Steeds meer diploma’s uitgereikt in het hoger onderwijs

Snel een diploma halen niet langer de norm

23 april 2019
Artikel
De laatste jaren werden in Vlaanderen steeds meer diploma’s uitgereikt, maar tegelijk deden studenten er nog nooit zo lang over. Steeds minder studenten slagen ook volledig in hun eerste jaar.

Studieduurverlenging is de nieuwe norm. Dat blijkt uit cijfers van de Vlaamse Overheid die Veto kon inkijken. De cijfers tonen een terugval van het aantal studenten dat zijn of haar diploma in drie jaar behaalt. Op dit moment behaalt ongeveer 30% van de studenten binnen de drie jaar een academische of professionele bachelor. De leeftijd waarop jongeren in Vlaanderen een diploma halen (23 jaar) is in vergelijking met andere OESO-landen (26 jaar) wel erg laag.

‘Het is zeker geen goede zaak dat maar een klein deel van de studenten zijn of haar diploma binnen drie jaar haalt’, reageert onderwijsminister Hilde Crevits. ‘Wat mij het meest zorgen baart, is het aantal studenten dat helemaal geen diploma haalt. Daarom hebben we de voorbije jaren ook maatregelen genomen.’ De minister verwijst naar maatregelen tot modernisering van het secundair onderwijs die volgend schooljaar van start gaan, met onder andere nieuwe eindtermen. ‘Ook de regelgeving rond studievoortgangsmaatregelen werd aangescherpt. Instellingen krijgen meer ruimte om studenten van dichtbij op te volgen en op een efficiëntere manier de studievoortgang te bewaken.’

‘Het is zeker geen goede zaak dat maar een klein deel van de studenten zijn of haar diploma binnen drie jaar haalt’

Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs

Naast de afname van studenten die in drie jaar een diploma behalen, is er vooral een toename van studenten die dat in vier jaar (of langer) doen. In het algemeen worden wel meer diploma’s uitgereikt. In 2013-2014 behaalde 45,6% cumulatief een diploma na vijf jaar, in 2017-2018 was dit 46,4%. ‘Je kan dit interpreteren als dat een aantal studenten er wat langer over doet, maar we wel meer diploma's hebben in ruil daarvoor’, stelt Luc De Schepper, rector van de UHasselt. ‘Vanuit democratiseringsoogpunt is dit wel een positief gegeven.’ 

(Lees verder onder de grafiek)

Flexibilisering

De cijfers tonen ook duidelijk dat de ‘middenmoot’ bij startende studenten in stijgende lijn is. 32% slaagde vorig academiejaar over de hele lijn in het eerste jaar, in 2010 was dat 38%. Het merendeel van studenten neemt vakken mee naar het tweede jaar, of tolereert ze na hun eerste jaar. Studenten lijken zich zo meer aan te passen binnen het systeem van flexibilisering. ‘Men heeft ook een aantal maatregelen genomen die flexibiliteit en studieduur bijna automatisch in de hand werken’, zegt onderwijssocioloog Bram Spruyt (VUB). ‘De bachelor-masterstructuren waarbij men niet meer denkt in aantal studiejaren, geeft studenten valselijk het gevoel “we slagen niet meer voor een jaar, maar we zijn bezig aan een traject”. Dan wordt het natuurlijk makkelijker om een vak al eens te laten staan.’ Achter de dalende slaagcijfers in het eerste jaar schuilt ook een groter probleem in de voortrajecten van studenten (zie p.7).

Studieduurverlenging is volgens Sebastiano Cincinnato (VUB) meer realiteit dan probleem: ‘Drie jaar is voor een deel van de studentenpopulatie zoals die er nu uitziet waarschijnlijk geen realistische termijn.’ Hij pleit ervoor de blik open te trekken naar gewijzigde percentages binnen een langere termijn: ‘Als je gaat kijken naar andere cijfers, dan zie je dat na vijf jaar acht op de tien studenten wel een diploma haalt.’

'Je kan een harde grens stellen, maar wij pleiten toch ook voor een gesprek. Er kan een goede reden zijn waarom de student het in het begin verkeerd heeft aangepakt'

Jan Danckaert, vicerector Onderwijs- en Studentenbeleid Vrije Universiteit Brussel

De studieduurverlenging is dan de prijs die je betaalt voor de democratisering van het hoger onderwijs: ‘De Vlaamse situatie waarbij studenten kunnen instromen zodra ze een diploma secundair onderwijs hebben, is een maatschappelijke keuze. Het gaat er dan om dat je op de beste manier probeert om te gaan met problemen. Uit mijn onderzoek blijkt dat heroriëntatie, het krijgen van studenten op een plek waar ze goed functioneren, daar cruciaal is.’

Ook Jan Danckaert, vicerector Onderwijs en Studentenbeleid aan de VUB, wijst op de effecten van de flexibilisering. ‘Het is natuurlijk duidelijk dat die flexibilisering enkel tot studieduurverlenging kon leiden, het omgekeerde zou helemaal onlogisch zijn.’ Onder die hervorming is de mogelijkheid tot delibereren namelijk grotendeels afgeschaft. Studenten moeten nu voor elk opleidingsonderdeel van een bacheloropleiding slagen. ‘We zijn in dat opzicht ook verstrengd en dat samen met flexibilisering kon nooit tot studieduurverkorting leiden. Desondanks blijft het aantal studenten dat op drie jaar een diploma haalt in absolute aantallen nog redelijk stabiel. Dat geldt nog meer voor studenten die het bachelordiploma op vier jaar halen, wat ik maatschappelijk heel aanvaardbaar vind.’

(Lees verder onder de grafiek)

Focus op (her-)oriëntering

Danckaert vindt wel dat er meer inspanningen moeten komen om de tijd tot diploma in te perken. ‘De belangrijkste en misschien enige manier om dat te doen is via een verschuiving naar snellere heroriëntering. Je kan een harde grens stellen, maar wij pleiten toch ook voor een gesprek. Er kan een goede reden zijn waarom de student het in het begin verkeerd heeft aangepakt, en er toch ruimte is voor verbetering. Maar dan moet die verbetering ook gemonitord worden.’

Daarbij moet je ook verder durven kijken dan bruto cijfers waarbij geen rekening wordt gehouden met de achtergrond van studenten, vindt Cincinnato: ‘In sociaal beleid kijken ze ook naar de mogelijke impact van maatregelen op bijvoorbeeld armoede. Voor het hoger onderwijs zou het interessant zijn om sociale impactanalyses uit te voeren.’

Vroeger werden studenten door de universiteit gedelibereerd op jaarbasis, nu moeten ze zelf tolerantiepunten inzetten voor specifieke opleidingsonderdelen waarvoor ze niet slaagden. Studenten zouden daar karig mee omspringen, vertelde vicerector Onderwijsbeleid (KU Leuven) Tine Baelmans al eerder aan Veto. Door de inzet van tolerantiepunten staan studenten immers leerkrediet af dat ze wellicht toch nog zelf willen inhalen. ‘Wat ze in het eerste jaar inzetten, kunnen ze niet zomaar op een later moment voor een ander opleidingsonderdeel gebruiken’, zei de vicerector toen. ‘Om het volgende jaar niet te hypothekeren, kiezen veel studenten voor een tweede zit.’

‘De grens waarbij een instelling dwingende voorwaarden kan koppelen aan een inschrijving is opgetrokken van 50% naar 60% studierendement’

Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs

‘De grens waarbij een instelling dwingende voorwaarden kan koppelen aan een inschrijving is opgetrokken van 50% naar 60% studierendement’, zegt minister Crevits. ‘Dat betekent dat een instelling hoger onderwijs een voorwaarde kan koppelen aan de inschrijving als de student minder dan 60% van de opgenomen studiepunten haalt. Dat betekent ook dat instellingen studenten die van elders komen even streng kunnen gaan opvolgen.’ De voorwaarden zijn dan bijvoorbeeld het volgen van studiebegeleiding of geen vrije keuze bij het samenstellen van het jaarprogramma. ‘Die maatregelen zijn genomen net om de tijd om af te studeren in te perken.’

‘Deze cijfers bewijzen dat de studievoortgangsmaatregelen die de minister nam, zoals het verhogen van de grens waaronder instellingen sancties kunnen opleggen van 50% naar 60%, niet werken", reageert Tine Soens, parlementslid voor sp.a. ‘Het studierendement is niet verbeterd en ondertussen haken er wel studenten af die wel een diploma kunnen halen. Wij hebben altijd gepleit om in het secundair jongeren goed te oriënteren en te zorgen dat de competenties die je daar meekrijgt goed aansluiten op wat je nodig hebt om te kunnen starten in het hoger onderwijs. Dat is vandaag helaas niet het geval.’

Flexibilisering? 

De termen 'credits', 'opleidingsonderdeel', 'studietraject' en 'studiepunt' zijn al jaren vaste waarden in het vocabulair van studenten. Deze ‘flexibilisering’ werd ingevoerd in 2005, onder andere om het hoger onderwijs toegankelijker te maken voor werkstudenten. 

Studenten sluiten een studiecontract af voor een bepaald opleidingsprogramma en behalen credits per opleidingsonderdeel via onder andere examens. Het systeem staat meer individualisering toe. Studenten kunnen in bepaalde mate vrij opleidingsonderdelen selecteren en spreiden en beheren hun opleiding zo gedeeltelijk zelf. 

Dossier > Doorstroom hoger onderwijs

Wordt de afstand tussen het hoger en secundair onderwijs stilaan onoverbrugbaar?

Achter de lage slaagkansen in het eerste jaar schuilt ook een probleem in de voortrajecten van studenten. Die lijken in Vlaanderen steeds minder te appelleren aan de uitdagingen van het hoger onderwijs.

Lees ook ons editoriaal.