Kristien Hemmerechts: 'Wat dodelijk is voor een schrijver, is denken dat je geniaal bent'

Navraag

18 april 2017
Interview
Auteur(s): Paul-Emmanuel Demeyere , Jan Costers
De afgelopen dertig jaar bewees Kristien Hemmerechts dat ze aardig kan schrijven. Met een handboek en het vak Creatief Schrijven poogt ze nu ook het schrijfwerk van studenten bij te schaven.

Naast schrijfster van fictie, non-fictie, theatervoorstellingen, essays en noem maar op, is Kristien Hemmerechts ook docent van het vak Creatief Schrijven aan de KU Leuven. In kleine groepen bespreken studenten teksten om zo beter te begrijpen hoe literatuur in elkaar zit en te ontdekken hoe ze hun teksten kunnen verbeteren.

Creatief schrijven bestaat nog maar twee jaar aan de KU Leuven. Wat kan dit vak jonge schrijvers bijbrengen?
Kristien Hemmerechts
: 'Ik zie het eerder omgekeerd. Ik zie een grote drang bij mensen om te schrijven en daar komt uiteindelijk een pak techniek bij kijken. Minder dan bijvoorbeeld bij beeldhouwen, maar er zijn toch een aantal technische aspecten. Ik ben ervan overtuigd dat je met een aantal tips enorm snel vorderingen kan maken. In dat opzicht is Creatief schrijven nuttig.'

Waar komt die drang om te schrijven vandaan?
'Ik denk dat er een verschuiving heeft plaatsgevonden. Toen ik jong was, stonden artiesten op een soort voetstuk, die stonden ver van ons. Je had een tweedeling: enerzijds het publiek, dat luisterde, keek en las en anderzijds een kleine groep, waar vaak genialiteit aan toegedicht werd, die creëerde. Dat is, onder andere door technische vooruitgang, verschoven. Als je een filmpje wil maken, moest je vroeger een dure camera kopen. Nu kan dat al met een iPhone.'

'De drempel is enorm naar beneden gegaan. Vroeger had je bijvoorbeeld magazines die schrijvers betaalden om reisverslagen te maken. Nu heeft iedereen die op reis gaat een blog of een website. Het is een soort ontvoogding. Er zijn meer mensen die iets maken, dat daarom niet geniaal is, maar wel een waarde heeft. Mensen willen minder betutteld worden en meer zelf dingen doen.'

'Sommige studenten zijn heel kritisch voor het werk van anderen, maar die ingesteldheid valt weg bij hun eigen werk'

Waaronder schrijven?
'Inderdaad. Maar er is een problematische kant aan dat schrijven, en daar probeer ik mijn studenten op te wijzen: Je moet een lezer hebben, en daar moet je rekening mee houden. Studenten voelen dat soms niet aan.'

'Als je schrijft voor jezelf, mag je doen wat je wil. Als je schrijft om gelezen te worden, moet je rekening houden met die lezer. Sommige studenten zijn dan heel kritisch voor het werk van anderen, maar die kritische ingesteldheid valt weg bij hun eigen werk. (lacht)'

Die verschuiving maakt werk zichtbaarder. Als je vroeger niet gepubliceerd werd, werd je ook niet gelezen. Toen waren er nog gatekeepers.
'Het internet is vooral belangrijk bij die verschuiving. Nu kan je met een collectief jonge auteurs een website bouwen en met een beetje geluk wordt dat opgepikt door een uitgever. Vroeger waren het serieuze gatekeepers. Toen moest je langs een tijdschrift passeren. Pas dan telde je mee.'

Is een tijdschrift of een schrijfwedstrijd niet nog steeds de gemakkelijkste weg?
'Dat kan allemaal belangrijk zijn. Thuis zitten en je werk op je computer of in je lade laten, zal nooit iets opleveren. Een wedstrijd kan dat wel doen. Ik las onlangs over een Chinese pianiste die in heel sexy kleren op het podium komt, wat in dat klassieke wereldje wat ongewoon is. En daardoor valt ze op. Ze zal ook wel goed spelen, maar hoeveel pianisten zijn er niet in de wereld met veel talent?'

'Dus ik denk: je kan maar alles proberen. Annelies Verbeke is ondertussen een gevestigde waarde, heeft gewoon haar manuscript naar een uitgeverij opgestuurd en is dan uit de postzak gevist, zoals ze zeggen.'

Nature vs. Nurture

Is een taalgevoel aangeboren of kan je dat leren?
'Er zijn uiteraard mensen die dat van nature hebben, maar het is ook belangrijk in welke omgeving je opgroeit. Veel mensen hebben geen aandacht voor taal, voor hen is dat louter om te communiceren. Mensen die opgroeien in een omgeving met aandacht voor taal hebben een voetje voor. Door te lezen en te leren luisteren naar taal, oog hebben voor formulering kan je dat echter ook voor een stuk aankweken.'

Of door een vak als creatief schrijven?
'Ja. Ik kan natuurlijk niet inschatten hoeveel inspanning studenten doen voor het vak, of voor de taal en schrijven in het algemeen. Naar mijn gevoel zijn studenten te snel klaar, terwijl ik dan denk ‘laat dat nog even liggen, schaaf het nog wat bij.’ Ik denk ook dat mijn generatie meer aandacht had voor taal, misschien door het Grieks en Latijn dat wij kregen.'

'Het idealiseren van het schrijverschap is vreemd'

Geeft ons onderwijs daar dan te weinig aandacht aan?
'Dat is moeilijk om te zeggen, want ik ben van een andere tijd. Ik heb wel de indruk dat die concentratie en inspanning wat minder is, onder andere doordat er veel afleiding is. Mijn generatie probeert, denk ik, te zeggen dat het allemaal oppervlakkiger wordt. Klinkt het niet, dan botst het wel. Dat kan een voordeel zijn, dat meer dingen kunnen, maar dat heeft dus ook een keerzijde. Ik heb het gevoel dat studenten soms niet beseffen dat een zin niet loopt. Als ik ze daarmee confronteer, hebben ze daar niet over nagedacht.'

U hamert in uw les op helderheid en precisie, maar is er dan nog ruimte voor experiment?
'Kijk, alles kan als het goed is. Elke schrijver schrijft weleens dingen in een geut die sterk kunnen zijn. Wat echter dodelijk is voor een schrijver, is denken dat je geniaal bent. (lacht) Dat merk je soms bij jonge mensen. Veel studenten willen eigenlijk gewoon horen dat het goed is. Terwijl ik meer kijk hoe een tekst werkt en hoe die beter tot zijn recht kan komen.'

'Soms ben ik ook bang – en dat is dan oma die spreekt – voor een verschraling van taal. Een student gebruikte ooit ‘marginaal kleinburgerlijk milieu’. Dat kan niet, hé. (lacht) ‘Kleinburgerlijk betekent voor mij dit’, zei hij. Misschien is dat ook die ontvoogding.'

Blijven bestaan

U schrijft zelf natuurlijk ook. Wat schrijft u het liefst: fictie, non-fictie, essays?
'De vreugde van het schrijven is iets maken. Het maakt niet echt uit wat het is. Het feit dat je iets maakt, geeft je gewoon een kick. Ik praatte onlangs met een schrijver die gezondheidsproblemen had. Hij is nu weer in orde, maar het creatieve is weg. Dat zou ik verschrikkelijk vinden. Dingen maken geeft mij het gevoel dat ik leef. Dat ik nog niet dood ben. (lacht)'

Wie schrijft die blijft. Misschien daarom dat veel mensen schrijven?
'Dat blijft toch iets bevreemdends voor mij, dat iedereen wil schrijven. Omdat het voor mij een zeer hoge prijs heeft. Het is nu vakantie, en ik zit van ’s morgens tot ’s avonds aan mijn werktafel, terwijl mijn vriendinnen op citytrip zijn. Je moet er iets voor over hebben. Er is een grote component eenzaamheid aan het vak verbonden. Het is een passie, een obsessie, die al de rest in de schaduw stelt.'

'Het verandert ook je relatie met andere mensen. Als je over hen schrijft, ontstaat er een soort achterdocht, zelfs als je positief over hen schrijft. Wat ook verschrikkelijk hard kan aankomen is kritiek. Daarom vind ik het idealiseren van het schrijverschap vreemd. Ik heb nooit willen schrijven, ik ben er gewoon mee begonnen.'

Als u jonge schrijvers één tip mocht geven. Welke zou dat zijn?
'Doe het alleen als je het niet kan laten. En daaraan gekoppeld: geloof in jezelf. En probeer niemand anders te zijn dan jezelf. Voilà, dat zijn er drie.'