KU Leuven studenten trekken advies over studentenparticipatie van Vlaamse Onderwijsraad in twijfel

Vlaamse Onderwijsadviesraad trekt aan alarmbel: te weinig studentenvertegenwoordigers

15 mei 2017
Artikel
Auteur(s): Simon Grymonprez
De Vlaamse Onderwijsraad (Vlor) stelt in een adviestekst dat er te weinig studentenvertegenwoordigers (stuvers) zijn. Een volwaardig statuut en de nodige middelen zouden de kwestie moeten verhelpen.

In de tekst ‘Advies over het stimuleren van studentenparticipatie’ stelt de Vlor dat ‘de invulling van mandaten voor studentenvertegenwoordigers steeds moeilijker blijkt, ondanks de stijgende studentenaantallen.’ Er zouden te weinig studenten zich kandidaat stellen en de achterban zou onvoldoende geïnformeerd zijn, waardoor de legitimiteit van de studentenraden te laag is. Het advies stelt ook dat een student, eens die vertegenwoordiger is, moeite heeft om het mandaat in te vullen. De complexiteit en het hoge vergaderritme zouden de boosdoener zijn.

De Vlor verwijst als oplossing naar het speciaal statuut dat wettelijk werd voorzien voor studentenvertegenwoordigers. ‘Daarmee kregen zij recht op faciliteiten die de uitvoering van hun mandaat beter combineerbaar maken met hun studies’, klinkt het.

De Vlor klaagt aan dat de implementatie van dit statuut te ongelijk verloopt, te veel verschilt van instelling tot instelling en bovendien op veel plaatsen niet grondig genoeg wordt gerealiseerd.

‘Ik wil voorzichtig zijn als ik dit zeg,’ reageert Marie Vanwingh, voorzitter van de Studentenraad KU Leuven (Stura), ‘maar nu de zoektocht naar onze nieuwe ploeg begonnen is, heb ik nog op geen enkel moment getwijfeld dat we genoeg mensen zullen vinden.’ De mandaten van Stura geraken de laatste jaren inderdaad relatief vlot ingevuld.

Frédéric Piccavet van de Vereniging van Vlaamse Studenten (VVS) was de trekker van deze nota. ‘Het kan zijn dat de Studentenraad van de KU Leuven op een goed niveau werkt, maar deze nota is bedoeld voor alle studentenraden over heel Vlaanderen. Stura KU Leuven weet niet per se wat er gebeurt aan andere instellingen.’

Bram Van Baelen, voorzitter van de Leuvense studentenkoepel LOKO, erkent dat het zeker niet makkelijker geworden is om stuvers te vinden. Maar, zo zegt de LOKO-voorzitter, ‘ik heb niet de indruk dat het in Leuven problematisch is op dit moment. We vinden nog steeds voldoende mensen om alle mandaten ingevuld te krijgen. Voor LOKO is de situatie dus niet problematisch.’ Vorig jaar moest LOKO het stellen zonder voorzitter, dit jaar draaide de organisatie weer op volle toeren. Er is ook al een voorzitter voor volgend jaar verkozen.

De LOKO-voorzitter heeft vragen bij de analyse van de Vlor. ‘Hij vergeet rekening te houden met dat het ‘teruglopen’ van vrijwilligerswerk een globale trend is, die zich voordoet in alle lagen van de bevolking en dus ook bij studenten. Ik denk daarbij dat studenten zelfs niet minder geëngageerd zijn. Er is gewoon veel meer aanbod in vergelijking met twintig jaar geleden.’

Van Baelen wijst erop dat veel afhangt van hoe goed of slecht de organisatie draait, en wat de uitstraling is naar studenten toe. ‘LOKO kende vorig academiejaar een jaar zonder voorzitter. Zo'n jaar brengt uiteraard weinig positieve publiciteit met zich mee. Dit jaar heeft het hele LOKO-team het negatieve beeld wat kunnen doorbreken waardoor we voor het komende academiejaar zeer goede vooruitzichten hebben. De uitstraling, en bij uitbreiding de werking, van de organisatie zijn, denk ik, ook erg belangrijke oorzaken voor het vinden van stuvers, zeker in Leuven.’

Participatiecoach

Om aan de problemen tegemoet te komen, stelt de Vlor stelt voor om de implementatie van het statuut van studentenvertegenwoordiger aan de instelling van naderbij te bekijken. Waar de implementatie ontbreekt, moet er werk van gemaakt worden.

Opvallend is dat de adviesgroep pleit voor een ‘participatiecoach’. ‘Dat is een personeelslid van de instelling dat de studenten wegwijs maakt in studentenvertegenwoordiging’, stelt de Vlor. ‘Wat is studentenvertegenwoordiging precies, hoe zit de instelling in elkaar, welke procedures moeten gevolgd worden ...? Voor studentenvertegenwoordigers is een dergelijke ondersteuning noodzakelijk. Het kan hun tijdsinvestering onder controle houden, maar ook het leerrendement en de 'return on investment' van hun engagement vergroten.’

'De instelling moet al helemaal niet aan de tafel zitten als wij onze plannen bedenken'

Marie Vanwingh, voorzitter Studentenraad KU Leuven

Volgens de Vlor loopt studentenvertegenwoordiging spaak omdat een functie binnen de universiteit of binnen de vertegenwoordiging op Vlaams niveau steeds moeilijker combineerbaar is met studies. Daarom pleit ze voor het valoriseren van mandaten via een bewijs of attest. Ook wil ze dat de instellingen ‘rekening houden met studentenvertegenwoordiging bij het toekennen van individuele uitzonderingen’, zoals het inschrijven met onvoldoende leerkrediet of het voor een derde keer hernemen van een opleidingsonderdeel. Bovendien wil ze onderzoeken of voor bepaalde mandaten een bestuurdersjaar kan ingevoerd worden. Hoe dat er concreet moet uitzien, is nog niet duidelijk.

Misschien betreft het meest opvallende voorstel de denkpiste voor een geldelijke compensatie van studentenvertegenwoordigers voor het uitoefenen van hun mandaat.

Zowel Vanwingh als Van Baelen hebben sterke twijfels bij de oplossingen die de Vlor aanreikt.

Het idee van een participatiecoach kan bij Vanwingh op weinig begrip rekenen. ‘Moet die participatiecoach een personeelslid van de instelling zijn? Wij zijn studentenvertegenwoordigers! Diegenen die studenten vertegenwoordigen aan de instelling. Een dergelijke coach is of loopt althans het risico een betuttelende instantie te zijn, een realiteitscheck, een controlepost. Wij moeten als studenten kunnen doen wat we willen, los van wat de instelling daarvan vindt. De instelling moet al helemaal niet aan de tafel zitten als wij onze plannen bedenken.’

Vanwingh geeft graag een voorbeeld. ‘Wij wilden met Stura dit jaar de POC (Permanente Onderwijscommissie, waar het onderwijs van een opleiding wordt besproken door de studenten en de universiteit, red.) versterken met alles erop en eraan: een webshop, vorming, bevraging en als hoogtepunt een Nacht van de POC. Naar onze mening krijgt de POC namelijk te weinig de aandacht die ze verdient. We spraken daarover met programmadirecteurs (zij die de POC voorzitten, red.). Ze twijfelden: te groots, niet realistisch, niet evident. Stel je voor dat er bij elk plan dat je wil bedenken zo een sturende factor mee aan tafel zit? Onze nacht kwam er, zo groot als wij het wilden. De programmadirecteurs kwamen ons naderhand feliciteren: hadden ze niet verwacht.’

Ook Van Baelen heeft twijfels. ‘Ik ben globaal geen fan van een decretale verankering. LOKO werkt al jaren met professionele stafmedewerkers, aangestuurd door vrijwilligers. Ik kan me voorstellen dat bij bepaalde instellingen een participatiecoach nuttig kan zijn, maar voor zo'n decretale one size fits all-benadering is LOKO echt geen vragende partij.’

Niet alleen de participatiecoach, ook zaken als valorisering of geldelijke compensaties doen de wenkbrauwen fronsen. ‘We moeten echt opletten met een cultuur te installeren van ‘juiste papiertjes’ voor alles’, vindt Vanwingh. ‘Bovendien veronderstellen dergelijke attesten een kwaliteitscontrole en die is onmogelijk eerlijk en adequaat te organiseren.’

‘Ik ben het eens dat financiële belemmeringen niet in de weg mogen staan, maar ik denk dat er andere en betere oplossingen zijn dan gewoon geld geven’, aldus Vanwingh. ‘Oplossingen die de zuiverheid van de ‘studentenvertegenwoordiging’ bewaren: eten in Alma voor de vergadering of wonen in een residentie.’

Faciliteren is belangrijk, vindt ook de LOKO-voorzitter. ‘Een bestuurdersjaar klinkt aanlokkelijk, maar ik ben persoonlijk absoluut geen fan. Ik denk dat stuvers altijd in het achterhoofd moeten houden dat ze in eerste plaats ‘student’ zijn. Met zo'n bestuurdersjaar neem je de essentie al weg. Een geldelijke compensatie is voor mij persoonlijk in elk geval een aantal bruggen te ver.’

Frédéric Piccavet is het niet eens met de kritiek van de KU Leuven-stuvers. ‘Stura KU Leuven is vorig jaar uit VVS gestapt, dus is het nu natuurlijk gemakkelijk om langs de kant commentaar te geven.’

Ook inhoudelijk is Piccavet het niet eens met Vanwingh. ‘De onderwijsdossiers waarmee stuvers in aanraking komen, worden steeds complexer.’ De aard van de job wordt professioneler, dus moet de nodige ondersteuning worden voorzien, denkt Piccavet. ‘Dat zorgt er gewoon voor dat studenten beter vertegenwoordigd zijn.’

Hilde Crevits, Vlaams minister van Onderwijs, liet alvast op Twitter weten de dialoog omtrent de nota aan te gaan.