Studenten in de ‘rat race’

Wedijver en concurrentie tijdens de opleiding

26 september 2017
Artikel
Auteur(s): Tom Dinneweth , Daphne de Roo
‘Ambitie’ linkt men gauw aan ‘competitie’. In de ene studierichting speelt concurrentie een grotere rol dan in de andere. Is de student solidair of neemt de drang om de beste te zijn de overhand?

Motivaties voor hoge punten

Alvorens te bekijken hoe studenten op zoek gaan naar hoge punten, is het opportuun om na te gaan waarom het precies zou uitmaken om beter te scoren dan de rest. Een eerste element dat meespeelt zijn de onderscheidingen. Hoe hoger je punten, hoe meer kans je maakt op een afstudeertitel met (grootste) onderscheiding, al dan niet met felicitaties van de jury.

Een dergelijke titel is echter veeleer een erezaak, zo blijkt uit navraag. ‘Waar de graden van verdienste tien jaar geleden misschien nog wel een impact hadden, bijvoorbeeld voor het verkrijgen van beurzen via het FWO (Fonds Wetenschappelijk Onderzoek), is die impact vandaag de dag nagenoeg afwezig’, verklaarde Ilse De Bourdeaudhuij vorig jaar nog in Veto. Toch is het gewicht van je puntentotaal niet te verwaarlozen. Wie bijvoorbeeld wil specialiseren binnen de opleiding Geneeskunde scoort best wel beter dan zijn collega’s.

Een korte rondvraag leert dat elke faculteit zo zijn eigen euvels heeft, en zijn eigen symptomen van wedijverig gedrag

Anekdotes

Niet in elke faculteit neemt de concurrentiestrijd met andere woorden even grote proporties aan. Binnen de Faculteit Letteren, bijvoorbeeld, zijn de onderzoeksposities ook niet in overvloed aanwezig, maar hebben de behaalde resultaten de facto een minder grote invloed op je kansen in het vervolg van je loopbaan.

Een korte rondvraag leert dat elke faculteit zo zijn eigen euvels heeft, en zijn eigen symptomen van wedijverig gedrag. Zo is aan de faculteit Rechten de zogenaamde ‘studentencursus’ een wijdverspreid gegeven. ‘Zijn er elf lessen, dan wordt een groep aangemaakt van elf studenten, die elk één les uitschrijven en daarna toegang krijgen tot het volledige document’, meent Jan-Baptist Lemaire, kersvers afgestudeerd als master in de rechten. ‘Een twaalfde student valt onherroepelijk uit de boot, en moet zelf een groep opstarten om van hetzelfde systeem te kunnen profiteren. Daarenboven nestelen zich vaak ook ‘valse’ studenten in de groep, die uiteindelijk nooit hun beloofde les transcriberen maar wél profiteren van het werk van collega’s.’

Geneeskunde

De wildste verhalen komen echter uit de faculteit Geneeskunde, waar de concurrentie hoog oploopt naargelang de studenten dichter komen bij een bepaalde specialisatie. Joris*, op dit moment coassistent, schetst de problematiek: ‘De overheid beslist bijvoorbeeld dat er 15 cardiologen mogen afstuderen per jaar. Er zijn 30 kandidaten. Daarvan vallen er al 15 af. In januari wordt dan beslist om er pakweg een 8-tal te aanvaarden. De rest wordt ofwel niet aanvaard, wat wil zeggen dat ze nooit cardioloog zullen worden via de KU Leuven, of in beraad gehouden, wat betekent dat ze achtergehouden worden voor een tweede selectieronde’.

Verder verdwijnen er ook geregeld noodzakelijke dingen, en wordt er info achtergehouden zodat iemand een fout zou maken

Joris*, student Geneeskunde

De specialisatieplaatsen zijn met andere woorden erg dure plekjes, en de resultaten spelen bij de selectie een cruciale rol. ‘In principe kijkt men zowel naar je punten, je masterproef, je prestatie tijdens je coassistentschap, je motivatie en je interview bij het selecteren. Het punt is, op je coassistentschap ga je nu ook niet 20 procent beter scoren dan je collega, ook al presteer je een stuk sterker. De belangrijkste mate waarin je je kan onderscheiden is dus je puntentotaal’, aldus Joris.

En studenten durven best ver gaan om dat puntentotaal hoger te houden dan dat van een ander. ‘Je moet niet verwachten dat je nota’s zal krijgen van iemand zonder dat je iets in ruil kan aanbieden’, stelt Joris. ‘Ooit kreeg ik van een medestudent tienduizend berichten met de vraag om notities door te sturen van een bepaalde les. Ik had zelf ook nog een les tekort, dus ik besloot om te ruilen. Nadat ik mijn deel opgestuurd had, kreeg ik echter enkel een blanco document terug. Daarna volgde een periode radiostilte, tot een half uur na het examen. Toen kreeg ik een bericht dat zei ‘oh nee, sorry, ik heb per ongeluk een lege versie doorgestuurd’.’

Céline*, een andere studente Geneeskunde, heeft net haar bachelor afgerond. ‘Ik had foto's genomen met mijn GSM van slides in een praktische les. Op het einde van de les zei de prof dat deze slides niet op Toledo gingen komen. Velen waren hier natuurlijk niet gediend mee, want het waren zeer nuttige slides. Ik had toen de optie om alle foto's te posten op de Facebookgroep van ons jaar. Ik heb dit uiteindelijk niet gedaan.’

'Bij de curriculumhervorming zijn de selectiecriteria voor de vervolgopleiding aangepast met het doel mogelijk ongezonde competitie te verminderen'

Paul Herijgers, decaan faculteit Geneeskunde

Plaspillen en romances

Hoe verder de studie vordert, hoe extremer de voorbeelden. ‘Sommige studenten zullen een gedeelde Google Docs met notities openen en daar intentioneel foute info in plaatsen. Verder verdwijnen er ook geregeld noodzakelijke dingen, en wordt er info achtergehouden zodat iemand een fout zou maken,’ vertelt Joris. ‘Die fouten worden dan ook uitvergroot ten opzichte van de supervisie. Nog opvallend zijn de vele romances die studenten aangaan met professoren en supervisoren, om via een omweg toch maar een post te bemachtigen.’

Niels*, eveneens Geneeskunde-student, heeft gelijkaardige verhalen. ‘In een jaar boven ons in de Kulak was er eens een vrije oefenweek in de snijzaal en deze was een week vervroegd. Dat was enkel aangemeld met een blaadje op een deur of een bord. Blijkbaar hebben er toen enkelen dat blaadje weggenomen en dus de enige oefenweek enkel voor zichzelf genomen,’ zegt Niels. ‘Ook heb ik al verhalen gehoord van coassistenten die plaspillen geven aan anderen zodat zij niet een ganse operatie kunnen blijven staan, maar of dat echt waar is weet ik niet.’

Het blijft dan ook moeilijk om feit en fictie te onderscheiden. Veel onbevestigde anekdotes lijken meer op indianenverhalen dan op waargebeurde zaken, zeker aangezien ook heel wat studenten aangeven nooit echt slechte ervaringen gehad te hebben. Paul Herijgers, decaan van de faculteit Geneeskunde, nuanceert dan ook de wilde verhalen. ‘De meeste studenten gedragen zich collegiaal zoals we dat van een student geneeskunde verwachten. De faculteit hoort soms dat een kleine minderheid van studenten zich oncollegiaal gedragen, en we betreuren dit’. Herijgers onderlijnt ook dat de faculteit resoluut ingaat tegen dergelijke gevallen. ‘Bij de curriculumhervorming zijn de selectiecriteria voor de vervolgopleiding aangepast met het doel mogelijk ongezonde competitie te verminderen. We gaan hier ook expliciet op in bij de start van het academiejaar. Er is ook een code professioneel gedrag voor alle studenten die we vragen te ondertekenen’.

Desalniettemin lijkt het onvermijdelijk dat een kleine minderheid van studenten zal blijven grijpen naar extreme middelen om ‘on top of the class’ te eindigen. Dat is de donkere kant van de medaille.

* Joris, Niels en Céline zijn gefingeerde namen.