Kroniek van een STUK-gebouw

Financiering speelt STUK parten

18 December 2015
Artikel
STUK moet door een budgettair tekort artistieke subsidies aanwenden voor onderhoudswerken. Dat bemoeilijkt de competitie met andere kunstencentra.“STUK wordt structureel minder gefinancierd."

Sinds 2003 zit kunstencentrum STUK in het Arenberggebouw in de Naamsestraat. Dat gebouw is eigendom van de KU Leuven. STUK heeft de locatie voor vijftig jaar in erfpacht. De ouderdom van het gebouw vraagt opknapwerk, maar dat kost geld, dat er momenteel niet is.

Artistiek en algemeen directeur Steven Vandervelden legt uit: “In 2003 hebben we 8,3 miljoen euro ontvangen voor de oorspronkelijke verbouwingen, met de Vlaamse Gemeenschap als onze grootste partner.” Vandervelden duidt echter aan dat dat een erg bescheiden bedrag is voor verbouwingen aan een gebouw van die afmetingen.

ONEERLIJKE COMPETITIE

Stefaan Saeys, directeur van de technische diensten van KU Leuven, legt uit hoe dat komt. “Andere kunsthuizen in Vlaanderen hebben een competitief voordeel. In Leuven is er, naast de artistieke werkingsmiddelen, geen aparte regeling voor de financiering van infrastructuur.”

“Als het Kaaitheater bijvoorbeeld gevraagd wordt wat er met de artistieke financiering gedaan is, kunnen ze stellen dat het volledig aangewend is voor het artistieke gedeelte. Ze hebben immers andere kanalen voor de financiering van de infrastructuur,” aldus Saeys.

“STUK wordt als enige in Vlaanderen structureel aantoonbaar minder gefinancierd”

Stefaan Saeys, KU Leuven

Door het artistieke budget aan de infrastructuur te moeten besteden, kan STUK niet concurreren met andere kunsthuizen. Saeys: “Dat maakt dat STUK het enige grote kunstencentrum in Vlaanderen is dat structureel aantoonbaar minder gefinancierd wordt.” De KU Leuven ijvert voor een structurele oplossing om infrastructuurwerken te kunnen bekostigen.

STUK heeft een dossier ingediend bij het Fonds voor Culturele Infrastructuur (FoCI) van de Vlaamse Gemeenschap. Saeys legt uit: “We pleiten voor een overbrugging binnen het huidige beleidskader, dat gaat tot en met 2016, om daarna een overbrugging te krijgen op het einde van dat jaar.”

Het is echter wachten op de formele toezegging vanuit het kabinet om middelen te krijgen voor de meest prioritaire werken, gaat hij verder. “Dat is maar een klein bedrag in de totaliteit van wat we nodig hebben.”

Steven Vandervelden benadrukt de acute nood die heerst voor het financieren van de infrastructuurwerken. “In 2007 hebben we vastgesteld dat het gebouw enorm aan het verslijten was. Voordat we verhuisden naar de Naamsestraat hadden we rond de 35.000 bezoekers. Nadien steeg dat vrij snel naar 70.000, daarna zelfs meer dan 100.000.” Nood aan een oplossing en voorzieningen dringt zich op.

BIJDRAGE UNIVERSITEIT

“Momenteel krijgt STUK 80.000 euro per jaar voor de culturele werking vanuit de universiteit,” laat vicerector cultuur Katlijn Malfliet optekenen. “Daarnaast zijn er ook de speciale projecten zoals Artefact waar er vanuit de faculteit Wetenschap en Technologie enerzijds en vanuit cultuurbeleid anderzijds elk 10.000 euro naartoe gaat.”

Ook de stad financiert de algemene werking van STUK, maar maakt geen expliciet budget vrij voor infrastructuur. “Bij de verhuis naar de gebouwen in de Naamsestraat werd van de stad uit wel een deel budget vrijgemaakt voor de verbouwingen. Nu geven we nog jaarlijks 100.000 euro per jaar voor de algemene werking en nog 70.000 euro aan projectsubsidies voor onder andere Artefact,” licht schepen van cultuur Denise Vandevoort (sp.a) toe.

Aangezien de stad zelf al veel cultuurinstellingen te onderhouden heeft, hoopt Vandevoort op steun van FoCI voor STUK: “De infrastructuursubsidies die regio Leuven, en bij uitbreiding Limburg, tot nu toe kregen, liggen een stuk lager dan de rest van het land. Dat is een bezorgdheid die ze ook op het kabinet kennen.”

VERGELIJKING ANDERE KUNSTENCENTRA

BUDA, KORTRIJK

Bij kunstencentrum Buda in Kortrijk is het gebouw eigendom van de stad. Algemeen directeur Franky Devos legt uit. “Tussen ons en de stad staat een autonoom gemeentebedrijf, dat een aantal taken heeft. Zij doen het beheer van de gebouwen en staan in voor het onderhoud. Wij huren de gebouwen van de stad aan niet-marktconforme prijs. Alle andere kosten zijn voor hen.”

Devos wijst erop dat FoCI slechts eenmalige toelages garandeert. “FoCI zijn geen structurele middelen, maar investeringen aan het gebouw, waarbij eenmalig wordt tussengekomen. Het FoCI gaat nooit tussenkomen in een recurrente kost. Het gaat over grote investeringen die eenmalig gebeuren. Je kan er niet bij terecht als je vraagt om een jaarlijkse toelage van 70.000 euro. Dat gaan ze nooit toekennen.”

VOORUIT, GENT

Stefaan De Ruyck, algemeen directeur bij de Vooruit, maakt een onderscheid tussen kleine verbouwingen en grote renovaties. “Langs de ene kant zijn er investeringsmiddelen voor de verbouwingen van de infrastructuur, langs de andere kant heb je ook onderhoud van je infrastructuur. Voor dat onderhoud mag je de werkingsmiddelen wel gebruiken.”

Toch blijken die werkingsmiddelen niet bestemd om grote investeringen mee te doen. Daarvoor zijn er aanvullende middelen, die altijd eenmalig zijn. “Als je een erkend monument hebt, wat bij ons het geval is, kan Monumentenzorg bijspringen.”

Andere mogelijkheden zijn eenmalige investeringsmiddelen via FoCI. Het kan ook via andere partners, zoals de stad, provincie of de universiteit. Dat zijn verschillende stromen die variëren van organisatie tot organisatie.” In 2013 kreeg de Vooruit van de Vlaamse overheid een FoCI-subsidie van 4,5 miljoen euro verspreid over vier jaar om dringende renovaties uit te voeren.

KAAITHEATER, BRUSSEL

Het Kaaitheater in Brussel beheert het gebouw waarin ze gehuisvest zijn, maar is geen erfpachtnemer. Valerie Verminne, zakelijk leider, verduidelijkt: “De Vlaamse Gemeenschap heeft het gebouw in erfpacht en op hun vraag beheren wij het.” In ruil daarvoor krijgt Kaaitheater geld uit FoCI. Het kadert in het Brussel-beleid van de Vlaamse Gemeenschap, waarbij ook andere instellingen infrastructuursteun krijgen.

“In 2014 was dat 610.000 euro. Na de besparingen en desindexatie is het bedrag dit jaar gezakt tot 576.000. Er zitten nog andere organisaties in het gebouw die er burelen hebben. De werking van het Kaaitheater staat natuurlijk niet helemaal los van infrastructuurbeheer gezien onze kantoren en theaters ook in die gebouwen zitten, maar de middelen zijn wel losgekoppeld van het artistieke werkingsbudget.”