Slaagpercentages: (g)een staatsgeheim

'De universiteit gaat te krampachtig om met deze informatie'

20 maart 2018
Artikel
Het lijkt wel één van de best bewaarde geheimen binnen de KU Leuven, de slaagcijfers van de examens. Reden te meer voor studenten om er na elke examenperiode naar hartenlust over te gaan speculeren.

Speculeren over slaagcijfers zorgt er al snel voor dat de meest tegenstrijdige geruchten de ronde doen. Maar waarom worden ze dan niet in het algemeen aan de studenten bekend gemaakt? Wordt er binnen faculteiten gestreefd naar een bepaald slaagcijfer?

Universiteitsbreed is er geen beleid dat de slaagcijfers openbaar moeten zijn. Wel krijgen studenten via Toledo toegang tot hun situering binnen verschillende categorieën. Deze situering wordt echter slechts berekend na de herexamens en geeft je situering weer binnen de studenten die geslaagd zijn. Dit kan bijgevolg een vertekend beeld geven, en geeft geen enkele informatie over het slaagpercentage.

Exposé in de POC

Tussen de faculteiten bestaan er wel verschillende praktijken omtrent de bekendmaking van slaagcijfers. Philip Dutré, vicedecaan Onderwijs van de faculteit Ingenieurswetenschappen, stelt dat de slaagcijfers na elke examenperiode worden bekendgemaakt aan de voorzitter van de Permanente Onderwijscommissie (POC). Vervolgens moeten de POC’s die bespreken in een vergadering.

De studenten die in de desbetreffende POC’s zitten, zien deze resultaten bijgevolg ook. Arno Bossaert, preses van VTK, zetelt als student in de POC opleiding Ingenieur-Architectuur. ‘Elke eerste POC van het semester worden de examenresultaten van de voorbije examenperiode besproken. Hieruit kan men eventueel conclusies trekken voor de toekomst.’

Er is dus wel een interne bekendmaking binnen de POC’s, maar de gegevens worden niet naar buiten gebracht, tenzij een terugkoppeling naar de studenten met de nodige context. Bossaert ziet twee redenen. ‘Enerzijds zou er heel veel commotie kunnen ontstaan als de studenten kunnen zien dat een vak het voorgaande jaar een heel laag slaagcijfer had. Dit kan leiden tot onnodige paniek wanneer het vak er door aanpassingen ondertussen heel anders uitziet.’

Binnen de faculteit Rechtsgeleerdheid is men een stuk kariger met informatie

Maar omgekeerd kan het er ook toe leiden dat studenten zich bij de keuze van keuzevakken zouden laten beïnvloeden door slaagcijfers. Studenten zouden dan de gemakkelijkste vakken kiezen en zo een ‘pretpakket’ samenstellen. Dutré ziet hier echter minder een probleem in. ‘Er zijn altijd bepaalde criteria die de keuze van studenten voor een keuzevak gaan beïnvloeden: het uurrooster, wilde verhalen over de vorige jaren of een leuke prof.’

Binnen de faculteit Rechtsgeleerdheid is men een stuk kariger met informatie. Bryce Deprez, die sinds vorig jaar zetelt in de POC Rechten als facultair van FORS, stelt dat de POC dit jaar nog geen slaagcijfers heeft besproken. Voorheen zat Deprez in de Onderwijscommissie aan de KULAK, waar het wel een courante praktijk was om de examenresultaten, zelfs na de proefexamens, grondig te bespreken. ‘In Leuven ligt de focus voorlopig helemaal op de hervorming van het masterprogramma’, aldus Deprez.

Mag het wat meer zijn?

Of de cijfers nu besproken worden in de POC of niet: voor het brede studentenpubliek blijven de cijfers een raadsel. Dutré is als prof echter voorstander van een grotere transparantie naar de student toe. ‘De universiteit gaat soms wat krampachtig om met deze informatie. Zelf post ik elk jaar op Toledo voor mijn studenten de histogrammen van de punten van de jaren daarvoor en bespreek ik deze in de eerste les.’ Ook het slaagcijfer van het voorgaande jaar maakt hij bekend. ‘Het zou goed zijn als alle professoren een histogram van hun quoteringen beschikbaar stellen. Voor eerstejaarsstudenten die weinig aanknopingspunten hebben, kan dat immers wel nuttige informatie zijn.’

Deze visie staat haaks op die van de faculteit Rechtsgeleerdheid. Een studentennota om transparantie over de slaagcijfers te verhogen, werd van tafel geveegd. ‘Ik zie er de meerwaarde niet van in’, zegt Dirk Van Daele, vicedecaan Onderwijs. ‘Die cijfers zijn geen staatsgeheim. Maar als je die cijfers gewoon meegeeft zonder duiding, staat dat de volgende dag op de voorpagina van de krant en volgen vergelijkingen met andere universiteiten.’

Prutsen aan punten

Na het verbeteren van de examens hebben proffen weliswaar de mogelijkheid om de resultaten nog te gaan beïnvloeden. Bij meerkeuze-examens krijgen professoren een verwerkingstool aangereikt waarmee ze heel wat statistische analyses op de examenresultaten kunnen uitvoeren. Zo kan men gaan kijken hoeveel studenten een bepaalde vraag goed beantwoordden, en ook of dat studenten waren die in het algemeen goed scoorden op het examen of niet.

Hieruit kan men vervolgens conclusies trekken over de kwaliteit van de vragen zelf. Indien er dan ‘slechte vragen’ worden gedetecteerd, heeft de docent de mogelijkheid deze vraag te schrappen. ‘Dit gebeurt uiteraard enkel in het voordeel van de student’, benadrukt Anneleen Cosemans, hoofd van de Dienst Onderwijsprofessionalisering en -ondersteuning.

'Zolang het gelijkheidsbeginsel niet geschonden is, kunnen punten worden verhoogd'

Dirk Van Daele, vicedecaan Onderwijs Rechtsgeleerdheid

Maar ook voor examens met open vragen is er de mogelijkheid om bepaalde vragen te gaan schrappen. Dit gebeurt volgens Dutré enkel wanneer er echt een fout in het examen staat waardoor de vraag eigenlijk onoplosbaar is. ‘Verder gebeurt het ook dat wanneer de examens in twee verschillende groepen werden afgelegd, en er een significant verschil blijkt te bestaan tussen beide groepen. Dan kan het zijn dat men de groep met de lagere cijfers een factor bij geeft.

De faculteit Rechtsgeleerdheid ziet er geen problemen in om dit ook in andere gevallen te doen. ‘Zolang het gelijkheidsbeginsel niet geschonden is’, nuanceert Van Daele. Nochtans heeft Veto weet van examens waarbij niet enkel met een impactfactor wordt gewerkt, maar bovendien ook punten bij te geven aan wie niet geslaagd was om zo het slaagpercentage fenomenaal te verhogen.

Hoge slaagcijfers zijn immers interessant om beroepsprocedures te vermijden. ‘Als je geen verbetersleutel hanteert, heb je achteraf geen been om op te staan’, zegt vicerector Studentenbeleid Chantal Van Audenhove.

'Het eerste jaar is een filterjaar, dat is bij andere faculteiten niet anders'

Dirk Van Daele, vicedecaan Onderwijs Rechtsgeleerdheid

Facultaire richtlijnen

Een slaagcijferbeleid zou er niet zijn, volgens de faculteiten, maar in de praktijk hebben proffen dus veel mogelijkheden om hun slaagcijfers te beïnvloeden. De vraag blijft dus wat dan een goed slaagcijfer is.

Zo worden vier van de tien eerstejaars bij Rechtsgeleerdheid geweigerd omdat ze geen 30% CSE behalen. ‘Het eerste jaar is een filterjaar’, zegt Van Daele. ‘Dat is bij andere faculteiten niet anders.’ Bij de ingenieurs ligt dat aantal wel veel lager: twee op de tien wordt na het eerste jaar ‘weggefilterd’. Dat heeft onmiskenbaar ook te maken met de slaagpercentages van de verschillende (eerstejaars)vakken.

Volgens Dutré zijn er geen facultaire richtlijnen over wat als een goed slaagcijfer wordt gezien. ‘Wel is het zo dat indien men bij de bespreking in de POC vaststelt dat als er een slaagcijfer duidelijk uit de band springt, er contact zal worden opgenomen met de docent om na te gaan wat er precies aan de hand is.’ In het verleden heeft dat geleid tot inhoudelijke aanpassingen de jaren nadien. ‘Maar het effectief aanpassen van de punten van datzelfde jaar, dat is in mijn loopbaan nog niet gebeurd.’

Ook Van Daele stelt dat er geen slaagcijfers worden opgedrongen. 'Wel monitort het Faculteitsbestuur de slaagcijfers in het kader van het toetsbeleid, waarbij met name ook aandacht wordt besteed aan abnormaal hoge slaagcijfers of gemiddelden.' Gevolg is dat proffen dus al aangesproken zijn geweest op hun te hoge slaagcijfers. De faculteit heeft zelfs vastgelegd dat een slaagpercentage van 100% niet meer kan. De heel lage slaagcijfers aan het begin van de opleiding lijken minder problematisch.