Man nog altijd lezers trekken, maar onze Vlaamse helden aan het uitsterven zijn. Professor Baetens legt de schuld daarvan vooral bij het kleine Vlaamse medialandschap. ‘Al van in het begin zijn de Amerikaanse helden heel transmediaal. Daar bestonden films en radiofeuilletons van, men werkte dat uit in alle mogelijke media. Het bestaan van al die varianten had invloed op die reeksen zelf en zorgde ervoor dat die veel dynamischer waren en constant evolueerden. Hier in Vlaanderen waren/zijn de industriële mogelijkheden veel beperkter. Dat zorgt ervoor dat men zoveel mogelijk op veilig probeert te spelen en alles uitmelkt. De koe geeft melk zolang ze melk geeft.’

Van Afrika tot in Amerika

Die vernieuwing wordt ook gestuurd door een internationaal fenomeen, zegt Toon Horsten, uitgever van de strips bij Standaard Uitgeverij. ‘Vroeger werd er steeds vanuit reeksen gedacht, maar tegenwoordig ligt de focus eerder op de karakters van die reeksen. Mensen waren eerder geïnteresseerd in het personage van een reeks, zoals Spider-Man, dan de reeks rond Spider-Man zelf. Dat leidde niet enkel tot die transmediale spin-offs, maar ook meer en andere stripreeksen. Dat is dan ook wat wij doen met een J. Rom of Red Rider.’

Wat maakt die vernieuwing nu zo anders dan het origineel? Volgens Lectrr, scenarist van Red Rider, is het publiek vandaag de dag veel slimmer en moet de markt daar bijgevolg op inspelen. De tijden van overexpositie en rechttoe, rechtaan verhaallijnen à la ‘Krimson heeft Schannuleke gestolen, we moeten hem stoppen!’ zijn voorbij. Lectrr: ‘In Red Rider wordt er meer filmisch getekend en nemen we meer tijd om een verhaal te vertellen. We konden dat doen in 80 pagina’s, maar we hebben er 164 over gedaan, omdat de kijker gewoon is om naar tv te kijken waar zaken complex in elkaar zitten en waar je filmisch veel binnenkrijgt.’

'De kijker is gewoon om naar tv te kijken waar zaken complex in elkaar zitten'

Lectrr, scenarist van Red Rider

Die modernisering en internationale invloeden roepen dan meteen de vraag op of deze reeksen ook internationaal kunnen uitgespeeld worden. Lectrr heeft alvast weinig hoop op het vlak van vertalingen en buitenlands publiek. Ook Horsten geeft aan dat het niet gemakkelijk is om de Vlaamse strip op het globale circuit te brengen: ‘Toen we op onze eigen markt heel sterk waren, was het ook gemakkelijk om internationaal door te breken, maar werd die noodzaak niet gevoeld. Nu is die markt veel opener, maar de gemiddelde oplages zijn veel kleiner, daarom is het internationale veel minder interessant. In de tijd dat het kon, is het gewoonweg te weinig gebeurd.’

Velen zijn echter sceptisch over die vernieuwing. Hoewel Red Rider vorige week nog de publieksprijs van Fnac mag gewonnen hebben voor beste strip, vindt professor Baetens er niets aan. Ook stripzaken merken geen spectaculaire cijfers als het gaat om die nieuwe Vlaamse superhelden. Volgens Benny, een medewerker van Leuvense stripzaak Het Besloten Land, heeft de uitgeverij sterk ingespeeld op de media, maar blijven de strips inhoudelijk op niets trekken.

Het is wachten wat de toekomst brengt. Sterren mogen dan wel komen en ze mogen dan wel gaan, maar uiteindelijk is het toch alleen Superman die blijft bestaan.