Leuvense Veulens: Linde

Jonge culturo's met een Leuvense link

14 November 2018
Interview
In Leuvense Veulens schetsen we het profiel van jonge artiesten die een link hebben met het cultuurlandschap van Leuven. Deze week maken we kennis met Linde.

Zij die begin september op het cultuurdebat aanwezig waren, of vroeg genoeg bij Marble Sounds stonden, hebben al kennis kunnen maken met de unieke sound van Linde. Een genre erop plakken is niet meteen een sinecure. Zelf omschrijven ze hun muziek als ‘neofolk-babypunk met wereldse invloeden’. Om de omhooggeschoten wenkbrauwen terug te doen dalen, leggen Jeroen en Linde – waaruit de band ‘Linde’ bestaat – zelf uit wat dat precies betekent.

‘Neofolk is een soort herinterpretatie van de bestaande folk. En babypunk hebben we gekozen niet per se qua klank, maar qua attitude. Punk trekt zich niets aan van wat mensen ervan denken, en een baby is het puurste dat je ooit kan zijn, omdat je los van vooroordelen of stempels bent.’ Die wereldse invloeden zijn vooral in Mongolië te vinden. Hoewel ze daar zelf nog nooit geweest zijn, is er toch ook een persoonlijk verhaal aan verbonden.

‘Ik ben heel gefascineerd geraakt door Mongoolse invloeden via een film. Maar via een muziekdocent van mij ben ik ook eens 8 dagen gaan logeren bij een man in Frankrijk die in een yurt (een Mongoolse ronde tent, red.) leefde, volledig volgens de Mongoolse waarden en normen.’

Muzikaal duo

Die Mongoolse inspiratie was echter niet de reden waarom de jonge artiesten zich in de muziekwereld gestort hebben. De grootste reden voor Jeroen was U2. ‘Ik heb daar vroeger te veel naar geluisterd en ik wou gewoon The Edge zijn. Nog altijd, eigenlijk.’ Linde kreeg het beestje dan weer te pakken door een muziekdocente. ‘Toen ik klein was, kreeg ik zangles van Naomi Sijmon van Reena Riot. Dat was echt een fijn persoon en iemand waar ik nog altijd naar opkijk.’ 

Als we op Cactusfestival staan, heb ik het in mijn hoofd bereikt en mag ik sterven

Linde

In het middelbaar volgde een passage bij de schoolband. ‘Al je vrienden hebben hobby’s waar ze echt goed in zijn en ik heb die allemaal geprobeerd, maar ik suckte daar keihard in.’ Volleybal, karate, waterballet en paardrijden zijn toen allemaal de revue gepasseerd tot de grote passie zich ontpopte. ‘Bij zingen had ik opeens het gevoel van ‘dees ligt mij wel.’’

Bij de keuze voor hoger onderwijs kiezen Jeroen en Linde allebei resoluut voor de bacheloropleiding Pop- en rockmuziek aan de hogeschool PXL in Hasselt. Een opleiding die zeker voor scepticisme kan zorgen, maar waarvan geen van beide spijt heeft. ‘In de opleiding zelf heb je drie verschillende richtingen: muzikant, management en techniek.’ De afdeling muzikanten is dan nog eens onderverdeeld in zes verschillende instrumenten – zang, drum, gitaar, bas, toetsen en elektronica – met elk maximum 5 mensen per instrument.

Een beperkte vijver dus, waardoor een samenwerking zich gemakkelijk aanbiedt. ‘Linde had voor haar bachelorproef onderzoek gedaan naar Mongoolse muziek en cultuur en heeft die dan samengevoegd met haar eigen muziek. Om die demootjes op te nemen had ze nog een extra gitarist nodig, en vroeg ze mij daarvoor. Sindsdien zijn we eigenlijk niet meer gestopt.’

Erkenning

Hoewel het geen gemakkelijk genre is waarin het duo muziek maakt, zijn ze er toch al in geslaagd om opgemerkt te worden in het muzikale landschap. Na het winnen van de PlayRight+-prijs en tweede plaats op Rockvonk schoppen ze het zelfs tot artist in residence van het Depot. ‘Het voornaamste voordeel daarvan is dat iemand die komt optreden en geen voorprogramma heeft, ons kan kiezen om voor hen op te treden.’ Zo speelden ze afgelopen maand nog als voorprogramma van Marble Sounds. Maar ook praktisch heeft het zijn voordelen om artist in residence te zijn. ‘We hebben hier een repetitieruimte waar we gebruik van kunnen maken, wat wel heel handig is. Voordien moest dat op kot bij Jeroen of mij of thuis, waardoor er veel afwisseling was. Het is veel beter dat we hier kunnen zitten.’


‘Het is ook leuk om te weten dat we hier altijd welkom gaan zijn in het Depot. Stel dat wij binnen acht jaar ergens anders resideren, gaan wij nog altijd een Depot-baby’tje zijn en hier over de vloer mogen komen.’ Met dat residentschap sluiten ze ook aan bij een rijtje veelbelovende artiesten zoals Portland, Rewind, Audri, Esther & Fatou; en is er de mogelijkheid om te netwerken in de muziekwereld. ‘Wij zijn daar wel allebei niet goed in. Wij zijn daar allebei te – intiem wou ik zeggen, maar dat is het juiste woord niet! (lacht) – ingetogen voor. Wij gaan nooit iemand bij zijn kraag nemen en zeggen ‘dit zijn wij, fiks een optreden voor ons.’’

De jonge snaken doen ook nog alles zelf. ‘Wij hebben een vzw opgericht zodat we onze onkosten kunnen dekken – treintickets, benzine, ons eten. Af en toe kunnen we onszelf wel iets uitkeren, maar voorlopig kunnen we nog niet leven van onze muziek.’ Op termijn zou dat wel moeten gebeuren, al zijn ze voorlopig erg nuchter in hun analyse daarover. ‘Er zijn weinig bands die staan waar wij momenteel staan die van hun muziek kunnen leven. Zelfs de grote bands waar we naar opkijken moeten soms bijklussen.’

Toekomstmuziek

Ook de bands waar Linde en Jeroen naar opkijken behoren tot de alternatieve scene. ‘Merope is niet alleen mijn allergrootste voorbeeld, maar ook mijn lievelingsband’, laat Linde weten. Maar ook Jeroen heeft wat namen achter de hand: ‘The Guru Guru, Statue, Hypochristmutreefuzz of Shht, die zijn allemaal keistraf. Ook omdat die soms niet veel ouder zijn dan ons en toch al zo’n zotte dingen maken.’ Al bezit de band ook een gezonde portie ambitie. ‘Het zou fijn zijn als we de naamsbekendheid van een Melanie de Biasio of een Trixie Whitley zouden halen. Meer mag altijd (lacht) – maar dat is wel mijn doel. Ik wil toch iets kunnen betekenen voor de Belgische muziekscene.’


Al is dat populair worden niet de grootste drijfveer van het duo, en is het vooral de passie voor muziek die hen typeert. ‘Soms kunnen we een optreden geven waar we niet echt voldoening uithalen – omdat het rumoerig was of het publiek niet echt oplettend is – maar als er dan iemand achteraf naar ons komt om te zeggen dat hij het echt cool vond, is dat wel leuk. Al spelen we ook vooral omdat we ons muzikale ei kwijt willen. Er is zo veel aanbod op het vlak van muziek, en wij spelen niet het meest populaire genre – sommigen vinden dat ook gewoon vreemd – maar als je een paar mensen kan inspireren zodat ze denken ‘fuck, dees is echt goed’ is het allemaal goed.’ (lacht)

Voor de band is het dan ook zaak om zoveel mogelijk te spelen. Zo waren ze deze zomer ook een paar keer te bewonderen op een festival, tot groot genoegen van Jeroen: ‘We hebben een paar kleinere festivalletjes gedaan dit jaar, maar ook Dranouter. Dat was echt een heel mooi festival, heel warm ook. Als we daar volgend jaar niet zouden staan, denk ik wel dat ik er gewoon naartoe zou gaan als festivalganger.’ Een ander festival met een gelijkaardige vibe staat dan weer op Linde haar bucketlist. ‘Op het Cactusfestival van Brugge staan, is echt een droom. Dat hoeft nog niet direct te gebeuren, maar als ik daar kan staan, heb ik het in mijn hoofd wel bereikt en mag ik sterven.’ (lacht)