Navraag: Aster Nzeyimana

'Als je je werk graag doet, pikken mensen dat op'

12 november 2016
Interview
Op woensdag 16 november vindt het Groot Dictee der Leuvense studenten plaats. De presentatie wordt verzorgd door het opkomende mediatalent Aster Nzeyimana. Maar wie is de man achter de microfoon?

Aster Nzeyimana kan voor zijn 23 jaar al een mooi palmares voorleggen: radiomaker bij MNM, commentator bij Sporza, nieuwsanker bij Het Journaal. Een jongeman die een stem van goud koppelt aan een passie voor voetbal.

Je verzorgde uitspraak zorgt ervoor dat je het dictee presenteert. Zit dat van nature in je of zijn daar lessen aan te pas gekomen?

'Het is een combinatie van beide: je moet een verzorgde uitspraak hebben, maar ook vlot overkomen. Vroeger spraken sommige presentatoren correct, maar ze klonken als robots. Hoewel ik daar al op jonge leeftijd mee bezig ben geweest, is het iets wat je moet perfectioneren. Ik kreeg na mijn eerste radio-optreden te horen dat ik een goede uitspraak had, maar heb ondertussen toch nog grote stappen gezet. Enkele logopedielessen hebben geholpen om bepaalde trucjes aan te leren, zoals minder binnensmonds praten.'

'Ik vind mooi en verzorgd spreken belangrijk. Je spreekt het hele land toe en hebt een voorbeeldfunctie voor jonge kijkers. Mijn taalgebruik is ook gebaseerd op dat van de presentatoren waar ik als kind naar keek.'

Hoe ben je in de media terecht gekomen?
'Na een pleitoefening voor mijn rechtenstudie vertelde een assistent dat ik het talent had om bij de studentenradio te gaan. Ik zat daar al even mee in mijn hoofd. Vervolgens heb ik dan de tering naar de nering gezet en ben ik bij Urgent.fm aan de slag gegaan. Daar pikte MNM mij op en ik kreeg mijn eigen programma. Uiteindelijk belandde ik bij Sporza als commentator en heb ik ook een programma gemaakt voor Play Sports, waar ik ervaring opgedaan heb als televisiemaker en -gezicht. Uiteindelijk vond men dat ik op korte tijd genoeg stappen had gezet om Het Journaal te presenteren.'

Je kwam als een jong veulen toe bij Het Journaal tussen een wat oudere generatie vol ervaring. Hoe heb je dat ervaren?
'Het is zoals elke werkvloer: je moet respect afdwingen, en dat gebeurt door goed werk te leveren. Als jonge gast val je sowieso op, maar vanaf mijn eerste werkdag kwamen er positieve reacties vanuit de redactie. Als je goede prestaties levert, beseffen je collega’s dat je iets kan waardoor je vertrokken bent. Zo heeft het ook niet lang geduurd om me te settelen op de redactie.'

'Vroeger spraken presentators correct, maar ze klonken soms als robots'

En als je nu zou moeten kiezen tussen radio of televisie?
'Dat is als kiezen tussen je twee kinderen. Dan toch televisie, dat is een medium dat qua verbeelding en budget iets verder reikt.'

Hoe is het om live te presenteren?
'Ik ervaar geen stress bij het presenteren, ik voel mij op mijn gemak. Gelukkig maar, want het is mijn job. Als je je werk oprecht graag doet, pikken mensen dat ook op. Dan voelen ze de vreugde of het enthousiasme waarmee je presenteert.'

Wij zien enkel het resultaat, maar wat komt er allemaal kijken bij een aflevering van Het Journaal?
'Niemand beseft hoeveel journaals er op het laatste nippertje nog net gered worden: er zijn soms stukken die pas afspeelbaar zijn 10 seconden voor ze op antenne moeten. Andere keren weet je niet of er na je presentatie wel een filmpje volgt, omdat het nog niet af is.'

Geen wildere verhalen? Ons werd verteld dat er al gepresenteerd werd zonder broek.
'Inderdaad. Eddy Demarez heeft 15 jaar geleden eens een weddenschap verloren. Hij moest toen in onderbroek en rubberen botten presenteren. Nu zou je dat als kijker niet merken, maar bij het vorige decor was de tafel licht doorschijnend. Bij het ruime shot kon de aandachtige kijker hem zien zitten in zijn botjes. (lacht)'

Voetbal als grootste drijfveer

Is het altijd al je droom geweest om in de media terecht te komen?
'Ik wou niet per se in de media terechtkomen, maar wel iets met voetbal doen. Ik vind dat zo’n fantastisch fenomeen, dat spelletje. Ook het publieke gebeuren daarrond. Voor sommigen is het echt een religie. Voor een sport is dat echt uitzonderlijk.'

'Ik heb zelf tot mijn negentiende in tweede klasse gevoetbald. Ik ben op een lager niveau gaan spelen omdat ik niet genoeg tijd had en niet het talent had om profvoetballer te worden. Ik wou sowieso iets doen met voetbal, dus als het niet kon als voetballer, waarom niet als commentator?'

Heb je dan voorbeelden waar je naar opkijkt, commentator-gewijs?
'John Motson, een Britse voetbalcommentator, vind ik fantastisch: zijn timbre, zijn visie op voetbal, hoe hij wedstrijden aanvoelt. Er zijn natuurlijk ook enkele collega’s die echte klasbakken zijn met veel talent en ervaring. Qua presenteren heb ik geen voorbeeld, daarin moet je je eigen stijl vinden.'

Zijn er voetballers naar wie je opkijkt?
'Vroeger keek ik op naar Wesley Sonck, wat wel grappig is, aangezien ik nu met hem overeenkom. Kompany kan ik ook wel smaken, omdat ik net als hem centrale verdediger was. Ik had dezelfde stijl als hem, maar dan een iets lager niveau. De mooiste voetballer die ik ooit gezien heb, blijft echter Ronaldinho. Zijn balbehandeling en elegantie op het veld zijn ongeëvenaard.'

Toekomstmuziek

Hoe zien je toekomstplannen eruit?
'Ik wil natuurlijk in de media blijven. Ik zou stekezot zijn om dat op te geven. (lacht) Een constante in mijn carrière is dat ik niet weet wat er volgt. Je krijgt zoveel kansen en het is gewoon zaak om die kansen te grijpen.'

Stel dat ze een voorstel doen over de grote Aster-voetbalshow, zou je daar op ingaan?

'Neen. Mijn hart zou ja zeggen, maar ik ben nu nog niet in de positie om de grote voetbalman uit te hangen. Nu is het kwestie van bij te leren en het vak te leren kennen. Dat klinkt cliché, maar het is belangrijk om dat te beseffen.'

'Ik wil in de media blijven, ik zou stekezot zijn om dat op te geven'

'Als ik morgen Extra Time zou presenteren, zou ik dat wel degelijk doen, maar niet het niveau van Frank (Raes, red.) halen. Mensen zouden ook denken: ‘Gaat die gast van 23 ons nu alles komen vertellen over voetbal?’ Je moet eerst meedraaien in het wereldje, zodat mensen je beter leren kennen en je wat autoriteit geven.'

Je ziet jezelf dus wel oud worden in de voetbal- en mediawereld?
'Natuurlijk, ik heb heel veel goesting om dat te doen, dus ik kan mij niets anders voorstellen. Het kan wel zijn dat ik over vijf jaar zeg: ‘Fuck die voetbal’ en het strontbeu ben, je weet dat nooit. Maar dat verwacht ik niet. (lacht)'

Om af te sluiten: Als je volgende week na het dictee uitgaat in Leuven, waar zou je dat dan doen?
'Ik ben drie weken geleden voor de eerste keer uitgegaan in Leuven. Het was op de Oude Markt in een café aan de rechterkant. (denkt even na) De Blokhut! En daarvoor in de Karément. Gent blijft natuurlijk mijn hometown, ik ken daar ook veel mensen. Ik vond Leuven ook wel leuk, juist omdat ik daar niemand ken. Allez, tegenwoordig zijn er altijd wel mensen die mijn gezicht herkennen. All the way gaan bij het uitgaan zit er dus niet meer in. Bij vrienden op een privéfeestje kan dat gelukkig wel nog. (lacht)'