Navraag: Tom Barman & Robin Verheyen

"Hij heeft al momenten genoeg"

05 maart 2016
Interview
Auteur(s): Quinten Evens , Simon Thys
"I'm on a death ride through wet snow” is wat je krijgt als Tom Barman zich tussen drie jazzmuzikanten gooit. Hij ontmoette Robin Verheyen exact twee jaar geleden in Leuven.

Met hun broek vol goesting zitten de scheppers van TaxiWars, Tom Barman en Robin Verheyen, in de foyer van Het Depot. Ze hebben een lange soundcheck achter de rug in een stad die de band niet onbekend is.

Tom Barman : “Ik heb vijf jaar geleden tegen mijn manager al eens gezegd dat ik iets met jonge jazzgasten wilde doen. Hij heeft dat idee laten rijpen, toen heeft hij op een bepaald moment gezegd: "Zeg, die Robin moet je eens leren kennen." Dat was op Leuven Jazz festival. Vervolgens hebben we gejamd op Magnus en dan is dat beginnen schuiven.”

Wat voor muziek wilden jullie oorspronkelijk maken?

Barman: “We wilden composities maken.”

Robin Verheyen: “Korte, puntige nummers van drie à vier minuten. Dus qua lengte zitten de nummers meer binnen een popcontext, maar we maken wel echt jazzmuziek.”


Jazzmuziek wordt vaak gekenmerkt door improvisatie, maar is daar nog plek voor binnen zo'n nummer?

Barman: “Soms niet, maar soms dan weer wel. We hebben een heel mooi nieuw nummer klaar dat vraagt om een moment voor de bassist en de drummer. Hij (wijst naar Robin) heeft al momenten genoeg (lacht). Tegelijk is het zeker niet de bedoeling dat we dan uitdeinen richting 7 of 8 minuten. Ik kan ook niet sjubiedoebiewap wapwap beginnen zingen, dus ik sta daar ook maar voor spek en bonen bij als die mannen een solo beginnen van een klein weekend.”

"Ik sta daar voor spek en bonen bij als ze een solo beginnen van een klein weekend"

Tom Barman

Je legt het dan toch weer vast op een plaat, waardoor de plaats voor improvisatie weg is...

Verheyen: “Dat blijft heel live als wij opnemen. Het is natuurlijk. Al blijft het op een optreden andere muziek dan live. Jazz blijft live beter dan op een plaat.”

Barman: “Death Ride, onze eerste single, hadden we nooit live gespeeld. Dat was vlak voor de opnames geschreven. Het had veel meer partijen, we hebbend dat gesimplifieerd en daarna hebben zij dat twee keer erdoor geknald. Dat is zo vers als je het maar kan bedenken. Nog verser zou onverantwoord zijn.”


Compacte muziek

Het Depot is een vrij grote zaal. Doen jullie ook nog de typische kleine, donkere cafés?

Verheyen: “We doen een mix van de twee.”

Barman: “En dat vind ik ook leuk. Voor hen snap ik dat wel, omdat zij ook wel graag goede omstandigheden hebben om goed te kunnen klinken. Maar ik, dat is misschien mijn rockachtergrond, verkies ruwere rock-‘n-roll plekken boven een cleane zaal met pluchen zetels en tapis plain.”

Zien jullie jezelf ook op echt grote festivals spelen?

Barman: “Natuurlijk, maar dan moet je zien hoe het gaat. Je moet ook realistisch zijn dat er altijd mensen gaan zijn die zeggen: Ik vind dat wel goed maar die saxofoon vind ik niet zo leuk, of die zanger, waarom zit die erbij? Het is muziek waar je toch even moet inkomen. Maar langs de andere kant zie ik niet waar de limieten zouden liggen. Het is spannend ook omdat het een klein groepje is. Voor mij is dat toch een kleine groep. Drie instrumenten, da's minimaal voor mij.”

Verheyen: “Maar dat vind ik ook leuk eraan, dat compacte. Dat maakt het heel direct om naar te luisteren. Zoals je zegt, je moet er op een bepaalde manier inkomen, maar doordat het zo direct is trekt het je mee.”

"Jazz blijft live beter dan op een plaat"

Robin Verheyen

Terreur van het refrein

Robin, jij hebt al een track record van grote namen uit de jazzwereld samengespeeld. Hoe is het dan om Tom Barman voor je te krijgen?

(lachen hard)

Barman: (lachend) “Ja, hoe voelt dat, Robin, om na Frank Vaganée ineens met den Barman te spelen?”

Maar je begrijpt wel…

Barman: (Imiteert een kwade stem) “Nee, ik begrijp niet wat je bedoelt!”

Verheyen: “Ik heb dat al dikwijls in interviews gezegd. Er zijn gewoon goede muzikanten en er zijn slechte muzikanten. En voor mij is Tom een goede muzikant. Dan is er geen verschil of dat een jazzmuzikant, een klassieke muzikant of een rockmuzikant is. En iemand die het oor heeft, die luistert, die creatief bezig is: voor mij is dat hetzelfde. Ik luister ook naar alle soorten muziek. Veel van de grootste jazzmuzikanten waren totaal niet geschoold. Die hebben zelf een instrument leren spelen en waren compleet vrij.”

Barman: “Omgekeerd tolereer ik hun virtuositeit. Dat moet ik ook maar doen hé (lachen).”

Dat was de volgende vraag: ben jij nu een jazzmuzikant, Tom?

Barman: “Dat zijn echt geen dingen waar je mee bezig bent. Sommige mensen denken: wat gaat hij daar zoeken? Dat vind ik juist leuk. Ik heb altijd zo’n beetje een brutale kant gehad. Ik ga niet naar die wereld toe met een soort schrik van: Ho ik kan nauwelijks noten lezen, wat ga ik daar tussen doen? Ik denk dat Robin dat ook zo voelt en dat dat een soort van vrijheid geeft.”

Verheyen: “Dat is gewoon wederzijds respect voor elkaars wereld en voor wat je doet.”

Hoe groot is uiteindelijk dan de invloed tussen jazzmuzikanten en rockmuzikanten? TaxiWars heeft behoorlijk catchy nummers.

Barman: “Natuurlijk, dat is misschien meer de rockkant, maar da's ook Robin. Hij schrijft melodieën die blijven hangen. Een refrein ga je heel moeilijk vinden. Er zijn heel weinig refreinen op die plaat. Dat is ook voor mij een verademing want bij dEUS en Magnus draait het toch vaak om, hoe zal ik het zeggen, de terreur van het refrein. En bij TaxiWars is dat vaak niet en dat komt omdat Robin heel melodieus speelt en hij vaak de catchyness van een refrein eraan geeft. Dat geeft mij dan weer de vrijheid om gewoon te freestylen.”

Tot slot: waar zal de afterparty plaatsvinden?

Barman: “Ik weet het niet, hier zeker? Op café hé. Het is een maandagavond, ik ga niet te zot doen. We moeten zes keer spelen deze week.”

Verheyen: “Morgen zitten we in Parijs.”

Barman: “Gij hebt een hotel gij. Mag je ook schrijven: Robin boekt een hotel voor zichzelf en de andere mogen ’s nachts terug rijden (lachen allebei).