Raymond van het Groenewoud: 'Ik zie mezelf en anderen niet als kunstenaars’

Navraag

22 mei 2017
Interview
Auteur(s): Paul-Emmanuel Demeyere , Hannah Debyser
Raymond van het Groenewoud verkondigt dit jaar precies veertig jaar dat meisjes ‘t allermooist op aard zijn. Dat wordt gevierd met een concertreeks en een nieuwe plaat.

Hij heeft zalen doen vollopen en zalen doen leeglopen, maar recent hielden stemproblemen Raymond weg van het podium. ‘Ik pleeg roofbouw op mijn lichaam’, vertelt de zanger. Toch treedt hij zaterdag op in Het Depot. 'Ik vind het niet leuk om wat vastgelegd is af te blazen, dat impliceert moeilijkheden voor andere mensen.’ Zeg dat van het Groenewoud het gezegd heeft.

Treedt u liever op dan liedjes te schrijven?
Raymond van het Groenewoud: ‘Er is een band met het publiek. Ik zal een quote geven, die niet van mij is: ‘Onuitgesproken woorden zijn de bloemen van de stilte.' Als ik optreed, praat ik niet met de mensen: ik zing mijn liedjes. Als het klikt, dan lijkt het alsof we samen in één luchtbel zitten. Dan hebben zij iets aan mij en ik iets aan hen.’

‘Ik ben liedjes beginnen schrijven omdat ze er niet waren. Ik zag mezelf als performer, niet als zanger. Ik begeleidde anderen, maar ik trok te veel de aandacht. Na een tijdje stelde ik vast dat alleen ik de liedjes qua theatraliteit juist kon zingen. En dan moest ik mijn stem nog vinden, met een rare methode: urenlang optreden opdat mijn stem maar kapot zou gaan. Pas toen mijn stem brak, was ik gelukkig. Op dat moment namen we Meisjes op. Vroeger neuzelde ik de melodie en nu reutel ik iets meer. Liever reutelen dan neuzelen. Het voordeel van altijd maar zingen is dat je stem niet te snel zakt... (denkt) Dan is het een ambacht.’

‘Ik hou meer van het woord ambacht, dan van het woord kunst. De mensen willen kunnen verafgoden, ze willen niet zozeer kunnen zeggen: ‘Het is een goede ambachtsman.' Ik zie mezelf en anderen niet als kunstenaars. Bach schreef elke week muziek, dat was zijn ambacht, zijn job om te overleven. Later zal een geleerde professor dan oordelen: ‘Dat is kunst en het andere niet’. Maar misschien zit ik hier niet in het juiste milieu om dat te zeggen (lacht).’

U brengt een nieuwe plaat uit waarop nogal verrassend volk meezingt zoals Slongs Dievanongs, Clouseau en Jan Decleir. Welke samenwerking pakte voor u het verrassendst uit?
‘Charlotte Schoeters, de operazangeres, is het meest verrassend. Zij zingt in het nummer Vrede zal heersen. Zij is trouwens de kleindochter van mijn oude pianolerares, de enige die me een beetje kon motiveren om te oefenen. Ik zag Charlotte aan het werk in een productie waar ik niet van hield, maar toen ik naar huis reed, dacht ik: het zou prachtig zijn als ze met haar stem van onschuld een paar strofen kon zingen van Vrede zal heersen.’

‘Het was een beetje zoeken, maar uiteindelijk lukte het. Dan moest ik kiezen: zing ik het helemaal alleen, of gebruik ik haar stem erin? De technieker zei: ‘Je moet niet twijfelen, het moet met haar erbij zijn.' Ik dacht toen: ‘Dat is leuk, want de technieker zegt bijna nooit iets, dus die raad moet ik volgen.' Ik ben daar nog altijd heel blij mee, omdat ze een stem uit de hemel heeft en mijn stem zo ook meer impact heeft op het moment dat ik tussenkom.’

'Er zijn geen anderen die tekst maken zoals ik, maar veel anderen maken muziek zoals ik'

Met opera had u misschien nog geen ervaring, maar in het verleden heeft u wel al een scala aan muziekstijlen uitgeprobeerd.
‘Klopt, in het liedje Cha cha cha zing ik dat ik van veel muziekjes houd. Dat wil niet zeggen dat je alle stijlen kan doorgronden zoals de grondleggers van die stijl dat kunnen. Ik vind wel dat je ermee mag spelen, het ene avontuur valt wat minder gelukkig uit dan het andere, maar dat moet je erbij nemen.'

De vlindertjes en de pijn

Erik de Jong, alias Spinvis, zei onlangs: ‘Ik ben blij dat mijn tekst zo goed wordt onthaald, maar als ik moest kiezen, met een pistool op m’n hoofd, kies ik voor de muziek.’ Hoe ervaar jij die spanning tussen muziek en tekst?
‘Dat pistool maakt het voor mij wat virtueel en imaginair…’

Dan even zonder pistool.
‘Ik zeg altijd: de tekst geeft mij mijn eigenheid en de muziek vertolkt dat ik van muziek houd. Er zijn geen anderen die tekst maken zoals ik, maar veel anderen maken muziek zoals ik. Het meest universele is de muziek: dat is wat huisvrouwen neuriën, wat de slagersjongen fluit op de fiets. Dat is de ‘hit’. Als je veel wil betekenen, moet je goede melodieën hebben.’

Ziet u Meisjes als zo’n hit?
‘Er is veel tekst die overeind blijft. De start is voor jongens heerlijk: ze maken ons kapot, ze maken ons zo zot, dat gaat twee kanten op. De vlindertjes en de pijn. Het is geen complexe voorstelling van de vrouw, maar het is wel een fijne vaststelling, zowel voor de jongens als voor de meisjes, om te horen dat ze het allermooist op aard zijn.’

Eén van je liedjes heet Zij houdt van vrijen en verder zing je nog ‘Er gaat niets boven seks’. Maak je seks met een reden tot één van je meest bezongen onderwerpen? Zoek je bewust de controverse een beetje op?
'Nee, ik heb enthousiasme ten opzichte van meisjes en vrijen. Het is dus niet raar dat dat enthousiasme zich een uitweg baant in mijn liedjes. Ik zoek de controverse niet op. Het feit dat er zo heftig gereageerd werd op het zinnetje ‘ze komen zelden klaar’ berust op toeval.'

Nooit klaar

Nu pikken de media vooral de vervanging op van dat legendarische zinnetje, dat nu luidt: 'Je bent er nooit mee klaar'.
'Dat hoort bij de media, hé. Het grootste probleem met het maken van teksten is geduld. Soms ben ik té enthousiast over een liedje en wil ik het meteen opnemen, dan maak ik mezelf wijs dat het goed genoeg is. Wanneer je het dan echt begint te spelen ontdek je dat het toch nog niet helemaal lekker zat, soms is dat na drie weken, soms na vijf jaar…'

'In de wereld van de reclame verzin je beter een titel die iets lijkt te zeggen. Je kan iets moeilijk ‘ik weet het niet’ noemen'

Je voorlaatste album De laatste rit, met daarop het nummer Aan de meet, leek een naderend einde van je carrière te suggereren. Mogen we onze zorgen opbergen?
‘Ik denk dat het zo niet werkt, maar het is duidelijk dat het zo overkomt. In de wereld van de reclame verzin je beter een titel die iets lijkt te zeggen. Je kan moeilijk ‘ik weet het niet’ nemen als titel, dus ik dacht: ‘De laatste rit klinkt wel goed, ik kan dit pakje liedjes nog uitbrengen, en dan zien we wel weer.' Maar dat kan je er niet bij schrijven, ‘de laatste rit en dan zien we wel weer’. Er is behoefte aan statements, die heb ik ook.'

‘Ik kan wanneer ik Allermooist op aard zing, doodvallen door een teveel aan medische bijstand, terwijl ik kerngezond was tijdens De laatste rit, dus wat betekent het dan nog? Dat is wat Jim Morrison ook mooi zei: ‘The future’s uncertain and the end is always near.’ Dat besef mag er wel zijn, ook zodat je kan profiteren van het leven.’