Splinter: Vrij Parkeren

Spelenderwijze leren met 'Monopoly'

17 januari 2019
Splinter
Auteur(s): Vincent Cuypers
Geen betere manier om op een druilerige dag in de blok inzicht te verwerven in de dingen des levens dan met Vlaanderens favoriete gezelschapsspel.

Hoogstwaarschijnlijk in een vlaag van verstandsverbijstering heeft de academische overheid het nodig geacht mij, en anderen, op te zadelen met een vak ‘boekhouden en bedrijfskunde’. Niets zo afstompend voor de vrije geest als eindeloze rekeningen, cijfers, financiële ratio’s en doorlichtingen. Turend naar je boeken op een grijze januaridag, dwalen je gedachten al snel af naar andere, fijnere momenten uit het economische leven, waarbij de boekhouding wel je laatste zorg is. Bijvoorbeeld het spelen van ‘Monopoly’.

Geen beter spel om te leren omgaan met de ergernissen en frustraties van het ‘echte leven’: hoe hard je in het leven ook je best doet, eens elk huis verkocht en elke straat ‘met hypotheek bezwaard’, valt onverbiddelijk het doek. Je wordt verbannen naar de zijlijn en vanaf dan beperkt je rol zich ertoe de andere spelers, die wel de wind in de zeilen hebben, van drank en versnaperingen te voorzien. Zij hebben geluk gehad, niet meer dan dat, maar alleen een zuurpruim zou hen dat verwijten, toch? Geen beter spel ook om je geografische kennis bij te spijkeren: van  « Arlon – Rue de Diekirch » tot  « Oostende – Kapellestraat », je voelt je overal thuis.

Wie het spel wel eens speelt, weet dat er twee mogelijke scenario’s zijn. Het zou goed zijn mochten economen de incidentie van die scenario’s eens wetenschappelijk onderzoeken. Ofwel leidt het spel aan een rotvaart tot enorme vermogensaccumulatie bij één of meerdere spelers en een al even enorme schuldenberg bij de anderen, waarbij na een drietal beurten vaststaat wie zal winnen en wie van de anderen wanneer failliet zal gaan. Sociale mobiliteit is dan quasi onmogelijk. Het andere scenario is dat van het aanmodderen: niemand heeft echt veel geluk in het begin, waardoor men met z’n allen geen geld heeft om te investeren en er dus weinig gebeurt en weinig vooruitgang wordt geboekt. Moest ooit blijken dat de echte economie ook volgens die beide scenario’s werkt, dan moeten we ons toch vragen stellen.

Daarbij heeft ‘Monopoly’ de treurige verdienste het slechtste in mensen naar boven te halen. Zelfs je meest linkse en idealistische vrienden beleven plots een griezelig genot bij het innen van schulden. Ik heb er ooit aan gedacht een versie van ‘Monopoly’ uit te tekenen met sociale vangnetten, maar enig rekenwerk leert al gauw dat men om frequente bezoekers van  « Brussel – Nieuwstraat » overeind te houden zo’n astronomische sociale bijdragen moet innen dat het spel al gauw zijn charme zou verliezen. Al moet men de zaken natuurlijk met een korrel zout nemen: niet alles aan ‘Monopoly’ is realistisch. Zo had ik laatst alle stations in handen, en dat bracht relatief veel geld op. Iedereen weet echter dat een rendabel spoorbedrijf in België onwaarschijnlijk is.

Wat we vooral van ‘Monopoly’ moeten onthouden, is dat tegenslag altijd om de hoek loert. De meer fortuinlijken in de samenleving (“U erft F. 2000” of “Vergissing van de bank in uw voordeel. U ontvangt F. 4000”) zouden daar ook in het echte leven wat meer begrip voor moeten tonen. Hoe hard je ook je best doet, je bent zelf maar één kaartje verwijderd van “Ga onmiddellijk naar de gevangenis, u passeert niet langs « Start » en u ontvangt geen F. 4000”. Daar heb je dan uren ‘boekhouden en bedrijfskunde’ voor gestudeerd. Wees dus niet te streng en pluk de dag!

De Splinter vertegenwoordigt de vaststellingen van de auteur. Deze worden niet gedragen door de redactie.

De gebruikte editie van het spel dateert van voor de invoering van de euro. Ook voor monetaire geschiedenis is het spel dus ideaal.