Politiek vocabularium (1): Links en rechts

Links en rechts terug van nooit weggeweest

09 November 2015
Artikel
De tegenstelling tussen links en rechts lijkt vandaag prominent aanwezig. De meningen zijn echter verdeeld over het nut om het steeds complexere politieke landschap in te delen in containerbegrippen.

De termen links en rechts worden traditioneel teruggevoerd op de Franse revolutie en haar naweeën. In de Assemblée Nationaleverzamelden zich ter linkerzijde de progressieve krachten, terwijl rechts de conservatieve koningsgezinden plaatsnamen. Links en rechts kregen op die manier een politieke betekenis.

De opkomende industriële revolutie bracht vervolgens een economische tweespalt tussen arbeiders en kapitalisten teweeg. In die betekenis kent iedereen de begrippen: de arbeidersklasse en links staan voor herverdeling; rechts en de ondernemers staan voor de vrije markt.

Verworvenheden

De vraag is uiteraard of die aloude economische tegenstelling in onze welvaartsstaat nog relevant is. Marc Hooghe, politicoloog aan de KU Leuven, nuanceert alvast: “Het is niet zo dat rechtse partijen radicaal tegen herverdeling zijn. Op dit moment gaat in onze West-Europese samenlevingen zo’n vijftig procent van het Bruto Nationaal Product (BNP) naar de overheid.”

"Links komt steeds meer te staan voor vrijdenkend, tolerant en multicultureel. Rechts staat negatiever ten opzichte van migranten, ijvert voor orde in de samenleving en nationale eenheid”

Dick Houtman, socioloog KU Leuven

Hooghe: “Als onze huidige regering zegt dat ze minder overheid wil, gaat het in praktijk slechts om een daling van één of twee procent van het BNP. Er is niemand die de basale verworvenheden van ons sociaal stelsel op een meer radicale manier wil afschaffen. Het basisprincipe van de herverdeling is zo goed als algemeen aanvaard.”

Karakter

Daarnaast pleit Dick Houtman, werkzaam aan het Centrum voor Sociologisch Onderzoek van de KU Leuven, voor een onderscheid tussen een economische en een culturele links-rechtstegenstelling.

“Vanouds is de links-rechtstegenstelling economisch van aard, gebaseerd op de mate van herverdeling. In de jaren zestig winnen culturele kwesties aan belang. Links komt steeds meer te staan voor vrijdenkend, tolerant en multicultureel. Rechts staat negatiever ten opzichte van migranten, ijvert voor orde in de samenleving en nationale eenheid.”

Traditionele linkse partijen hebben een achterban die overwegend bestaat uit mensen van lagere sociale klassen, maar dat verandert dus ingrijpend met de komst van de nieuwe sociale bewegingen in de jaren zestig.

Houtman illustreert: “Je hebt nu nieuw-linkse partijen zoals GroenLinks in Nederland, die hun stemmen halen bij de intellectuele elite. Daarnaast zijn er nieuw-rechtse partijen, met name de PVV van Geert Wilders, die vooral kiezers aantrekken uit de culturele onderlaag, zij die weinig cultureel kapitaal hebben.”

“Interessant is dat er nu met de crisis terug contestatie is, de links-rechtstegenstelling wordt opnieuw geactiveerd"

Stefan Rummens, politiek filosoof KU Leuven

Houtman gaat verder: “Economische klassenverschillen spelen nog een rol in de huidige politiek: de economische bovenlaag stemt nog steeds rechts en de economische onderlaag nog steeds links, allebei op grond van economische stemmotieven. Dat is alleen steeds minder goed zichtbaar, doordat tegelijkertijd de culturele bovenlaag steeds meer links is gaan stemmen op grond van culturele stemmotieven, en de culturele onderlaag juist steeds meer rechts.”

Breuklijn

Door het verdampen van de traditionele economische breuklijn leek het er bijgevolg even op dat de tegenstelling links en rechts op sterven na dood was. In de postmoderne geest hadden dergelijke begrippen geen toekomst meer. Maar waarom is het begrippenpaar vandaag dan weer razend actueel?

Stefan Rummens, als politiek filosoof verbonden aan de KU Leuven, verklaart: “De links-rechtstegenstelling is nog zeer relevant en is sinds de economische crisis opnieuw veel duidelijker aan de oppervlakte gekomen. In de jaren negentig was er de zogenaamde derde weg, en toen zijn veel mensen gaan geloven dat er een synthese mogelijk was tussen links en rechts. De crisis heeft aangetoond dat dat een illusie was.”

Over die zogenaamde synthese gaat Rummens verder: “De neutrale synthese van de derde weg is een hele grote ideologische overwinning geweest van rechts. Die overwinning is zo absoluut geweest dat mensen zich niet meer bewust waren dat er een alternatief was. In heel de wereld is er een doorgedreven rechts beleid gevoerd.”

De economische crisis heeft ons echter wakker geschud, betoogt Rummens: “Interessant is dat er nu met de crisis terug contestatie is, de links-rechtstegenstelling wordt opnieuw geactiveerd. Er duiken opnieuw linkse politieke bewegingen op zoals Syriza in Griekenland en Podemos in Spanje, die het niet eens zijn met het zogenaamde neutrale beleid dat eigenlijk een rechts beleid is. Zij willen een links alternatief.”

En of dat belangrijk is: “Linkse tegenstemmen zijn nodig in een democratie,” besluit Rummens.

In de reeks 'Politiek vocabularium' gaat Veto op zoek naar de betekenis van enkele veelgebruikte politieke termen waarmee we dagelijks om de oren worden geslaan. Want wat betekent conservatief, politiek incorrect of links en rechts nu precies?

Zijn linkse mensen slimmer?

Een team rond professor Alain Van Hiel van de UGent onderzocht de relatie tussen politieke oriëntatie en intelligentie. Daaruit bleek dat linkse mensen beter scoren op intelligentietests dan rechtse mensen.

Dat betekent uiteraard niet dat er geen rechtse intellectuelen bestaan, erkent Van Hiel. “De meeste mensen die aan zo’n onderzoek meedoen, hebben een IQ dat dicht bij het gemiddelde ligt. Mensen die heel hoog scoren op IQ maken maar een minimaal deel uit van de populatie, waardoor ze bijna geen impact hebben op de algemene relatie tussen IQ en rechtse houdingen. Zelfs als zij vooral rechts zouden zijn, dan nog zouden ze de trend niet kunnen omdraaien.” Stof voor verder onderzoek.

Van Hiel wijst erop dat een onderzoek over ideologie enkel mogelijk is in een democratie. Het onderzoek had dan ook nooit plaats in totalitaire landen. “Rechts en links in politieke psychologie staan altijd in relatie tot het politiek systeem waar men in zit. Iemand die in de Sovjet-Unie ten tijde van Brezjnev overtuigd communist was, dat is psychisch gezien eigenlijk een rechtse. Waarom? Omdat die het leiderschap van zijn land affirmeert.”