Nalatige kotbazen springen los om met brandpreventie

Studenten bezorgd om brandveiligheid

24 februari 2014
Artikel
Auteur(s): Korneel De Schamp
Hoe bezorgd zijn studenten om hun brandveiligheid? Vaak is het niet meer dan een bijgedachte, gezien de onveilige situaties op vele koten. Enkele studenten getuigen.

Brandveiligheid zit niet meteen vooraan je gedachten als je een kot zoekt. Het moet hip, cool of gezellig zijn, maar of er een nooduitgang is, lijkt meestal bijzaak. Laurens Jan vertelt hoe zijn blik veranderde na een brand op kot enkele jaren terug. “Ik had een kaars laten branden terwijl het raam openstond en was vervolgens in slaap gevallen. Toen ik wakker werd, had het gordijn vuur gevat en stond de hoek van mijn kamer helemaal in brand. Ik kon het vuur nog net blussen.”

Laurens Jan kijkt nu alvast anders naar brandveiligheid: “Toen ik verhuisde heb ik toch zelf rookmelders opgehangen en kaarsen gebruik ik ook nooit meer. Je past je pas aan eens je zoiets hebt meegemaakt.”

Emmers zand

Toch hoeft er niet altijd al een brand zijn geweest voordat studenten bezorgd zijn. Sommige kotbazen zijn wel eens laks in de beveiliging. Ben vertelt wat er misging op zijn kot in de Parijsstraat: “Er was op dat kot één nooduitgang aan de achterkant. Ik zat op de hoogste verdieping, dus in geval van nood moest ik langs daar naar buiten. Maar die deur gaf uit op een overloop waar niemand mocht komen. Toen daar toch enkele studenten op kwamen, heeft de kotbaas de deur gesloten.”

Toen Ben de kotbaas daar op aansprak kreeg hij een warrig verhaal te horen. “De kotbaas beweerde dat de brandweer er snel genoeg zou zijn om mij te redden in geval van brand. Later checkte ik ook de rookmelders van het gebouw en daar zaten soms zelfs geen batterijen in.” Ook in een ander kot van dezelfde man zag hij vreemde toestanden: “Daar stonden emmers zand met allerlei vuiligheid in. Voor een brand, beweerde de man, in plaats van brandblussers. Ik heb toen alvast klacht neergelegd.”

De kotbaas in kwestie wenste enkel anoniem te reageren. “Ik ben alles volledig in orde aan het brengen qua branddetectie in al mijn koten, volgens de laatste regels. Die ene student is boos op mij omdat hij niet meer kon zonnebaden op dat terrasje, waar ze niet mochten komen volgens de regels. Ik ben blij dat hij weg is! En die emmers zand staan daar nog steeds: die staan er voor als een frietketel vuur vat.”

Jaren 70

Bij Joachim loopt ook een en ander fout op kot. “Onze kotbaas woont niet in België en dus komt er vaak niet veel van zijn beloftes. Wij zitten er als studenten ook niet genoeg achter. Als we het meer zouden vragen, zou er misschien wat gebeuren, maar het is niet onze hoogste prioriteit.” Zijn kot heeft niets van de reglementaire brandpreventie in huis.

Joachim: “We hebben één brandblusser in de keuken die we zelf gekocht hebben. Er hangt ook nog ergens één rookmelder uit de jaren 70 die niet meer werkt.”. Een nooduitgang heeft Joachim, die op de bovenste verdieping woont, niet. “Ook wij hebben hier al gevaarlijke situaties gehad met ons gasvuur. Maar ik betwijfel of er iets gaat gebeuren. Misschien als er meer controles komen, maar als het van onszelf moet komen, zal er weinig veranderen.”