Navraag Bony King

"Recensenten verwarren spontaniteit en geklungel"

26 September 2015
Interview
Auteur(s): Simon Grymonprez
Op woensdag 7 oktober komt Bony King naar Leuven in het kader van UUR KULtUUR. Wij konden hem al een uurtje strikken voor een gesprek over de natuur en vermeende taalfouten in songteksten.

Achter Bony King, voordien bekend als The Bony King of Nowhere, gaat de Gentenaar Bram Vanparys schuil. Dit jaar bracht hij Wild Flowers uit, zijn vierde plaat en het debuut van zijn nieuwe alter ego.

Is Bony King een andere artiest dan The Bony King of Nowhere?

Bram Vanparys: «Journalisten vragen gewoonlijk waarom ik die naam veranderd heb, maar eigenlijk gebeurde dat heel gewoon. Ik heb daar echt geen vijf seconden over nagedacht. Ik volgde gewoon mijn gevoel.»

«The Bony King of Nowhere is wel een naam waarin meer naïviteit zit. Mensen vinden naïviteit doorgaans een positieve eigenschap. Ik kan het niet los denken van het amateurisme van mijn eerste twee platen. Die vind ik nu gewoon slecht. Luisteraars houden er natuurlijk niet van dat artiesten zichzelf afbreken, maar ik wil dat mijn muziek zo goed mogelijk is. Ik betaal zelf ook geen twintig euro om een klungelende artiest bezig te horen.»

AT THE GATES OF TOWN

Volgens recensenten zijn jouw twee laatste platen inderdaad een toonbeeld van vakmanschap en authenticiteit, maar missen ze ook venijn en spontaniteit.

Vanparys: «Ik heb me enorm geërgerd aan die commentaar. Kijk, mijn tweede album Eleonore werd wél spontaan genoemd, maar die plaat is gemaakt met slechte muzikanten met wie ik één nummer per dag opnam. Elk nummer lag van begin tot eind vast. Daar was echt niets spontaans aan.»

«Dat de recensenten daar dan zoiets in horen, vind ik bizar. Volgens mij verwarren zij dan spontaniteit en geklungel. Voor Wild Flowers namen we drie songs per dag op. We beluisterden non-stop platen en zaten tot vijf uur ‘s ochtends met een wijntje over het leven te praten. Zó ontstaat spontane muziek.»

“Recensenten begrijpen niet waar muziek om draait”

Je bent geen grote fan van recensies.

Vanparys: «Ik vind recensies een vreemd concept. Ik ben een vredelievende persoon en haat weinig dingen, maar recensies horen daar wel bij. Pas op, dat geldt ook voor positieve recensies.»

«De Vlaamse recensies halen ook geen hoog niveau. Onlangs wees een journalist mij op een vermeende spelfout in At The Gates Of Town. “Gates” was volgens hem niet correct en zou in het enkelvoud moeten staan. Dat slaat nergens op. De zinsnede “at the gates of town” werd al duizenden keren gebruikt in de literatuur en muziek, zelfs door Shakespeare. Die recensent moet zich wel heel hard verveeld hebben tijdens mijn concert als hij daar over valt.»

«Het grote probleem is de haast en de vluchtigheid waarmee journalisten moeten werken. Recensenten beléven het concert niet. Ze typen voortdurend op hun smartphone om dan zo snel mogelijk hun recensie op sociale media te zetten. Zo maak je natuurlijk fouten.”

HET HIER EN NU

Je hebt niet veel met sociale media?

Vanparys: «Ik weet niet echt wat op het internet gebeurt, nee. Ik ben ook weinig omringd door mensen die actief zijn op sociale media.»

Je mist niets.

Vanparys: «Wel, het gekke is dat iedereen dat zo vaak zegt over sociale media. Maar ik stoor mij niet echt aan Facebook. Mensen beleven het hier en nu gewoon op een andere manier.»

Erger je je dan aan concertgangers die het “moment” willen vatten door voortdurend filmpjes en foto’s te maken?

Vanparys: «Ik ben geen grote fan van die camera’s, maar iedereen kiest hoe hij of zij muziek wil beleven natuurlijk. Eigenlijk is het mooiste compliment voor een artiest dat de mensen achteraf bedenken dat ze het vergeten te filmen zijn.»

HET DAAR EN LATER

Nam Bram Vanparijs zijn derde plaat nog in zijn eentje op midden in de Ardennen, voor Wild Flowers trok hij naar een studio in Los Angeles waar hij samenwerkte met topmuzikanten.

Van het kleine Mirwart in de Ardennen naar Los Angeles: voor een buitenstaander is dat een enorm verschil. Heeft Bony King de nowhere ingeruild voor een Amerikaanser geluid?

Vanparys: «Dat lijkt inderdaad een groot verschil. Mirwart ligt goed weggestopt in de Ardense bossen, L.A. is een grote en lelijke metropool. Het grootste verschil tussen de platen is echter de bezetting. De muziek is nu die van een band. Ze klinkt ook Amerikaanser, dat is logisch als je met zulke goede Amerikaanse muzikanten samenwerkt.»

«Die muzikanten spelen in functie van het geheel, die voelen aan wat een song nodig heeft. Op die manier zit de eigenheid van mijn muziek nu in de band.»

“Echt muziek bij ons, geen laptops op het podium”

Moet je die muzikanten noodzakelijk in Amerika zoeken?

Vanparys: «Eerlijk gezegd voel ik weinig affiniteit met Vlaamse artiesten. Ik vind ook dat er niet veel goede bands zijn hier. Vaak is er wel één slechte muzikant die het geheel volledig verprutst.»

Je verkoos de bossen rond Los Angeles boven de stad zelf, ook in je teksten is de natuur alomtegenwoordig. Is de natuur voor jou belangrijk?

Vanparys: «Eigenlijk is het vooral de praktische kant die mij interesseert, zoals bomen en vogels. Wat de natuur ook zo fascinerend maakt, is dat ze elke dag anders is. Een stenen huis blijft een stenen huis.»

«In steden zijn de populairste plekjes trouwens vaak die waar je de stad kunt ontvluchten. Ik hou van dat organische in de natuur en in de muziek. Een nummer groeit ook uit zichzelf. Ik denk daar niet te veel over na. Ik ben geen planner.»

In onze agenda staat jouw concert voor UUR KULtUUR wel ingepland. Wat maakt Bony King tot een niet te missen act?

Vanparys: «Waar ik op zich wel trots op ben, is dat wij nog altijd echte muziek spelen. Bij ons dus geen laptops op het podium. Wij gaan voor de combinatie van intensiteit en vakmanschap, die twee vind ik even belangrijk. Zo goed en zo puur mogelijk muziek spelen, daar draait het om.»