Navraag: Xander de Rycke

'Een comedian geraakt met veel weg zolang het humor is'

12 oktober 2017
Interview
Al tien jaar zorgt humor voor brood op de plank van Xander De Rycke. Voor hem is zijn beroep dan ook zoveel meer dan zomaar een mopje vertellen.

De Rycke zit in zijn loge wat op zijn iPad te tokkelen wanneer we hem ontmoeten. Die avond brengt hij in Leuven zijn zaalshow 'Houdt het voor bekeken', een monoloog over het Vlaamse televisielandschap. Tijd voor een interview.

Waar ligt voor jou de grens van humor?

‘Als artiest is het heel moeilijk om te beslissen waar die grens ligt. Eigenlijk kiest het publiek dat. Dat hangt dus eigenlijk echt van zaal tot zaal en van uur tot uur af.

Bijvoorbeeld toen Fabiola is gestorven stond heel het internet vol met grote haarmoppen. Drie dagen erna sterft Luc De Vos en heel het land is in rouw. Als je daar dan een mop over maakt, is het not done. Het is heel raar om mensen te zien beslissen wat wel kan en wat niet kan.

Het is ook een kwestie van timing. Lachen met een ramp of een erge gebeurtenis moet je niet vijf minuten of de dag erna doen. Het is moeilijk vast te pinnen wanneer wel precies.’

Je maakte nochtans een mop over de aanslagen van 22 maart in Brussel korte tijd erna.

‘Dat was de week zelf nog. Maar dat gaat niet over de aanslagen, dat gaat over wat voor grote debiel ik ben. Mensen beslissen zelf waar de grens ligt. Voor velen is iets benoemen al even erg als iets beledigen.

Het gaat ook vaak over hoe de mop in elkaar zit: het is niet omdat je refereert naar een gruwelijke moord dat die grap over die moord gaat. Dat is gewoon een referentiekader waarin je werkt.’

Zijn er toch geen thema’s die je liever mijdt?

‘Eerder thema’s die mij niet echt interesseren, zoals alcoholgebruik omdat dat in onze familie nogal gevoelig ligt. Al wil dat niet zeggen dat ik er zelf nooit mee zal lachen. Ik zou zelf gewoon niet weten hoe of waar ik de humor uit moet puren.

Hetzelfde met drugs. Ik ben geen gebruiker dus ik zou niet goed weten hoe ik erover moet schrijven.

Bij andere thema’s zoals ziekte of handicaps zijn mensen altijd wel geraakt maar het is onmogelijk zulke zaken te vermijden, anders moet je veel schrappen.’

Moet je nooit bepaalde moppen aanpassen aan het publiek?

‘Neen. Stel nu dat er 400 mensen in de zaal zitten en één ervan zit in een rolstoel. Een grap over een rolstoel zal het wellicht minder doen, niet omdat het niet grappig is maar omdat er 399 man naar die rolstoelpatiënt aan het staren is om zijn reactie te zien. Als die er niet zit, wordt er wel gelachen.

Het onderwerp van je grap is eigenlijk vaak het minste geschoffeerd. Het zijn de vijftig die errond zitten die dat zijn.’

Heb je het gevoel dat je als komiek een privilege hebt om met anderen te lachen?

‘Een comedian geraakt met veel weg zolang het humor is. Er is er geen die vlakaf iemand kan beledigen op het podium of iets grofs kan zeggen en daarmee wegkomt.’

Denk je, als grappenmaker van beroep, meer na over humor in technische of wetenschappelijke termen?

‘In het begin niet, maar een boek dat me daar min of meer op gewezen heeft, is de biografie van Steve Martin (Amerikaans comedian, red.) omdat die in zijn carrière begon te experimenteren met de spanningsboog en het verwachtingspatroon van zijn publiek. Zo zegt hij: ‘Drie vierde van een grap is dode tekst, het is enkel dat laatste kwart dat de humor creëert. Al de rest is opbouw.’ Er is echter geen regel die stelt dat die opbouw ook saai moet zijn. Eens je dat doorhebt, kom je al ver.’

Schuilt er meer research achter het comedian zijn dan mensen denken?

‘Er zit meer gedachtegang achter dan mensen denken. Mijn show over televisie komt neer op veel televisie kijken. Mijn andere is meer gericht op observatie en kniezen. Sommige comedians kijken liever twee uur lang naar een whitebord. Ik moet met iets bezig zijn. Het is veel hersenwerk.’

Hoe ga je dan concreet te werk?

‘Bij mij is herkenbaarheid troef. Kijken naar wat ik grappig vind en wat herkenbaar is voor veel mensen. De clou is dat we denken dat we allemaal uniek zijn, allemaal sneeuwvlokjes, maar dat is helemaal niet waar. We doen voor 90% allemaal hetzelfde. We hebben dezelfde reflexen in bepaalde situaties en daar schuilt de kracht van herkenbaarheid.’

Vanaf wanneer had je door dat je grappig was?

‘Veel comedians zijn vroeger de clown van de klas geweest. Ik ook een beetje met het verschil dat ik niet echt populair was. In de middelbare school helpt populariteit ook met hoe grappig je door anderen gevonden wordt.

Maar toch, bij mijn vrienden voelde ik dat ik de grappigste was en daardoor ook ergens de creatiefste. Dan was er de magie van het podium waarop die nerd met zijn goedkope kleren even kon zijn wie hij wilde zijn. Je krijgt een blanco blad en zet een type neer.’

Hoe zou jij de Belgische humor omschrijven?

‘Het is moeilijker om vast te pinnen wat precies maar we zijn sowieso een stuk grapgerichter dan de Nederlanders wiens comedians het meer hebben van een soort cabaret. Bij ons gaat het allemaal een stuk sneller. Vlaamse comedians zijn misschien wel de hardst werkende comedians van de planeet. Ons speelvlak is veel kleiner en je bent veel sneller uitgebabbeld.’

‘Comedy is in Vlaanderen in 2006 plots doorgebroken door bijvoorbeeld Comedy Casino waarbij Vlaanderen kennis leerde maken met de Wim Helsens en Alex Agnews van deze wereld. Mijn twee shows zijn ook niet voor hetzelfde publiek. Mensen denken nog te vaak dat het gewoon draait rond moppen vertellen. Comedy is zoals muziek. Het is niet omdat je van jazz houdt dat je van rock-'n-roll houdt.’

Is er altijd stof voor genoeg grappen?

‘Ja dat wel, zeker als je aan actualiteitshumor doet. Mensen zijn nu nog wakker aan het worden van vijftien jaar Geert Hoste. Hij is al twee jaar met pensioen en toch komt hij nog steeds op Canvas. Ja, het publiek moet ergens ook een beetje opgeleid worden, dat is gewoon de waarheid.’

Je bent wel hard voor de Vlaamse televisiewereld op het vlak van grappig zijn. Mensen kijken bijvoorbeeld nog altijd naar herhalingen van De Kampioenen.

‘Natuurlijk, dat heeft ook veel te maken met het kijkvee van Eén. Iedere zaterdagavond kijkt een zevenhonderdduizendtal man naar De Kampioenen en dat heeft te maken met het feit dat er niets anders op tv is op zaterdagavond. Die mensen kijken naar alles.’

‘In mijn column in de Knack van volgende week ben ik bezig over het feit dat VTM grappig genoeg aan een inhaalbeweging bezig is op vlak van humor. Terwijl de VRT de lat lager begint te leggen. Bijvoorbeeld het VTM-programma ‘Kafka’: ook al heeft dat zijn problemen, het is wel een stap omhoog voor VTM.’

Heb je VTM niet als marginaal beschreven in het verleden?

‘Neen, helemaal niet waar! Ik probeer tactvoller te zijn dan dat hoor, ikzelf ben ook opgegroeid met onder andere VTM. Zij moeten gewoon zo ruim mogelijk zijn, met kijkers van negen tot negenennegentig. Het resultaat is dat alles wat VTM doet geen angel, ruggengraat of scherpe rand bezit. De humor heeft geen grappen, de drama heeft geen spanning, de human interest heeft geen interesse. Dat is zeer jammer en zonde van geld en talent.’

Waar gaat het mis bij de Belgische televisie?

‘Durf. Het is altijd durf. Om een programma te hebben waar veel volk naar kijkt, moet het al op VTM of op Eén verschijnen, wat een beetje triest is. Het probleem met die twee zenders is nu eenmaal dat ze zo ruim mogelijk moeten zijn. Je kunt niets voor die zenders maken dat een beetje rebels is of dat uit de comfort zone komt.’

‘Een zin die ik al drie keer gehoord heb naar aanloop van een nieuw programma is: “Wat gaat de bomma daarvan denken”?’

Hoeveel toekomst heeft de klassieke tv nog aangezien mensen vooral naar Netflix kijken?

‘In dit land kan het nog wel eventjes duren, de klassieke tv. De gemiddelde kijker in Vlaanderen is 54 jaar oud, de gemiddelde Eén-kijker is iets van een 58,3. Dus je weet wie de doelgroep is. En dan weet je ook dat die binnen 15 of 20 jaar overleden zijn. Dat is gewoon de waarheid. Iedere generatie die er nu bij komt, is geen tv-kijkende generatie, maar wordt aangeleerd dat tv overal is. Tv komt niet meer uit een bak in het midden van de living, maar tv zit op ieder scherm dat we tegenwoordig bezitten. En iedere generatie wordt nu opgeleid om te denken ‘je moet toch niet meer wachten totdat de tv beslist wanneer tv begint?’ Je doet wat je wilt. Klassieke tv is nog niet dood, maar het is wel stervende.’

Wat maakt voor jou goede televisie?

‘Opnieuw: durf. Ik ben ook fan van een goed gesprek op tv, er is niets boeienders dan iemand die gepassioneerd babbelt over iets dat hem persoonlijk interesseert. Ook een goede talkshow ontbreekt in dit land. Dat komt omdat ze iemand die geen tv-gezicht is vaak weigeren een kans te geven - Ik heb het trouwens écht niet over mezelf, ik zou een afschuwelijke talkshow-presentator zijn.’

‘Een collega van mij zat eergisteren bij Van Gils om te praten over zijn Facebook project, ze belden hem toen de dag zelf om te vragen of hij naar de repetitie kwam. Kan je je inbeelden dat je naar een talkshow moet om dan eerst een repetitie voor dat gesprek te doen? Ze hebben hem later teruggebeld om hem de vragen door te spelen die ze zouden stellen. Dat kan ik echt fysiek niet aan. Moet dat allemaal tot in de puntjes uitgeschreven staan?’

Hoe situeren memes zich in het humorlandschap? Wat vind je van internet memes?

‘Ik ben niet iemand die vierhonderd meme-accounts op instagram volgt, nee. Ik moet één keer lachen met een meme en dan is het op. Ik moet hem daarna niet nog eens zevenhonderd keer gezien hebben. Dat zijn immers allemaal mensen die exact dezelfde mop van elkaar kopiëren.’

‘Het ding met internet memes is: we zijn op een punt gekomen waarbij iedereen komiek kan zijn op het internet. Het zijn uiteindelijk ook maar kortgeleefde hypes. Memes hebben een houdbaarheidsdatum, grappig genoeg. Je kunt echt zien welke meme van de maand populair was. Augustus had bijvoorbeeld die kerel die naar een andere griet staart. En nu is dat gedaan. Ik vind dat altijd leuk he, maar dat is popcorn. Dat is een snack.’

Zijn er moppen met een langere houdbaarheidsdatum?

‘Ja, hoe ruimer de mop, hoe langer die wakker blijft. Sommige stand up comedy shows dateren niet, terwijl actuashows dat wel doen. Wat ik nu breng in mijn show is al aan het dateren terwijl ik het aan het spelen ben. Er wordt nieuwe domme tv gemaakt terwijl ik aan het schreeuwen ben óver domme tv.’

Hoe zit het met je andere zaalshow Quarter Life crisis?

‘Dat behoort meer tot de observatie-comedy. ‘Quarter life crisis’ is een woord dat ik heb gehaald uit een boek van Eva Daeleman. Het is de midlife crisis voor de jonge dertiger, ieder stuk dat ik rond deze periode schrijf, gaat kloppen. Want ik word dit jaar dertig; Het was dus een ideale kapstok voor een show, het gaat over relaties, omgaan met vriendschappen, zwangerschappen, gezondheid, onzekerheid en sociaal gedrag.’

Quarter-Life Crisis komt naar Leuven op vrijdag 16 maart 2018, Minnepoort Leuven (tickets via www.xanderderycke.be)