Navraag Johan Heldenbergh

“Ik heb wel wat krakskes en klopkes gehad”

08 February 2016
Interview
Auteur(s): Sam Rijnders
“Hoerenchance” noemt hij het zelf. The Broken Circle Breakdown bracht hem naar Hollywood. De heropvoering van zijn stuk Ensor is zo goed als uitverkocht. Tot alles zwart werd.

Johan Heldenbergh ging even door een hel, maar staat er weer. Gelouterd, maar niet gedoofd. We spreken hem in een donkere en verlaten schouwburg. Alleen het scherm van een tablet licht ons bij. Net spoelde hij het zweet van zijn lijf. Ensor, voorlopig zijn laatste voorstelling bij Compagnie Cecilia, vraagt veel. Fysiek, maar ook mentaal. “We hebben Ensor gemaakt toen ik heel diep zat. Het is zeer autobiografisch en persoonlijk.”

Nadat zijn film The Broken Circle Breakdown, naar een toneeltekst die hij zelf schreef, Vlaanderen veruit oversteeg, wachtte Heldenbergh een diep dal. Nu is er weer licht.

“Theatermakers zijn de journalisten van het onbenoembare,” zei je net op het podium. Is dat je mission statement?

Johan Heldenbergh: «Kunst noem ik de poging om het onbenoembare te benoemen. Ik weiger mezelf kunstenaar te noemen, maar heb wel een definitie van kunst. Je kan zo verliefd zijn dat “ik zie je graag” niet volstaat. Soms is je gevoel onbenoembaar.»

«Zelf ben ik er onbewust een paar keer redelijk goed in geslaagd. Ensor vind ik bijvoorbeeld heel schoon. Zo gelaagd. Arne (Sierens, mede-regisseur en -schrijver van Ensor en -oprichter van Compagnie Cecilia, red.) heeft dat vaak. Dan spelen we iets 150 keer en denk ik nog steeds: “Fuck man, dit is diep.”»

«Tot slot geloof ik niet in l’art pour l’art. Theater is politiek. Wie de pretentie heeft om op een podium te staan, heeft ook een maatschappelijke taak.»

“Kunst noem ik de poging om het onbenoembare te benoemen.”

Johan Heldenbergh

Mooie woorden, maar wat koop je ervoor? Slechts acht procent van de acteurs verdient genoeg om te overleven, lazen we vorige week. Dan weet je genoeg, in een maatschappij die haar respect in geld uitdrukt.

Heldenbergh: «Ik heb de fout gemaakt om de reacties van de modale Vlaming op dat nieuws op de website van Het Laatste Nieuws te lezen. Na drie reacties ben ik gestopt. Ik moest mezelf beschermen. Deels daardoor ben ik depressief geweest. Ik was bezeten door het idee van een Vlaanderen dat plots heel erg voor N-VA en - naar mijn gevoel - heel erg tegen mijn beroep koos. Wij waren ineens allemaal profiteurs die met subsidiegeld gingen lopen. Net als de Walen, de migranten of de leraars, met al hun vakantiedagen. De samenleving werd heel klein en heel bedreigend in mijn hoofd.»

Schuilt er in die zure reacties dan geen grond van waarheid? Hoeft het te verwonderen dat mensen theater en andere kunst als elitaire subsidieslurperij wegzetten, wanneer het vaak zo moeilijk te vatten valt?

Heldenbergh: «Volledig mee eens. Vaak zie ik voorstellingen waar twee totaal vreemde zinnen elkaar volgen. “What the fuck” denk ik dan, maar toch volgen er staande ovaties. Waarom? Willen mensen tonen dat ze het begrijpen? Want als ik het niet begrijp, zij evenmin. Ik ben niet slimmer dan hen, maar geen domme mens. Het zijn de nieuwe kleren van de keizer.»

«Weet je waarom wij Compagnie Cecilia heten? Cecilia is de patroonheilige van de fanfares. Wij komen letterlijk op straat om mensen die er anders nooit naar kijken voor het theater te ronselen. Om onze voorstellingen moeten mensen lachen. Dat laatste hoeft niet, maar maak wel begrijpbaar werk.»

«Ach, vroeger had ik die reageerders mentaal aan de schandpaal genageld. Nu niet meer. Ik probeer te begrijpen. Met de jaren ben ik milder geworden. Ik heb ook wat krakskes en klopkes gehad. Daar gaat Ensor echt over. Tussen zijn veertigste en zijn vijftigste jaar gebeurt er iets met een man. Noem het penopauze, midlifecrisis of ik weet niet wat, maar er gebeurt iets. Hoeveel mannen gaan er dan niet weg van hun vrouw? Het is een compleet gevoel van… leegte.»

“Tussen je veertigste en je vijftigste gebeurt er iets met een man. Je bent leeg.”

Johan Heldenbergh

Hoerenchance

Zelf duik je de professionele leegte in. Na deze voorstelling eindigt je contract bij Compagnie Cecilia.

Heldenbergh: «Cecilia is mijn kindje. Ik heb het gezelschap mee opgericht. Mocht ik nog theater maken, dan zal ik ook eerst naar daar gaan. Ik wil alleen niet meer vergaderen en besturen.»

«Het is ook al jaren geleden dat ik elders speelde. Ik heb net een film in Frankrijk en een Amerikaanse film in Praag kunnen draaien. Daar geniet ik van. Ik heb een heel blik nieuwe mensen opgetrokken.»

Die Hollywoodfilm heet The Zookeeper’s Wife. Je speelt een dierentuindirecteur die zevenhonderd Joden van de Holocaust redt. Hoe heb je die rol binnengehaald?

Heldenbergh: «Hoerenchance. Jessica Chastain (zijn tegenspeler in The Zookeeper’s Wife, red.) was fan van The Broken Circle Breakdown en eiste om met die Vlaamse jongen te spelen. Ik heb niet eens auditie moeten doen. Een ster als zij heeft macht, want zonder haar wordt de film niet gemaakt. »

«Ik heb zoveel chance gehad. Ik heb nog nooit zoveel geld verdiend als de laatste twee jaren. Daar heb ik zes maanden met een burn-out van thuis kunnen zitten. (lacht) Het subsidieloontje van de meeste acteurs verbleekt bij wat ik voor The Broken Circle Breakdown kreeg. In Parijs en Praag verdiende ik nog meer. Ik hoor dus zeker bij die acht procent. Sinds 1998 heb ik niet meer gedopt. Er zijn heel weinig acteurs die dat kunnen zeggen. Ik heb ongelofelijk veel chance dat ik mensen als Arne en Felix (Van Groeningen, regisseur van The Broken Circle Breakdown, red.) ben tegengekomen»

Een Hollywoodfilm over de Holocaust. Dat kan wel erg sentimenteel uitdraaien.

Heldenbergh: «Eerlijk gezegd ligt mij dat wel. Ik ben niet bang van melodrama. Ik hou van een verhaal dat hoop geeft, ook al loopt het niet goed af. Zelfs in The Broken Circle Breakdown, het triestigste wat ik ooit schreef, zit hoop.»

“Voor mijn nieuwe scenario Wolfgang heb ik een producent in Parijs.”

Johan Heldenbergh

Je vrije tijd wil je vullen met schrijven, zei je in eerdere interviews. Vlot dat wat? Geven die verhalen hoop?

Heldenbergh: «Ik heb twee filmscenario’s in mijn hoofd en allebei zijn ze niet echt hoopvol. Daarom zit ik ook vast.»

«Voor eentje heb ik een producent in Parijs. In Vlaanderen worden dat soort films niet gemaakt, noch op prijs gesteld. De titel is Wolfgang. Het gaat over een jongen die op zeer jonge leeftijd iets heel doms doet. De maatschappij beschouwt hem als een monster. Langzamerhand wordt hij dat dan ook. Ik moet dat verhaal vertellen. Loop eens als jong Marokkaantje door Antwerpen. Op je elfde krijg je een klein moustacheke en word je een man. Vanaf dan zie je hoe alle oude vrouwtjes beginnen over te steken. Als je daar steeds kwader over wordt, dan doe je op de duur een bommengordel aan. Fuck de maatschappij. Je zal aan haar beeld beantwoorden. Raak daar maar eens onderuit.»

Een recensie van Ensor leest u hier.