Interview Sidi Larbi Cherkaoui

“Dans is zoals voetbal, dat is niet voor iedereen”

29 februari 2016
Interview
Sinds september mag Sidi Larbi Cherkaoui zich artistiek directeur noemen van Ballet Vlaanderen. Ondanks de klassieke traditie probeert de hedendaagse choreograaf toch zijn eigen stempel te drukken.

De keuze voor Sidi Larbi Cherkaoui als creatief hoofd van het grootste balletgezelschap van België bleef niet onbesproken in de danswereld. Gezien de hedendaagse achtergrond van de Antwerpse choreograaf, vreesden sommigen voor een clash met de klassieke traditie van Ballet Vlaanderen. “Dat is ondertussen oud nieuws,” nuanceert hij zelf.

“Mensen kenden me vooral van mijn hedendaags werk bij mijn eigen gezelschap Eastman of bij het Toneelhuis. Parallel heb ik echter al elf jaar een carrière als choreograaf bij klassieke gezelschappen, zoals het Ballet van Monte Carlo. Dat heeft me doen ja-knikken op de vraag om bij het Ballet te gaan.”

Kan u binnen een geïnstitutionaliseerd gezelschap nog uw eigen ding doen?

Cherkaoui: “Er is altijd wel ruimte voor mezelf. Zo maak ik één keer per jaar een eigen voorstelling voor het Ballet, maar ook in mijn werkwijze ben ik best eigenwijs. Daar waar ik mogelijkheden zie om een specifieke focus te geven, doe ik dat.”

“Anderzijds heb ik veel respect voor alles wat er voor mij is gedaan en probeer ik die lijn verder te trekken. Ik probeer mezelf steeds te kaderen in the bigger picture. Als kunstenaar kijk je soms enkel naar je eigen navel. Het is heel fijn om nu te kijken naar de hele constellatie van de kunstensector.”

"Leuven is belangrijk voor de hedendaagse dans"

Fusie

Ballet Vlaanderen heeft het de afgelopen jaren niet gemakkelijk gehad. Het gezelschap worstelde met schulden, kende een snelle opeenvolging van artistieke leiders en kon ook internationaal moeilijk doorbreken. “Wat sowieso moeilijk is voor eender welke instelling is dat je niet op twee plaatsen tegelijk kan zijn,” vertelt Cherkaoui. “Onder Kathryn Bennet (ex-artistiek directeur, red.) deed het Ballet het internationaal erg goed, maar toen waren we in eigen land niet aanwezig genoeg.”

“Het is een evenwichtsoefening om zowel nationaal als internationaal succes te hebben. De laatste twee jaar zette het Ballet minder de stap naar het buitenland. De fusie (Opera Vlaanderen en Ballet Vlaanderen fuseerden in 2014 tot één kunsthuis, red.) maakte dat niet mogelijk. De focus lag toen elders. Daar willen we nu opnieuw op inzetten. Ik wil de kracht van het Ballet van vroeger en de kracht die we nu hebben, verzoenen.”

Is het de bedoeling dat Opera en Ballet ook artistiek samenwerken? Of is het een louter structurele fusie?

Cherkaoui: “Idealiter wordt het ook een artistieke dialoog. Volgend jaar plannen we een voorstelling waarbij we met het koor gaan samenwerken. Zij werken normaal gezien enkel met Opera Vlaanderen. Het jaar nadien wil ik een opera regisseren of choreograferen. Het is dus wel degelijk de bedoeling om tot een huis te komen waar we niet enkel hetzelfde orkest delen, maar er bijvoorbeeld in bepaalde opera’s dans aanwezig is.”

"Choreograaf zijn, is een sociaal engagement"

Ook hier in de Leuvense cultuursector vonden grote veranderingen plaats. STUK positioneerde bijvoorbeeld zich als danshuis.

Cherkaoui: “Er is veel dansgeschiedenis geschreven in Leuven, dankzij het STUK. Het was een tijdje kalmer, maar het is fijn te voelen dat het kunstencentrum terug die rol aan het invullen is.”

“Ik heb Leuven nooit gezien als een klein stadje, maar als een belangrijke plek voor de hedendaagse dans. Mensen kwamen vanuit Antwerpen of Brussel naar Leuven om voorstellingen bij te wonen die je nergens anders kon zien.”

Discotheken

De Belgische dansscene krijgt veel aandacht in het buitenland. Bij het grote Vlaamse publiek zijn jullie minder bekend. Vindt u dat jammer?

Cherkaoui: “Ik ben daar niet zo mee bezig. Ik heb veel werk en heb het geluk dat wanneer ik speel, er altijd een publiek is. Daar ben ik heel dankbaar om. Maar we zijn inderdaad geen bekende Vlamingen.”

“Dans is zoals voetbal, dat is niet voor iedereen. Er zijn mensen die er meer voeling mee hebben dan anderen. Natuurlijk vind ik dans zelf zo boeiend dat ik hoop dat mensen er op den duur het speciale van gaan inzien. Langs de andere kant vind ik dat ze niet geforceerd moeten worden. Er moeten genoeg opportuniteiten zijn om het te ontdekken, maar dat gebeurt het best zo natuurlijk mogelijk.”

"Als je enkel ingaat op het populaire, word je dommer"

Kunstenaar Jan De Cock klaagde het tekort aan cultuurverslaggeving aan. Hoe staat u daartegenover?

Cherkaoui: “Ik heb inderdaad het gevoel dat er vandaag de dag minder over kunst wordt gecommuniceerd. Dat neemt natuurlijk niet weg dat veel journalisten wel met cultuur bezig zijn, maar misschien is het interessant dat redacties gaan nadenken over hoeveel ze over alles willen spreken.”

“Ik denk dat er op dit moment op een heel commerciële manier wordt omgegaan met informatie. Het is niet omdat je denkt dat de mensen het minder interessant vinden, dat ze het niet moeten horen. Als je enkel ingaat op dat populaire, dan word je gewoon dommer omdat je altijd over dezelfde dingen praat.”

“Ik ben wel niet het soort artiest dat gaat klagen dat ze te weinig over mij schrijven. Ik wil vooral mijn werk doen en heel dicht bij mijn publiek zitten op een zo organisch mogelijke manier. Natuurlijk zijn de media een manier om dat te doen, maar ook niet meer dan dat.”

"Op mijn zeventiende danste ik in discotheken"

Het is niet altijd gemakkelijk die connectie te maken. Publiek haakt af als het te abstract wordt. Hoe pakt u dat aan?

Cherkaoui: “Voor ik in het hedendaagse circuit belandde, was ik cabaretier-danser. Ik heb dus een speciale achtergrond. Toen ik zeventien was, werkte ik zelfs als danser in discotheken. Het moeilijkste publiek is het discotheekpubliek. Mensen zijn er om iets te drinken en zelf te dansen, niet om naar jou te kijken.”

“Ik kom dus uit een wereld waar ik ongelooflijk origineel uit de hoek moest komen om opgemerkt te worden. Ik heb het dan ook altijd als een luxe gezien als het publiek echt kwam kijken om mij te zien dansen. Daarom ben ik gericht op beweging. Als ik al conceptueel werk, dan wil ik niet enkel in de theorie blijven.”

U hecht ook veel belang aan het sociaal bewustzijn in de hedendaagse dans. Wil u culturen verenigen?

Cherkaoui: "Het werk van een choreograaf is sowieso een sociaal engagement. Anders dan bij een schilder die gewoon werkt met een wit blad en verf, werken wij met dansers, met mensen. Heel vaak werken we bovendien met mensen uit verschillende culturen. Dat gaat gepaard met de realiteit van de danswereld. Op die manier ben je jezelf heel bewust van de interactie tussen mensen, ook van interculturele interactie.”

Is dat interculturele iets dat u wil toevoegen aan het Ballet?

Cherkaoui: “Dat interculturele is al aanwezig in Ballet Vlaanderen. Dat moet ik niet toevoegen. Het sociale engagement is niet eigen aan mij, maar aan de danswereld in het algemeen. Dans is een gemeenschappelijke factor die culturen overstijgt.”

De Vlaams-Marokkaanse choreograaf en danser Sidi Larbi Cherkaoui startte zijn carrière als danser in variétévoorstellingen en televisieprogramma's. Later volgde hij een opleiding aan P.A.R.T.S., de dansschool van Anne Teresa De Keersmaeker. Doorheen zijn carrière werkte Cherkoui voor tal van dansgezelschappen, theater- en operahuizen zoals Les Ballets C. de la B, Les Ballets de Monte Carlo, the Royal Danish Ballet en De Munt.

In 2006 werd Cherkaoui artist in residence bij het Antwerpse Toneelhuis. In 2010 startte hij zijn eigen gezelschap Eastman op, in residentie in de Singel in Antwerpen. Sinds september 2015 is de choreograaf artistiek directeur van Ballet Vlaanderen, het grootste balletgezelschap van België. Hij combineert die functie met zijn titel als artistiek directeur van Eastman.