‘Je moet niet willen stoppen met drinken na een uurtje of twee’

De interne keuken van studentenclubs

08 November 2017
Artikel
Auteur(s): Vinsent Nollet
Wanneer je op een redactievergadering van Veto vraagt wie er ooit bij een studentenclub zou gaan, wordt het meteen duidelijk. Zoiets doe je niet zomaar.

Geruchten over onmenselijke ontgroeningen en zuiplapperij worden al snel aangedragen. Je moet ze niet goed op een rijtje hebben, of over veel tijd en incasseringsvermogen beschikken, wil je de stap wagen.

Tegelijk hebben die clubs steevast een traditierijk verleden en maakten ze ooit een belangrijk deel uit van het Leuvens studentenleven. Enkele clubleden klappen uit de biecht over hun drijfveren en het leven zoals het is in de studentenclub.

Veredelde vriendengroep

‘In de eerste plaats is het een hechte vriendengroep’, zegt Joris*. ‘Wij zijn met vijftien vaste leden. Op de wekelijkse clubavond, bij ons op dinsdag, amuseren we ons in het kader van een jarenlange traditie die we in ere houden.’

Die traditie is allesbepalend. ‘Hoe je je lint moet dragen, hoe de doop, ontgroening en cantussen georganiseerd worden. Die regels en richtlijnen liggen al decennia vast en worden nauw gevolgd. Dat zorgt er ook voor dat het niet zomaar een avond op café met vrienden is, maar dat het om een club gaat.’

Toch geeft dat soms een bevreemdend gevoel. ‘Het is dubbel. In je eerste jaar ben je schacht en heb je niets te zeggen. Strikt genomen mag je de senior dan zelfs niet rechtstreeks aanspreken, dat moet via de schachtentemmer. Dat is soms bizar, maar anderzijds is er die hele set aan tradities en vaste waarden die maken dat je een band hebt met om het even wie in de club zit of ooit gezeten heeft. Ze hebben allemaal hetzelfde gedaan als jij op een bepaald moment. Ik ben eerder geneigd te zeggen dat het traditiegetrouwe iets positief is.’

Zeker is wel dat er op de clubavonden stevig gedronken wordt. Joris: ‘Je moet niet na een uur of twee zeggen dat je het niet meer ziet zitten. Je wordt ook altijd wel aangespoord om veel te drinken, maar we kennen onze grenzen. Dat je veel drinkt hoort nu eenmaal bij het clubleven. We zorgen er wel voor dat het veilig blijft.’

Doop

De doop en ontgroening in clubverband spreekt dan weer het meest tot de verbeelding. Daarover is ook veel geheimzinnigheid. Dat de studentenclubs het doopcharter van LOKO niet onderschrijven, is daar een reden voor. ‘De naam LOKO laat je in clubverband best niet vallen. LOKO staat voor doopcharters en daar willen ze niets van weten’, zegt Maxime Goris, senior van KVHV Leuven.

Maar ook om praktische redenen wordt er niet over gesproken. ‘Moest ik aan een vriend alles vertellen over de doop en die vriend wil het volgende jaar bij de club, dan weet die al op voorhand wat hem te wachten staat. Het moet ergens wel spannend blijven’, zegt Joris.

‘Ik weet zelf ook enkel met zekerheid wat ik zelf gezien of ondervonden heb. Clubs zijn niet transparant en met geruchten schiet je weinig op.’ Koen*: ‘Ik heb al gehoord dat mensen in elkaars kots moesten rollen, maar dat wordt bij mijn weten niet meer gedaan. ‘Witte boterham’ (een aantal mannen probeert samen te ejaculeren op een boterham. De laatste die ejaculeert moet de boterham opeten, red.) is ook iets dat ik al hoorde vallen, al betwijfel ik dat het echt gebeurt voor een doop. Bij de scouts hebben we dat dan weer wel al ooit gedaan.’

‘Maar zuipdopen, adjes zetten tot de laatste gekotst heeft, op je knieën zitten en opdrachten uitvoeren die niet zo plezant zijn, dat dan weer wel. Veel rituelen worden ook al decennia lang op precies dezelfde wijze uitgevoerd.’

‘Achteraf kan je daar ook hartelijk om lachen. Er ontstaat een hechte vriendschap. Bij de doop verander je van buitenstaander in schacht en krijg je je lint en clubnaam. In het tweede semester volgt de ontgroening, daarna ben je volwaardig lid en dan begint een hele mooie periode uit je studentenleven.’

* Joris en Koen zijn gefingeerde namen.