Recensie "Geloof, hoop en liefde" (FroeFroe)

Poppen verpersoonlijken het kwaad

14 December 2015
Recensie
Auteur(s): Margot De Boeck
“Geloof, hoop en liefde” is een ietwat groteske titel voor je toneelstuk. Poppentheater Froefroe bracht samen met De Roovers de tussenoorlogse klassieker van Ödön von Horvath.

Elisabeth verkoopt haar lijk nog voor haar overlijden om zich met dat geld een leurderskaart aan te schaffen. Zo kan ze eindelijk haar droom verwezenlijken: lingerieverkoopster worden. De wet van Murphy lijkt het leven van de jonge vrouw te beheersen: ze verkoopt niet genoeg en de verhouding met een deftige politieman blijkt onmogelijk, omdat ze zijn carrière in de weg staat.

Theater Froefroe staat bekend als kwaliteitsvol poppentheater. Alleen Elisabeth, neergezet door actrice Sofie Sente, is helemaal van vlees en bloed. Haar pech neemt de vorm aan van verschillende poppenpersonages, zoals haar gierige bazin en de achterbakse vrouw van de rechter die haar veroordeeld. Het valse van de slechte personages komt door de poppen goed tot uiting.

TRUTTIGE SCHOENEN

De manier waarop de acteurs met de poppen spelen is fascinerend. De acteurs zijn in het zwart gekleed, maar een aantal personages krijgt eigen schoeisel. De impact van dat schijnbare detail is groot: een blonde pop met roze sportschoenen krijgt iets extra truttigs.

Eenvoudige A-viertjes op een standaard duiden de plaatsbeschrijving van de vijf verschillende taferelen aan. Om een dierentuin op te roepen is voorts niet meer nodig dan een dierenoppasser die wat vogelzaad uitstrooit.

De muzikale ondersteuning komt van een accordeon, die de sfeer van de periode van het Interbellum goed oproept. De sobere keuze in enscenering en muziek zorgt ervoor dat de kunstzinnige poppen mooi tot hun recht komen.

TE STEREOTIEP

De tekst van auteur Ödön von Horvath wordt in de programmabrochure verkocht als één die treffende parallellen toont met de crisis vandaag de dag. Het eerste uur kan de tekst boeien. Het publiek is dankbaar voor een aantal leuke zinsneden. Vooral de domme preparator doet lachen met zijn verkeerde, - en misschien precies daarom - spitsvondige wijsheden, zoals “Wie het kleine niet eert, die heeft geen principes”.

Het verhaal is net niet sterk genoeg om tot het einde te boeien. Het laatste kwartier benadrukt tot vervelens toe: de wereld bestaat alleen maar uit goede of slechte mensen. Ondanks de sterke uitwerking van het stuk, kwam die al te stereotiepe bottom line maar half aan.