Pestgedrag, vriendjespolitiek en machtsmisbruik maken slachtoffers aan KU Leuven

Machteloze Torfs heeft pesters niet in de hand

Het personeelsbeleid van de KU Leuven faalt. Tientallen getuigen klappen uit de biecht over pestgedrag, vriendjespolitiek, een machteloze ombudsman en personeelsdienst.

Aan de KU Leuven zijn pestgedrag, machtsmisbruik en vriendjespolitiek schering en inslag. Wanneer de personeelsdienst ingrijpt, verergert dat de problemen. Dat blijkt uit tientallen getuigenissen die de redactie van deze krant verzamelde. Vooral (voormalige) werknemers van de centrale diensten, waarvoor de vicerectoren verantwoordelijk zijn, deden hun verhaal. Anoniem, want allemaal vrezen ze de lange arm van het rectoraat.

Voor de vakbonden is het falende personeelsbeleid geen verrassing. Jon Sneyers is afgevaardigde voor de bediendenvakbond LBC in de ondernemingsraad van de KU Leuven: "Mijn algemene indruk van het personeelsbeleid is dat er eigenlijk geen echt beleid is, maar vooral een reeks subtiele mechanismes die leiden tot sluipende besparingen.” Door het wanbeleid vertrekken er jaarlijks - al dan niet gedwongen - 120 werknemers aan de KU Leuven, weet Peter Maertens van vakbond ACLVB.

Ironisch genoeg won de KU Leuven zowel in 2013 als in 2014 de titel Best Employer of the Year. “Die titel of het gepraat over het herwaarderen van de K zijn quatsch. De mensen worden hier niet anders behandeld dan in een of andere koekjesfabriek,” merkt een getuige op. Ook de verkiezingsbeloftes van rector Rik Torfs over meer openheid en transparantie in het personeelsbeleid stemmen niet overeen met de realiteit.

Pestgedrag

“Mijn directeur snauwde me zo af dat ik een uur heb liggen wenen. Was dat pestgedrag? Ik voelde mij genegeerd en lag niet goed in de groep.” Het verhaal van Freya* is exemplarisch voor heel wat centrale diensten. Voorzichtig uit ze kritiek op de werking van de dienst en de houding van enkele collega’s. Die pakken haar samen met de directrice ongemeen hard terug.

“Ons-kent-ons is de leuze van de KU Leuven”

Freya is niet alleen. Ook Nathalies* dienst liep leeg door het verbaal misbruik van de directeur. “Van ‘s morgens tot ‘s avonds schreeuwde hij tegen iedereen over alles wat volgens hem misliep. Alle collega’s rondom mij verlieten daardoor een voor een het team.”

Aan de universiteit is er blijkbaar geen plaats voor dissidenten. “Er heerst een cultuur van pestgedrag en vriendjespolitiek op sommige diensten,” vat Linda* bondig samen. “Wanneer je ingaat tegen een kaderlid of kritisch bent over de werking, zetten ze je op een zijspoor. Of ze zetten je onder hevige druk om toch maar op te stappen. Elk excuus, zoals ziekteverlof, wordt daarbij aangegrepen.” Leidinggevenden zorgden voor een ware terreur op de dienst en dreigden kritische stemmen af met ontslag, wanneer die volgens hen “te lang” thuis bleven door ziekte of zorg voor familieleden.

Vooral Daan* is vernietigend. “Kritiek wordt hier echt niet aanvaard. Er is een angstcultuur. Tussen collega’s wordt er wel veel geklaagd, maar niemand durfde klagen tegen mensen die iets kunnen veranderen. Waarom denk je dat iedereen alleen anoniem wil getuigen? Op het rectoraat zitten machtige mensen.”

Het lot van al deze dissidenten staat in schril contrast met dat van de verantwoordelijken. Geen enkele leidinggevende die volgens onze getuigen zich misdroeg, is aangepakt. “De directeur heeft heel wat invloedrijke professoren binnen de KU Leuven achter zich,” stelt Freya mistroostig vast. “Hij zit nog steeds op post. Je krijgt hem niet weg.”

“Mijn directeur snauwde me zo af dat ik een uur heb liggen wenen”

Vakbondsman Sneyers ziet dan ook een systematiek. “Wanneer een baas zijn macht misbruikt of een ondergeschikte pest, wordt vaak het personeelslid zelf zowat verplicht om te vertrekken uit de universiteit of de dienst. In het beste geval wordt de pestende baas weggepromoveerd. Dan maakt hij soms elders problemen op een veel grotere schaal.”

Medelijden met ombuds

De personeelsdienst en de ombudsdienst van de universiteit hebben de taak om tussen personeelsleden en leidinggevenden te bemiddelen. Maar beiden staan machteloos of spelen onder één hoedje met de daders, stellen onze getuigen vast.

Een dag nadat Freya in een vertrouwelijk gesprek met de personeelsdienst haar beklag deed over de directeur, was die laatste op de hoogte. “Hij wist de hele inhoud van het gesprek. Dat vond ik niet correct. Ik had dat toch in vertrouwen verteld?” Ook de ombudsdienst is in hetzelfde bedje ziek. “De ombudspersoon houdt de identiteit van de klokkenluider niet geheim, ondanks eerdere beloftes. Ongevraagd spelen ze informatie door aan de personeelsdienst, die op haar beurt de betrokken personen inlicht,” legt Linda het vast patroon uit.

“Ik ben ervan overtuigd dat de ombudsdienst hier een vuil spel heeft gespeeld. Iedereen die bij hen kloeg, is uiteindelijk buitengevlogen,” zegt een boze Freya. Daan: “Ombudspersonen zijn niet te vertrouwen. Er zijn zoveel relaties waar je geen weet van hebt. Allemaal spelletjes. Dat is een groot netwerk van mensen. Je weet niet wie je kan vertrouwen.”

Thomas is milder in zijn oordeel over beide diensten, maar moet noodgedwongen vaststellen dat ze machteloos zijn. “De personeelsdienst laat ons begeleiden door zeer jonge mensen. Ze doen hard hun best, maar hebben niet de macht om iets te veranderen. Meerderen riepen hulp in van de ombuds. Ook hij probeert te bemiddelen, maar kan nauwelijks iets doen.”

Over interventies van de vakbonden, toch het laatste toevluchtsoord voor getormenteerd personeel, hebben onze getuigen evenmin een goed woord veil. “Ik heb een gesprek met mijn vakbond gehad, maar dat was waardeloos. “We denken niet dat jij binnen de KU Leuven past,” kreeg ik te horen. Die vakbondsafgevaardigden zitten er enkel voor hun eigen bescherming, niet voor het personeel,” besluit Freya vernietigend.

Filip vertelt: “Het probleem van de ombudsman is dat hij alleen maar kan bemiddelen. Je hebt heel weinig dwingende mechanismen om problemen op te lossen. Corveleyn (Jozef, de ombudsman, red.) heeft veel dramatische gevallen moeten behandelen, maar zei ook dat er niet veel aan te doen was."

“Een secretaresse van een vicerector heeft geen diploma en raakt er enkel door vriendjespolitiek”

Ook de personeelsdienst zit in een delicate positie, stelt hij. “Het blijft een dienst van de werkgever. Soms zitten ze tussen hamer en aanbeeld, maar dienen ze in eerste instantie juist de werkgever.”

Baronieën

Verklaringen voor het wangedrag hoeven onze getuigen niet lang te zoeken. Het beleid is zo gedecentraliseerd, dat verschillende diensten eilandjes met machtige stamhoofden zijn. Die “baronieën” zijn een vruchtbare bodem voor vriendjespolitiek en machtsmisbruik.

Linda: “Soms bepalen hooggeplaatste personen wie leiding geeft, zonder enige selectieprocedure. Die mensen hebben dan ook niet altijd de juiste competenties en people skills. Binnen hun eigen dienst hebben ze buitensporig veel macht. De personeelsdienst zit gevangen in die situatie, en mensen van hogerhand kunnen of willen niet ingrijpen.”

"Waar ze kritische stemmen wegpesten, omringen deze baronnen zich met “vleiers” en “napraters”," stelt Thomas. Ook Freya stelde vast hoe sommige anciens privileges kregen. “Wanneer mijn trein vertraging had en ik later was, kreeg ik bakken kritiek, hoewel ik ‘s avonds wat langer bleef. Die anciens kwamen constant te laat en lunchten urenlang. Wat ik daar gezien heb…” Resultaat: de jongere garde mocht het werk van deze anciens inhalen. Zelf bleven ze buiten schot, net als de directeur. “Ik begrijp nog steeds niet waarom hij zoveel macht heeft, al was hij goede vriendjes met hooggeplaatste personen binnen het rectoraat.”

Freya hoort veel gelijkaardige klachten en concludeert: “Ons-kent-ons is de leuze van de KU Leuven. De secretaresse van een vicerector heeft niet eens een diploma middelbaar onderwijs en beheerst het Engels niet. Dat kan toch niet? Waarom zit die vrouw daar? De directeur kende haar en wou haar aan een mooie job helpen.”

Ook hogerop bestaan die vriendenkliekjes. Bij hun aantreden zetten rector Torfs en zijn nieuwe ploeg onmiddellijk Filip* op een zijspoor. “Na vele jaren trouwe dienst ben ik buiten gezet. Het gaat gewoon om een kringetje van mensen. Je kan daar wakker van liggen, maar veel mensen hebben hetzelfde als ik ervaren de laatste maanden.” Kort na zijn aantreden werkte Torfs ook communicatiedirecteur Pieter Knapen en directeur-generaal Freddy Jochmans buiten. (Zie Veto 4001). Jochmans weigerde resoluut elke medewerking aan dit artikel en Knapen was niet bereikbaar voor commentaar.


“Ze dwingen mensen: of je bent blij in je hoekje na onze kleinering, of je neemt ontslag."

“Er zijn veel plaatselijke baronieën,” zegt ook vakbondsman Sneyers. “Daardoor heb je geen doelgericht beleid. Elk departement wil ook zoveel mogelijk waar voor z’n geld, wat de lonen onder druk zet. Er zijn verantwoordelijken die alles redelijk willen aanpakken, maar er loopt ook hier en daar een bullebak rond.”

Academici, geen managers

Heel wat leidinggevenden binnen de universiteit hebben ook niet de juiste competenties, menen onze gesprekspartners. “Van hogerhand kreeg mijn directeur daarom een opleiding opgelegd,” vertelt Nathalie. Met tegenzin, zo blijkt. “Telkens wanneer hij moest vertrekken, zaagde hij. “Nu moet ik weer naar die cursus. Dat heeft echt geen zin. Dat interesseert mij geen bal.”Vaak zijn het academici, die weliswaar uitblinken in wetenschappelijk onderzoek, maar weinig kaas van management hebben gegeten.

“Iemand die aan het hoofd van een faculteit of departement staat, is als academicus aangenomen, maar daarom niet altijd een goede manager,” legt Filip uit. “Dat is een fundamenteel probleem.” Ook vakbondsafgevaardigde Maertens noemt de professionalisering van leidinggevenden een groot probleem.Die onkunde vertaalt zich niet alleen naar een gebrekkige omgang met het personeel.

Ook de cultuur van onbetaald overwerk aan de KU Leuven (zie Veto 4104) is een rechtstreeks gevolg. “Een academicus doet graag aan onderzoek en onderwijs, want dat is zijn dada. Die verwacht van het ATP dat ze ook die uren draaien, maar zij hebben niet dezelfde inhoudelijke jobbevrediging als iemand die zijn persoonlijk onderzoek doet. De bazen zien en erkennen deoverstretching van het personeel niet,” gaat Filip verder.

Rector buiten spel

Pesterijen, vriendjespolitiek, machtsmisbruik en onkunde. De getuigenissen die deze krant verzamelde smaken bijzonder wrang, te meer omdat rector Torfs bij zijn aantreden openheid en transparantie bepleitte. “Daar komt niets van in huis,” oordeelt Thomas hard. “De rector moeit zich er niet mee en laat alles over aan zijn vicerectoren. Men wordt op een zijspoor gezet zonder veel uitleg.” “De rector zou zijn deur openhouden voor kritiek, maar in de praktijk is dat niet zo,” valt Kaat hem bij.Zelfs al wil Torfs van koers veranderen, hij kan niet. “Wie de centen heeft, bepaalt het beleid,” vat een hooggeplaatste oudgediende van het rectoraat samen. “Het algemeen beheer heeft de touwtjes in handen. Koenraad Debackere (algemeen beheerder en dus verantwoordelijk voor de dagdagelijkse werking van de universiteit, red.) is in feite de baas van de unief. Els Heylen (directeur van de stafdiensten van het algemeen beheer, red.) is nog een spin in het web. Lig je slecht bij haar, dan is je vonnis getekend.

Samen met Bert Overlaet (directeur van de personeelsdienst, red.) vormen ze de heilige drievuldigheid. Al bevindt de belangrijkste spin zich op de achtergrond: ex-rector André Oosterlinck.”Vakbondsman Sneyers bevestigt die analyse. “De nieuwe ploeg heeft beleidsplannen opgesteld, maar dat zijn wollige teksten waar weinig concreets instaat. De rol van de rector is beperkt en vooral ceremonieel en PR-gericht. Niet de rector, maar niet-verkozen mensen zoals de associatievoorzitter (André Oosterlinck, red.), de algemeen beheerder en de personeelsdirecteur hebben de echte touwtjes in handen.

”Toch moet er dringend wat gebeuren, pleit Filip. “Er gaat heel wat relevante ervaring verloren op deze manier. Aan andere universiteiten staat men versteld over hoe de KU Leuven omgaat met mensen. Interessant, want zo kunnen ze personeel wegplukken.”“Ze dwingen mensen: of je bent blij in je hoekje na onze kleinering, of je neemt ontslag. Jonge mensen durven te vertrekken. Zo krijg je een braindrain,” zegt Daan.

Al mag dat verlies aan ervaring niet het voornaamste argument zijn. De menselijke schade die de brokkenpiloten van de KU Leuven en cours de route bij elkaar reden, is stilaan onoverzichtelijk. “Ik heb heel lang getwijfeld om mee te doen aan dit interview,” geeft Kaat toe. “Ik ben nu op mijn hoede en hoop dat het niet als een boemerang in mijn gezicht komt gevlogen. Maar we moeten niet flauw doen. Het aantal mensen dat deze bestuursploeg kapot maakte, valt bijna niet meer te tellen.”*De getuigen zijn (voormalige) werknemers bij de centrale diensten, zowel hoger- als lagergeplaatsten. De namen in dit artikel zijn fictief op hun aanvraag.

Zowel Koenraad Debackere als Bert Overlaet waren niet bereikbaar voor commentaar. De reactie van Rik Torfs vindt u hiernaast.