Koen Geens: ‘Elke keer dat zoiets gebeurt, is dat een hel’

Navraag: Koen Geens

20 May 2019
Interview
Ondanks een emotioneel zware slotklim blikt minister van Justitie Koen Geens tevreden terug op zijn regeerperiode. ‘Dat men het ons maar eens nadoet!'

Even leek het of hij alsnog zijn Waterloo zou kennen op een zucht van 26 mei.  

‘Ik heb van in het begin gezegd dat dit een departement is waar je continu op de schopstoel zit.’ Geens vertelt het met een sereniteit die in geen lichtjaren doet vermoeden dat hij zich al bijna een week in het oog van een nationale storm bevindt.

Het was nochtans bang afwachten of dit interview wel zou doorgaan. Enkele dagen voor dit gesprek werd het levenloze lichaam van Julie Van Espen teruggevonden in het Albertkanaal. Het vervolg kent u. De emotie van de publieke opinie richtte zich al snel op vrouwe Justitia. De christendemocratische nestor mocht in alle media komen uitleggen waarom een veroordeelde recidivist in godsnaam op vrije voeten rondliep. Vlaams Belang eiste zijn hoofd op een zilveren schoteltje. Het woord ‘ontslag’ viel meerdere malen, maar tot een exit vlak voor de finish kwam het vooralsnog niet. En dus werden we zoals afgesproken toch op het kabinet in Brussel verwacht, in de schaduw van een Justitiepaleis in de stellingen.

We kunnen er niet omheen dat dit een bijzonder turbulente week was. Is het door uw hoofd gegaan dat het wel eens uw laatste als minister van Justitie kon zijn?

‘Goh, het is niet de eerste keer dat men om mijn ontslag vraagt deze legislatuur. Ik denk elke keer na over wat mijn rol in het verhaal is. Kon ik hier concreet iets aan doen? Er worden in België een miljoen rechterlijke beslissingen per jaar genomen. Als ik mijn ontslag indien en volgende week neemt een onafhankelijke rechter een andere betwiste beslissing, dan wordt van de volgende minister eigenlijk hetzelfde verwacht. De vraag is wat dat oplost.

Misschien bent u ook wel gewoon tegen uw eigen ambitie opgelopen. In 2014 maakte u de belofte om de maximale doorlooptijd tot één jaar te reduceren. Volgens voormalig vrederechter Jan Nolf had u die belofte beter niet gedaan. 

‘Ik stel vast dat dat ongeveer de doorlooptijd is in de meeste rechtbanken van eerste aanleg. Er zijn een tweetal Hoven van Beroep die een hogere doorlooptijd hebben, maar die waren voordien al niet goed. Men mag bovendien niet vergeten dat de doorlooptijd over één aanleg gaat. Dus niet vanaf de eerste aanleg tot cassatie en terug. Ook in deze zaak ging het niet over drie jaar, he. Nogmaals, zonder dat ik goedkeur hoe het verlopen is.’

Was dit de moeilijkste week uit uw regeerperiode?

‘Wij mensen hebben natuurlijk altijd iets dat ons bindt aan het meest recente. Ik heb in deze legislatuur veel meegemaakt. Er waren gevangenisstakingen van twee maanden die in Wallonië heel heftig waren. Ik heb twee keer aanslagen meegemaakt: zowel in Zaventem en Brussel-Maalbeek als in Luik vorig jaar. Elke keer dat zoiets gebeurt, is dat een hel. Maar in vergelijking met het lot van die mensen is dat niet belangrijk en is dat iets dat je heel sterk moet relativeren voor jezelf.'

'Volgens de buitenwereld is het vaak "weer eens justitie". Alsof de doelman fout heeft aan elk doelpunt'

Laten we eens terugblikken op die voorbije regeerperiode. Bent u tevreden over het geleverde werk?

‘In de meeste zaken die ik wilde doen, ben ik geslaagd. Om de twee weken lag er wel een nieuw wetsontwerp klaar in het parlement. Binnen het milieu vinden ze dat het te snel ging, erbuiten dat het te traag was. Dat is een moeilijke paradox. Justitie is een zeer onbekende sector: iedereen praat erover, maar weinigen weten hoe het er echt aan toe gaat. Volgens de buitenwereld is het vaak ‘weer eens justitie’. Alsof de doelman fout heeft aan elk doelpunt. We hebben nochtans ons best gedaan.’

U haalde persoonlijk de beste punten in het regeringsrapport van De Standaard, maar enkele collega’s haalden het gemiddelde sterk naar omlaag. Waar liep het mis in deze coalitie?

‘Om te beginnen is het voor Franstalige collega’s niet zo gemakkelijk om goede punten te halen in een Vlaamse krant. Het aspect van mindere bekendheid speelt mee. Maar om op uw vraag te antwoorden: ik vind eerlijk dat deze regering onder omstandigheden een goede prestatie heeft neergezet. Aan de ene kant van de taalgrens slechts vertegenwoordigd door een enkele partij en in tegenstelling tot de regeringen in de jaren tachtig en negentig niet sterk gesteund door de syndicale zijde. Dat men het ons maar eens nadoet! Mensen beseffen ook te weinig in welk budgettair keurslijf wij als regering zitten. De marges zijn klein. Ik weet bijvoorbeeld dat als ik een beetje ruimer in de middelen zou gezeten hebben op Justitie, ik vooruitgang soms zichtbaarder gemaakt zou kunnen hebben. Nu moet je echt met weinig middelen mirakels verrichten.

Zegt u nu dat uw departement ondergefinancierd is?

‘Ik moet met twee woorden spreken: ja in vergelijking met Duitsland en Nederland. Neen in vergelijking met Frankrijk.’

Maar in relatie tot uw collega’s in de federale regering?

‘Ook hier spreek ik met twee woorden: neen in vergelijking met Binnen- en Buitenlandse Zaken. Ja in vergelijking met Volksgezondheid en Pensioenen. Maar die uitgaven groeien automatisch.’

Zegt de verdeling van middelen niet iets over wat deze regering prioritair acht?

‘Het zegt vooral iets over de geschiedenis en over hoe we na de Tweede Wereldoorlog terecht meer zijn gaan investeren in sociale zekerheid en volksgezondheid. Dat zie je bijvoorbeeld ook aan de KU Leuven en het universitair ziekenhuis. Dat is wereldklasse.

Het belang voor de juridische omgeving is meer iets uit de negentiende eeuw. Dat zie je ook aan onze mooie, klassieke justitiepaleizen en oude gevangenissen. In de twintigste eeuw hebben we vooral ingezet op personeel en de modernisering van andere sectoren. Stel je voor dat je les zou hebben in aula’s uit de negentiende eeuw en dat ziekenhuizen gevestigd bleven in godshuizen van die tijd. Dan geef je een imago van oubolligheid mee.’

‘Ik heb al een paar keer gezegd dat ik geen kandidaat ben voor het premierschap'

Hebt u het gevoel dat u Justitie van dat imago af hebt kunnen helpen?

‘Ik denk dat we een omslag hebben gemaakt en dat heel wat advocaten, magistraten, notarissen en deurwaarders mee zijn met de verandering. Dat gebeurt in dialoog, want dat is een volstrekt onafhankelijke wereld die onder geen enkel overheidstoezicht staat. Ik kan die mensen enkel meekrijgen indien ik ze overtuig.’

Welke werven laat u achter voor uw opvolger?

‘Er liggen in het parlement nog drie grote ontwerpen die niet gestemd zijn: het strafrecht, het goederenrecht en het verbintenisrecht. Dat zijn dus eigenlijk nog heel grote stukken van het burgerlijk wetboek. Dat strafrecht is zo goed als klaar, maar is wel het moeilijkste omdat dat het meest gevoelig ligt in de publieke opinie en in de juridische wereld. Maar alles ligt klaar voor de volgende legislatuur.’

Laten we het eens over de toekomst hebben. CD&V heeft federaal nog geen kandidaat voor het premierschap naar voren geschoven. Volgens de laatste peilingen bent u wel de populairste kandidaat op dat niveau. Wat zijn de kansen van Geens I? 

‘Ik ben zeker niet de belangrijkste kandidaat. Hilde Crevits is trouwens veel populairder dan ik en ze is ook het terechte boegbeeld voor onze campagne. Het is trouwens onze voorzitter Wouter Beke die zulke belangrijke beslissingen neemt.’

Moest het aanbod komen, bedankt u vriendelijk? 

‘Ik heb al een paar keer gezegd dat ik geen kandidaat ben voor die functie. Dat is ook geen functie waarvoor je je kandidaat kan stellen. Punt.’ 

Over kandidatuur gesproken. Hendrik Bogaert profileerde zich laatst als mogelijke partijvoorzitter. 

‘Die functie is niet vacant dus het is nog prematuur om daarover te spreken.’

Hypothetisch dan: ziet u iemand met zijn profiel dat eerder rechts en rebels is voorzitter worden van de christendemocraten?

‘Hendrik Bogaert is een zeer goed politicus en een waardevol man. Onze partij is ook een brede volkspartij die voor de ene wat linkser is en voor de ander wat rechtser. Dat is haar charme, dus we moeten niet zeggen dat een voorzitter uit een bepaalde groep moet komen of aan een zeker profiel moet beantwoorden. Maar nogmaals, ik ga daar op dit moment geen uitspraken over doen en ik denk ook niet dat het een bewuste kandidaatstelling was.'

'Groen of geel is makkelijker dan oranje'

Uw partij zakte flink wat procentpunten in onze traditionele Veto-studentenpeiling. Hoe kan CD&V meer jongeren aanspreken?

‘Ik denk dat we onze boodschap op een zo fris mogelijke manier moeten brengen. Dat is niet altijd even gemakkelijk omdat het op zich een zeer genuanceerde boodschap is. Ik zeg dikwijls: ‘mag ik met twee woorden spreken?’ Mensen horen graag één woord. Groen of geel is makkelijker dan oranje. Duidelijke oplossingen voor complexe problemen op een frisse manier voorstellen is niet gemakkelijk en vraagt tijd. Het is nooit A. Het is altijd A+B-C. Wie dat niet wil zien, maakt zichzelf iets wijs.’

Is het ‘moedige midden’ dan de oplossing tegen populisme?

‘Zeker, ik heb er ook een boek over geschreven. Maar nogmaals: het vraagt om mensen die tijd nemen. Populisme is natuurlijk eenvoudiger als methode, alleen ben ik er zelf niet toe in staat. Het is een belediging naar de mensen toe. Als je kijkt naar het beleid van een populist zal je zien dat hij net hetzelfde doet als de rest of juist helemaal niets.’ 

Vindt u N-VA een populistische partij?

‘Ik zal daarover geen uitspraken doen. Mensen kunnen voor zichzelf beslissen of een partij populistisch is of niet.’

U staat de laatste tijd nochtans scherp tegenover de N-VA. En al helemaal tegenover Theo Francken die u in de Zevende Dag laatst de mantel uitveegde.  

‘Ik kijk naar wat hij doet en wat hij zegt. Als je mensen publiekelijk harder aanpakt dan je in de realiteit doet… (haalt schouders op). De vraag is wat er inzake asiel en migratie allemaal veranderd is onder Francken. Leg het mij eens uit.’ 

U lijkt zich vooral aan zijn discours te storen. 

‘Dat stoort mij natuurlijk. Wij zijn vreemde mensen. Wanneer een migrant om de hoek komt wonen, Nederlands leert en elke dag goeiedag zegt, gaan we betogen wanneer hij wordt uitgewezen. Maar wanneer we duizenden mensen in de Middellandse Zee zien verdrinken, dan is het onze zaak niet meer. Ik begrijp dat ook wel. Empathie moet leefbaar zijn. Maar je moet jezelf ook wel op manuele modus zetten wanneer je de neiging hebt om dingen te retweeten die je nadien niet graag zou herhalen. De oplossing is in de eerste plaats meer en beter Europa.’

‘Ik heb de voorbije vier jaar weinig anders gekend dan zware druk'

Tot slot: wordt justitie door de moord op Julie plots toch nog een belangrijk verkiezingsthema zo vlak voor de stembusgang? 

‘Ik vind het op zich goed dat justitie een belangrijk thema is. Ik hoop dat het zo is. Het is belangrijk justitie en veiligheid als een prioriteit te beschouwen. Niet alleen door het lippendienst te bewijzen door te stellen dat technologie alles wel zal oplossen. Maar door hier en daar ook mankracht bij te zetten en de middelen anders te verdelen. Daarom dat ik nog wel een mandaat wil. Niet dat ik het verwacht, maar als men het mij nog laat doen, dan in elk geval wel met meer middelen.’

De vraag is of u het nog wel zal doen. De druk op u als persoon is op dit moment toch enorm?

‘Ik heb de voorbije vier jaar weinig anders gekend dan zware druk. De vierde maand dat ik hier zat, was er de aanslag op Charlie Hebdo en de schietpartij in Verviers. De derde maand was er een geïnterneerde die euthanasie had verkregen.’

Dus u bent optimistisch dat deze storm net op tijd zal voorbij razen?

‘Ik ben realistisch. Verkiezingen zijn niet altijd een volstrekt rationeel gebeuren. Ik denk dat ik heel hard gewerkt heb. Maar ik heb vertrouwen. Ik heb heel hard mijn best gedaan en onder de omstandigheden die de mijne waren, kon het echt niet beter. Iemand anders zou het misschien beter gekund hebben, maar ik heb echt alles gedaan wat ik kon.’