Jungle Eyes no surprise

Absynthe Minded in het Depot

04 December 2017
Artikel
Auteur(s): Anneka Robeyns
Vrijdagavond staat een winters geklede kudde te dralen voor het Depot, niet voor niets de koude trotserend. Absynthe Minded, in gewijzigde samenstelling, staat vanavond op de planken.

De indierockband zag in 1999 het daglicht onder leiding van frontman Bert Ostyn, in feite een eenmansband die zich liet ontwikkelen tot een ‘rasechte’. In 2016 gooide Absynthe Minded zijn samenstelling helemaal overhoop met nieuwe doch doorgewinterde muzikanten Sergej van Bouwel (basgitarist), Toon Vlerick (gitarist) en Wouter Vlaeminck (keyboard). Spannend.

Pick-and-mix programma

Verschoning voor de Loempialand verwijzing, maar het programma van de avond kon gerust voor een ‘pick-and-mix’ menuutje doorgaan. Zo koos de band hits uit zijn voorgaande albums As It Ever Was, Absynthe Minded en Fill me up om het vervolgens te drenken in een sausje van nieuw materiaal: Jungle Eyes, het zesde album sinds hun laatste wapenfeit uit 2012.

De hutsepot van verschillende liedjes maakt alvast één ding duidelijk: veel is er niet veranderd aan hun sound. De nummers uit Jungle Eyes zetten die onverzettelijkheid nog eens extra sterk in de verf. Hoe drastisch de bandopstelling ook mag zijn veranderd, trouw aan oorspronkelijke sferen zijn ze des te meer. Het is allemaal nog een beetje van ‘t zelfde, desondanks verslinden we de boel met veel smaak.

Jungle Eyes

Absynthe Minded blinkt, zoals telkens opnieuw blijkt, uit in het brengen van nonchalante nummers met een donkere onderstroom. Het tweede nummer van het nieuwe album, ‘Beam’, is muzikaal gezien een vrolijk nummer - I’ll figure it out, zingen ze - maar tegelijk gaat over het klimmen uit het diepste dal.

‘Echo Chamber’ kaart dan weer aan dat we soms te veel in een bubbel leven. ‘We zouden terug de tijd moeten nemen om naar elkaar te luisteren’, verkondigt Ostyn op podium en het voelt alsof hij daar nog graag '... zoals vroeger' aan had toegevoegd. Een zin voor nostalgie en grondig gepieker zijn namelijk nooit ver weg in Jungle Eyes. Toegegeven, die zorgeloosheid en zomerse klank, overgoten met ritmisch galopperende weemoed, werkt.

Waar de band nog een puntje aan kan zuigen is hun performance op de planken zelf, Bert Ostyn trekt het hele gebeuren in zijn uppie. Hij is dé man in de spotlight, het hele concert lang. Interessant en origineel wordt het pas echt bij hun bisnummers, godbetert, wanneer gitarist Toon Vlerick een experimenteler stukje muziek brengt waarbij hij de hele tijd dezelfde noot speelt. Dat was nog eens verrassend, in tegenstelling tot de rest van de uitvoering.