Studentbeeld in media: ‘Dat is dan de toekomst van ons land??’

Waarom de media het op de student gemunt lijken te hebben

25 November 2019
Analyse
Auteur(s): Daan Delespaul
Geen week lijkt voorbij te gaan zonder alarmerende nieuwsberichten met studenten in de hoofdrol. Maar terwijl de krantenkoppen schreeuwen, blijft er voor de student geen vuiltje aan de lucht.

'Eerste cantus zonder alcohol meteen uitverkocht'; een maand geleden keek mediaverslindend Vlaanderen nog met oprechte verbazing naar een doordeweekse cantus in het Huis Der Rechten (HDR). Terwijl de fakbar het bijna begaf onder de vele journalisten en cameraploegen konden de reacties op sociale media moeilijk hun enthousiasme verhullen. Wanneer HLN.be naar Leuven afdaalt, is dat immers zelden om een lofzang op het studentenleven. Veel vaker koppelen de Vlaamse media het studentenleven aan één ding: alcoholgebruik.

Die bezorgdheid kan moeilijk onterecht genoemd worden. Volgens de Druglijn vertoont een tiende van de mannelijke studenten kenmerken van problematisch drinkgedrag. De studentenpopulatie heeft overigens wel meer problemen: povere slaagcijfers, een fragiel mentaal welzijn en af en toe een doop die de mist ingaat schetsen het beeld van een jeugd die stevig de weg kwijt is. Dat die zaken allicht slechts appelleren aan een minderheid van de studenten, wordt echter zelden benadrukt in het mediabeeld. 

Framing

Dat erkent ook Baldwin Van Gorp, professor Communicatiemanagement aan de KU Leuven en expert op het vlak van framing. 'De media zijn vaak geneigd afwijkingen van de norm te benadrukken; zo krijg je een eenzijdige weergave. Wat er over studenten in de media komt, levert dan ook een vertekend beeld.' De nieuwswaarde van gebeurtenissen ligt veel meer bij de uitspattingen en minder bij het dagelijks leven, weet Van Gorp: 'Een student die naar colleges gaat en braaf zijn examens aflegt, wat is daar nieuwswaardig aan?'

'Journalisten zijn geen vulkanologen; pas als er een uitbarsting is zullen ze opschrikken'

Baldwin Van Gorp, professor Communicatiemanagement

Op die manier komt het studentenleven vaker in het nieuws met eenmalige gebeurtenissen. Eerder sluimerende problemen op de lange termijn, zoals de problematiek rond het mentaal welzijn, blijven daardoor mogelijk onderbelicht. Wat overblijft zijn beelden gevormd op basis van extremen, die het dagelijkse leven nauwelijks benadrukken. 'Journalisten zijn geen vulkanologen; in plaats van op voorhand alles proberen te voorspellen, zullen ze pas als er een uitbarsting is opschrikken', aldus Van Gorp.

Objectief of onpartijdig?

Een extreem beeld hoeft daarom nog niet met slechte bedoelingen te zijn opgesteld, alleen is het voor een journalist vaak moeilijk een compacte waarheid weer te geven van een breed fenomeen. Media-ethicus Bart Pattyn maakt de vergelijking met de exacte wetenschappen, waar er wel iets kan zijn als een waarheid, en een maatschappelijke context, die vanuit verschillende invalshoeken kan worden bekeken: 'In het veld van de niet-exacte wetenschappen is het niet zozeer objectiviteit, maar onpartijdigheid die belangrijk is.'

Toegepast op het studentenleven kun je naar onpartijdigheid streven door een inzicht te geven in hoe de verschillende actoren de situatie beleven, meent Pattyn. 'Dat moet je doen zonder te laten blijken dat je een keuze maakt voor de ene of de andere groep. Het medium laat dan toe om zich te identificeren met de betrokkenen, en te begrijpen waar de probleemstelling zich bevindt.' Of de Vlaamse media dat in verband met studenten te weinig doen, laat Pattyn in het midden.

'Verontwaardiging ten opzichte van een out-groep verkoopt'

Bart Pattyn, media-ethicus (KU Leuven)

'Er zijn wel veel partijdige media', meent Pattyn. Dat hun focus vooral op negatief nieuws komt te liggen is volgens hem 'onterecht gegeven het normatieve uitgangspunt van onpartijdigheid en het waarheidsgetrouwe karakter van de journalistiek. Het is veel gemakkelijker en goedkoper om te focussen op die transgressies; om die uit te vergroten en een sfeer te creëren van een in- en een out-groep. Verontwaardiging ten opzichte van die out-groep; dat verkoopt'.

Daarbij lijken groepen als studenten vooral te lijden onder een sensatiegericht lezerspubliek. Maar dat de media nieuws brengen dat aan hun lezers tegemoet komt, is in die zin niet anders dan een supermarkt die haar producten aan de nood van haar klanten aanpast, zolang die berichtgeving wel onpartijdig en genuanceerd verloopt. Daar knelt nochtans volgens Van Gorp het schoentje in deze discussie: 'Waar ik vind dat journalisten de fout ingaan, is dat ze soms uitgaan van een frame en dan op zoek gaan naar verhalen die daarin passen. Vanaf het moment dat bepaalde gebeurtenissen dat frame doorbreken, zien we dat er dan weinig bereidheid is dat aan te passen.'

Perceptie

Dat het vastgeroeste mediabeeld van studenten moeilijk te doorbreken valt, erkent ook Overkoepelende Kringorganisatie LOKO. 'We merken dat studenten inderdaad vaak rond alcohol en in het bijzonder dopen in het nieuws komen, terwijl er ook zoveel andere en allicht positievere zaken aan het studentenleven verbonden zijn', getuigt voorzitter Lana Van den Heuvel. 'Wat wij proberen te doen is kijken naar het positieve, want studenten doen ook wel andere dingen.'

Zelf doet LOKO alvast haar best om in naam van studenten die perceptie te breken: 'We sturen regelmatig persberichten de wereld in die die positievere zaken meer benadrukken. Ook proberen we een vast discours aan te houden in enkele belangrijke dossiers, zoals het doopcharter. Ik hoop in ieder geval dat dat de tendens wat kan keren, want dit is voor de student natuurlijk ook niet ideaal.'