Money, money, money!

Een geldrondvraag bij studenten

17 april 2018
Artikel
Auteur(s): Hanne Tollenaere
Hoe groot is het budget van de student? Waaraan geven ze nu eigenlijk het meeste geld uit? En vanwaar komt dat geld? Veto vroeg, u antwoordde.

Iets meer dan vierhonderd studenten gaven ons antwoord op onze prangende vragen. Een kleine meerderheid van deze studenten waren vrouwen. Ruim driekwart van de bevraagde studenten was tussen de 20 en 23 jaar oud. Ons typische, vertrouwde studentenpubliek, dus.

Mama en papa betalen

Amper 4 procent van de bevraagde studenten betaalt zijn studies volledig zelf, 8 procent doet dit gedeeltelijk. Daarnaast krijgt het grootste deel van van de studenten geen financiële ondersteuning van de universiteit of de staat. Een kwart van de bevraagden krijgt dit wel: 15 procent krijgt een studiebeurs, en 10 procent heeft een gesubsidieerd kot.

Hoe groot is dan het weekbudget van de gemiddelde student? Bij tweederde van de studenten ligt dit tussen de 30 en 60 euro. Iets meer dan 10% doet het met minder dan 30 euro per week. Zo’n 75% komt er meestal of altijd mee rond, 3% helemaal niet.

Wat betalen onze ouders dan precies? De helft van de studenten zegt afspraken te hebben met hun ouders om zelf een deel van zijn kosten te betalen. Waar de student dan graag zijn eigen centjes voor gebruikt, is duidelijk: 97% van degenen die zelf een deel betalen doet dit voor het uitgaan. Iets minder dan de helft betaalt ook een deel van de gsm-kosten, eten en kleding. Een kleine 10 procent betaalt ook mee voor zijn kot, bijvoorbeeld door elke maand 50 euro bij te leggen of de jaarlijkse vaste kosten te betalen.

Iets minder dan de helft van de bevraagde studenten krijgt een maandelijkse som geld van hun ouders, 43% krijgt een wekelijkse som. 16% houdt zijn bonnetjes bij die daarna worden terugbetaald. Daarnaast betaalt een kwart van de studenten ook gedeeltelijk met geld dat ze zelf verdienen.

Studentenjobs en dure pintjes

Naast dat studeren wordt er ook heel wat gewerkt! Maar liefst 71% geeft aan een vakantiejob, studentenjob of beide te hebben. De helft hiervan houdt het bij werken tijdens de vakanties. Van al deze harde werkers spaart 78 procent het geld dat ze ermee verdienen gedeeltelijk, 14 procent geeft het volledig uit.

Als we vragen of de student dit extra geld naar zijn gevoel nodig heeft, blijkt er grote onenigheid te zijn. 54 procent geeft aan dit zelf verdiende geld nodig te hebben, de rest niet. Dit extra geld wordt dan overigens voor verschillende doeleinden gebruikt. Zo geeft een groot deel aan het te gebruiken voor ontspanning, etentjes, uitgaan, naar de cinema gaan en dergelijke. Meer dan een vijfde zegt zelf ook hiermee hun reizen te betalen. Een tiende van de studenten die vinden dat ze het extra geld nodig hebben, wilt hiermee sparen voor later of wat reservegeld achter de hand hebben. Enkelen geven ook aan dat ze het simpelweg nodig hebben om rond te komen. Daarnaast hebben een paar studenten nog speciale redenen om dit geld nodig te hebben, namelijk omdat de pintjes te duur worden, ze steeds ‘meeeeeeeer’ willen, of simpelweg ‘daarom’. Dat zet aan tot nadenken.

Voor sommige studenten zijn studentenjobs ook niet de enige manier om aan geld te geraken: een vijfde geeft toe ooit geld ingezet te hebben op gokspelen, en eenzelfde proportie studenten geeft toe ooit op illegale wijze geld verworven te hebben door middel van zwartwerk, drugs verkopen, gestolen goederen verkopen of dergelijke.

Waar gaat dat geld naartoe?

Bij het kopen van eten in de winkel kiest ruim een kwart vooral op basis van de prijs, terwijl 5% voor kwaliteit gaat. De grote groep overige studenten weegt af tussen prijs en kwaliteit. Het bedrag dat hier per week aan gespendeerd wordt, ligt bij zo’n 80 procent ergens tussen de 25 en 40 euro per week.

Ook uitgaan wordt al eens graag gedaan, en hiervoor telt de helft van de studenten wekelijks 5 à 10 euro neer. Ruim een kwart van de studenten geeft hier dan weer meer dan 20 euro per week aan uit. Dat kunnen uitgaan voor behoorlijk wat studenten belangrijk is, wordt bevestigd als we vragen of de student soms op iets bespaart om meer geld over te hebben om uit te gaan: 38% antwoordt hier bevestigend op. Op wat dan zoal bespaard wordt, blijkt vooral eten en vrijetijdsbestedingen te zijn.

Ook gsm-abonnementen kosten geld, en de student kan het weten. 40 procent van de bevraagde studenten geeft aan hiervoor maandelijks 15 euro neer te tellen. Bij 23 procent verdwijnt hier echter niets voor uit hun portemonnee. Als het over kleding gaat, zijn er duidelijk verschillen tussen studenten. Een kwart geeft hier maandelijks niets aan uit, terwijl de helft van de bevraagden er toch 20 tot 50 euro per maand voor neertelt. 7 procent blijkt zelfs 150 tot 300 euro per maand aan kleren te besteden.

Ook aan vrijetijdsbesteding zoals concerten, uitstapjes en hobby’s spendeert tweederde maandelijks 15 tot 50 euro. Bij ruim een tiende loopt dit bedrag echter op tot 100 euro of meer. Wanneer we vragen naar het bedrag dat jaarlijks naar festivals gaat, zegt de helft hier helemaal niets aan uit te geven. Bij de overigen gaat het over uiteenlopende bedragen waarbij 100, 300 en 500 euro regelmatig genoemd worden.

De grootste spreiding van deze hele enquête is wellicht te vinden bij het bedrag dat de student gebruikt om te reizen. 8 procent geeft hier niets aan uit, bij een derde ligt dit tussen de 300 en 500 euro. Meer dan een kwart legt hiervoor 1000 euro of meer aan de kant.

Schuldig?

Bijna de helft geeft aan zich soms schuldig te voelen over hoeveel geld hij kost voor zijn ouders. Een kwart ervaart deze schuldgevoelens zelden of nooit. Tegenover de staat is dit gevoel van schuld opmerkelijk minder aanwezig. Maar liefst 89% zegt zich zelden of nooit schuldig te voelen over hoeveel geld hij kost aan de staat.

Al die cijfers en bedragen: vind de student zijn eigen spendeergedrag eigenlijk problematisch? Niet echt, zo blijkt. Driekwart antwoordt hier ‘nee’ op, 1 op 5 vindt het soms problematisch.