Nieuw onderwijsplan zet in op oriëntering, ijking en maatschappelijk engagement

Binnenkort niet-bindende toelatingsproeven voor alle opleidingen?

05 November 2018
Analyse
Auteur(s): Vinsent Nollet
Vorige week ging het licht op groen voor het langverwachte onderwijsplan. Dat zet vooral in op oriëntering en maatschappelijke vorming van studenten. Ook ijkingstoetsen krijgen een prominente plaats.

Het onderwijsbeleidsplan komt er in het kader van het Strategisch Plan van de rectorale ploeg, dat vorig academiejaar verscheen. Heel wat deelaspecten, zoals diversiteits- of onderzoeksbeleid, waren toen nog niet opgenomen en verschijnen in de loop van dit academiejaar.

Met aandacht voor educatieve technologie, activerende werkvormen en een eventuele kalenderhervorming kwam het onderwijsluik daarin wel al summier aan bod. Met een sterke focus op betrokkenheid op de samenleving, interdisciplinariteit, het aantrekken van internationale studenten en het inzetten op oriëntering en selectie, borduurt het onderwijsplan nu verder op die visie.

'We willen onderwijs verschaffen waar studenten met meer kans op succes aan de start komen'

Tine Baelmans, Vicerector Onderwijsbeleid

Het plan ligt ook in het verlengde van de vorige bestuursperiode, met aandacht voor het kwaliteitszorgsysteem COBRA en de klemtoon op het disciplinary future self. Het zet vooral de krijtlijnen uit voor de komende beleidsperiode en kan rekenen op een brede gedragenheid binnen de Academische Raad (de iure het hoogste beslissingsorgaan aan de KU Leuven, waarin de verschillende faculteiten en geledingen zetelen, red.).

Activerend onderwijs

De focus ligt vooral op oriëntering van (nieuwe) studenten. Die keuze is ingegeven door de lage slaagcijfers van de voorbije jaren. Slechts 1 op 10 eerstejaarsstudenten is er na de eerste zit over de hele lijn door, slechts 1 op 5 neemt geen vakken mee naar het tweede jaar. 18% van de studenten haalt minder dan 18 studiepunten in het eerste jaar en moet daarom verplicht heroriënteren door de 30% CSE-regel.

Baelmans: ‘Er gaat veel aandacht naar oriëntering, toeleiding en ijking, vanuit de onderliggende wens om onze studenten zo goed mogelijk voor te bereiden op hun studies. We willen er niet zoveel mogelijk. We willen onderwijs verschaffen waar studenten met meer kans op succes aan de start komen.’

‘Nu rijden studenten nog te veel blind naar hun examens’

Tine Baelmans

Via activerende werkvormen en educatieve technologie moeten studenten beter voorbereid worden op de eerste examenkans. Meer extra oefeningen, zelftesten en feedback, gekoppeld aan flipped classrooms, waarbij studenten zelf colleges moeten voorbereiden, moeten de slaagkans opkrikken. Die ‘assessment for learning’ moet meer evaluatie en feedback een prominente plaats geven naast klassieke hoorcolleges en examens.

‘Nu rijden studenten nog te veel blind naar hun examens’, aldus Baelmans. ‘We willen hen daarom nog duidelijker ondersteunen, door hen tijdens de introductiedagen beter te lanceren, hen uit te dagen met de leerstof aan de slag te gaan, door interactieve werkvormen, door monitoring en evaluatie van het leerproces. Educatieve technologie biedt de mogelijkheid om het cursusmateriaal te diversifiëren en activerend onderwijs te ondersteunen. Dat heeft niet per se te maken met permanente evaluatie. Het doel is te  activeren, niet noodzakelijk in de zin van meer werk, wel meer actief bezig zijn met de leerstof.’

‘Educatieve technologie mag vooral niet leiden tot permanente belasting van studenten’

Sander Vanmaercke, Ondervoorzitter Studentenraad KU Leuven

De studentenvertegenwoordigers staan kritischer tegenover het inzetten van educatieve technologie. ‘We staan op zich er wel open voor, maar passen op voor eventuele valkuilen’, stelt Sander Vanmaercke, ondervoorzitter van Stura KU Leuven. ‘Het mag vooral niet leiden tot permanente belasting van studenten.’

Leuven Learning Lab

Een andere nieuwigheid die het rectorenkorps uitrolt is het Leuven Learning Lab. Daar moeten activerend onderwijs en educatieve technologie tot een coherent geheel gesmeed worden. De reeds bestaande POC's (permanente onderwijscommissies, red.) per faculteit blijven ook hun rol spelen en moeten het docentenkorps blijven betrekken in vernieuwingen zoals de overstap naar activerend onderwijs. Uit de interactie tussen verschillende niveau’s, geledingen en disciplines moeten good practices voortvloeien die vertaald kunnen worden naar alle opleidingen.

Vanuit de verschillende betrokken geledingen, zoals docenten, assistenten of doctorandi, klinken vooral positieve verwachtingen. Toch wordt telkens benadrukt dat ze voldoende gehoord moeten worden en dat een top-down aanpak hier averechts zou werken. Ook vanuit de faculteiten is die bezorgdheid er nog.

'Als de verdere implementatie op constructieve en co-creatieve wijze gebeurt, is er veel mogelijk'

Isolde Buysse, ABAP-vertegenwoordiger Academische Raad

‘Er staat of valt veel met de betrokkenheid bij de verdere uitbouw van de plannen’, zegt Isolde Buysse, ABAP-vertegenwoordiger (Assisterend en Bijzonder Academisch Personeel, red.)  in de Academische Raad. ‘De verschillende geledingen krijgen een prominente plaats in het verhaal van Leuven Learning Lab en hun expertise wordt erkend in het onderwijsplan. Als de verdere implementatie op constructieve en co-creatieve wijze gebeurt, is er veel mogelijk.’

Toelatingsproeven

Naast het activerend onderwijs ziet het beleid ook heil in niet-bindende toelatingsproeven, die studenten beter moeten oriënteren. Het plan is om die stapsgewijs in te richten voor alle opleidingen, dus ook in de humane wetenschappen. Baelmans: ‘IJkingstoetsen geven studenten een beter beeld van hun startcompetenties. Voor ons zijn ze wel enkel relevant als er ook een ondersteuningsaanbod mee gepaard gaat.’

Undivided, het diversiteitsplatform aan de KU Leuven, plaatst enkele vraagtekens bij de inclusiviteit van ijkingstoetsen. ‘We erkennen natuurlijk wel de voordelen van toelatingsproeven’, zegt Nozizwe Dube van Undivided. ‘Het is wel belangrijk ze een waarheidsgetrouw beeld geven van de opleiding, omdat ze, zeker bij studenten met diversiteitskenmerken, een sterk afschrikeffect hebben. Dat er daarnaast voldoende faciliteiten zouden komen voor studenten die het moeilijker hebben, zien we nog te weinig.’

‘We voelen dat de universiteit vooral bepaalde groepen bij voorbaat wil uitsluiten zodat ze die niet meer hoeft mee te tellen in de statistieken'

Nozizwe Dube, Undivided

‘We voelen dat de universiteit vooral bepaalde groepen bij voorbaat wil uitsluiten zodat ze die niet meer hoeft mee te tellen in de statistieken. Als dan enkel de sterkste studenten uit minderheidsgroepen overblijven, zijn die statistieken natuurlijk beter.’

En de herindeling van het academiejaar?

Die is nog niet voor meteen. Momenteel worden in verschillende werkgroepen nog de deelaspecten geëvalueerd waarvoor een kalenderwijziging eventueel ingeroepen kan worden, zoals de tweede zittijd en activerende onderwijsvormen. De herindeling zelf is met andere woorden geen prioriteit, al lijkt de kans bestaande dat die er komt via meerdere tussenstappen.

Baelmans: ‘De beslissing om iets aan de kalender te veranderen zal altijd ingegeven zijn vanuit onze onderwijsdoelstellingen. Een echte verplaatsing van de septemberzittijd naar juli zie ik de komende twee jaar niet gebeuren. Sleutelen aan de status van de septemberzittijd is eventueel wel een mogelijkheid, maar de wijze waarop zal nog heel wat discussie vergen.’ Een vervroeging en inkorting van enkele weken behoort tot de mogelijkheden.

Stura KU Leuven is die denkpiste genegen. ‘Vorig jaar werd de herindeling als een geheel behandeld’, aldus Vanmaercke. ‘Toen was ons standpunt duidelijk voor een volwaardige herkansingsperiode en voldoende tijd om te recupereren. Een vervroeging van enkele weken is dan weer wel een optie.’

Interdisciplinair bouwen aan onderwijs

De vier invalshoeken van het beleidsplan

1. Toekomstgericht onderwijs

Via activerende werkvormen en educatieve technologie moeten studenten beter voorbereid worden op de eerste examenkans. Vorig jaar lag de klemtoon nog sterk op een aanpassing van de tweede zittijd. Die staat nu niet meer hoog op de agenda.

Hoe het activerend onderwijs er concreet zal uitzien, is nog onduidelijk. In het beleidsplan ligt de nadruk nu vooral op vrijblijvende tussentijdse evaluatie, in plaats van meer werkcolleges of papers. In Leuven Learning Lab zal dan weer wel worden nagedacht over aanpassingen aan het curriculum in de richting van meer activerende werkvormen.

2. Aandacht voor de individuele student

De tweede centrale dimensie in het beleidsplan focust op toekomstige studenten. De klemtoon ligt vooral op een duidelijke oriëntering van nieuwe studenten, aan de hand van pre-academische initiatieven, zoals Junior colleges. Niet-bindende ijkingstoetsen moeten dan weer de begincompetenties en verwachtingen van de opleiding duidelijk in beeld brengen. 

Er zal ook meer aandacht gaan naar schakelstudenten en internationale studenten. Voor die laatste wordt er vooral gekeken naar MOOC’s (Massive Open Online Courses, red.) en MicroMasters, zodat potentiële studenten van op afstand al kunnen ‘proeven’ van het onderwijs aan de KU Leuven en zo een duidelijker beeld krijgen. Vaak zijn ze immers niet vertrouwd met het Vlaamse hoger onderwijs en daarom ook onvoorbereid.

3. Verbredende vorming

Een aanzienlijk deel van het beleidsplan focust op een verbreding van het opleidingsaanbod.

Daarin zal meer aandacht gaan naar wereldburgerschap en maatschappelijk engagement, onder andere door valorisatie van vrijwilligerswerk, een grotere rol voor service-learning en het ondersteunen van studentondernemerschap.

Die verbredende vorming komt ook terug in een focus op interdisciplinariteit. Bedoeling is om vanuit een interdisciplinaire aanpak en met perspectief op de eigen opleiding te werken naar de plaats die studenten zullen innemen in de samenleving. In het kader van de discussie over de onthaaldagen wordt er nagedacht over een duurzaamheidsvak waarbij studenten kennismaken met allerlei maatschappelijke evoluties.

4. Kwaliteitsvol onderwijs

Het vierde luik focust op onderwijskwaliteit. Hier is er vooral continuïteit met de vorige beleidsperiode. Het interne kwaliteitszorgsysteem COBRA krijgt een doorstart. Tot enkele jaren terug gebeurde de kwaliteitscontrole door middel van opleidingsvisitaties. Het COBRA-plan stelt de universiteit in staat dat zelf voor haar rekening te nemen. COBRA kent verschillende fases. In de eerste fase komt de input van studenten, docenten en medewerkers aan bod via de POC’s (permanente onderwijscommissies, red.). In de tweede en derde fase worden die resultaten besproken op respectievelijk facultair en universitair niveau. Volgend academiejaar start een nieuwe cyclus. Studenten krijgen dan opnieuw veel ruimte om te wegen op het onderwijsbeleid.

Verder wordt sterk ingezet op meer erkenning voor het onderwijsaspect. Docenten ervaren dat vaak als het minst gewaardeerde onderdeel van hun opdracht. In rankings scoort de universiteit dan ook lager op vlak van onderwijs dan bijvoorbeeld onderzoek en innovatie. Docenten worden ook vooral aangetrokken vanuit een sterk competitieve situatie op basis van onderzoek. Op het ogenblik dat ze aan de KU Leuven komen, komt er ook een lesopdracht bij. De internationale context is vaak verschillend. In de VS kunnen proffen zich bijvoorbeeld vrijkopen van lesopdrachten door te excelleren. Hier wordt dat bewust niet gedaan. 

Ook voor assisterend en bijzonder personeel is erkenning nog vaak een knelpunt. Doctoraatsstudenten hebben geregeld lesopdrachten, maar die worden vaak niet geattesteerd. Daar zou nu wel op ingezet worden.