Punten scoren met erasmus

“Mindere studenten scoren in het buitenland ook slecht”

09 februari 2016
Artikel
Na je Erasmusuitwisseling krijgen je examenresultaten een Leuvens equivalent. Er gaan steeds meer stemmen op voor het invoeren van een eenduidig pass/fail-systeem.

Een 18 op 20 behalen aan een buitenlandse universiteit om er dan in Leuven maar een 16 voor te krijgen. Dat is oneerlijk, vinden sommige uitgaande Erasmusstudenten. De Erasmuscoördinatoren gaan bij die omzetting echter niet over één nacht ijs.

"De studenten denken soms dat we examenresultaten gewoon mathematisch omzetten,“ vertelt Bert Claesen, Erasmuscoördinator Sociale Wetenschappen. “Maar zo werkt het niet. In Nederland moet je bijvoorbeeld een 6 op 10 behalen om te slagen. Die cijfers kan je niet rechtstreeks omzetten.”

“Sommige studenten denken dat we punten afpakken,” treedt Roger Janssens van Internationalisering Letteren haar bij. “Maar dat klopt niet. Wij werken met omzettingstabellen op basis van statistische gegevens.”

Het opstellen van die tabellen is de verantwoordelijkheid van de faculteiten zelf. “Voor mij is het belangrijkste dat de omzetting van de resultaten bekend is voor de student vertrekt,” verklaart Pieters. “Verder ligt de verantwoordelijkheid bij de faculteiten.”

Een algemene KU Leuven-tabel is er dus niet, al kiezen de meeste faculteiten wel voor dezelfde statistische werkwijze, die ook internationaal wordt gebruikt. (Zie kader)

Gemakkelijk

En wat met de wilde verhalen over moeilijke en gemakkelijke universiteiten? “Wij werken maar met tien partners en gaan ervan uit dat ze allemaal kwalitatief zijn,” vertelt Matthias Tips, Erasmuscoördinator van Bio-ingenieurswetenschappen. “In Praag zullen studenten gemakkelijker bij de besten horen, terwijl je in Trondheim sneller bij de middenmoot zit.”

"In Praag hoor je gemakkelijker bij de besten dan in Trondheim”

Matthias Tips, Erasmuscoördinator Bio-ingenieurswetenschappen

Pass/Fail

Internationaal gaan steeds meer stemmen op om de conversietabellen te vervangen door een algemeen pass/fail-systeem. Dat betekent dat de uitgaande studenten geen score krijgen, maar enkel een vermelding dat hij geslaagd is voor dat opleidingsonderdeel in het buitenland.

“Er valt zeker iets voor te zeggen omdat het dan voor iedereen hetzelfde is,” argumenteert Claesen bij Sociale Wetenschappen.

Binnen de faculteit Letteren heeft het voorstel al op tafel gelegen. Janssens ziet voor- en nadelen van pass/fail: “De hele discussie over de omzetting hoeft niet meer. Bovendien filter je de studenten die naar het buitenland gaan om zogezegd betere punten te behalen.”

Al ziet hij een nadeel voor heel goede studenten: “Zij kunnen in het buitenland niet meer laten zien wat ze kunnen.” Toch kan die groep soms ook benadeeld worden binnen een conversiesysteem, zegt hij. “Een 19 is in Leuven een uitzonderlijk cijfer, maar in sommige landen is dat niet zo. Als bijvoorbeeld 30 procent van de studenten daar het hoogst mogelijke cijfer behaalt, zouden ze daar in Leuven maar een 16 voor moeten krijgen.”

Bijzaak

De faculteit Ingenieurswetenschappen van de KU Leuven heeft het pass/fail-systeem wel al ingevoerd. “Ik merk dat het ECTS-systeem internationaal vaak niet eenlijnig wordt geïnterpreteerd,” vertelt Erasmuscoördinator Pascale Conard. “Dat maakt het omzetten van de punten soms moeilijk.”

“De meeste studenten gaan op Erasmus voor de totaalervaring en alles wat erbij komt, is een beetje bijzaak. Slechts een kleine minderheid vindt het jammer dat hun resultaten niet worden verwerkt.”

Vicerector Pieters is formeel: er komt geen algemeen pass/fail-systeem aan de KU Leuven. “Die pass/fail gaat ergens een waarde moeten krijgen, voor bijvoorbeeld het toekennen van graden,” zegt hij. Dat laatste gebeurt nu op basis van de semesters die wel in Leuven zijn afgelegd.

"Zeker voor goede studenten zou het systeem een demotiverend kunnen zijn om naar het buitenland te gaan. Op Erasmus gaan mag geen voordelen opleveren voor de studenten, maar ook geen nadelen. Ik ben er geen voorstander, maar de beslissing blijft uiteraard bij de faculteiten."

"Pass/fail kan demotiverend werken voor goede studenten”

Danny Pieters, vicerector Internationalisering

WTF CONVERSIETABELLEN?

Bij het opstellen van de vergelijkingstabellen kijken de faculteiten naar de verdeling van de punten binnen de eigen faculteit. Hoeveel procent van de studenten behaalt een 20, 19, 18, enzovoort. Vervolgens wordt gekeken welk resultaat studenten moeten halen in het buitenland om onder hetzelfde percentage te vallen. Met andere woorden: hoeveel procent van de studenten behaalt aan jouw buitenlandse universiteit een 18? Als dat percentage in het buitenland veel hoger ligt dan aan jouw faculteit, wordt je cijfer dus naar beneden omgezet.