Interview: Christophe Aussems

“In het theater kunnen we een andere dimensie laten trillen”

11 april 2016
Interview
Auteur(s): Margot De Boeck
Theatermaker Christophe Aussems onderzoekt in zijn voorstellingen hoe we als gemeenschap omgaan met trauma’s. “Die thematiek is vandaag de dag, jammer genoeg, pijnlijk relevant,” vertelt hij.

Aussems is oprichter van theatergroep de Queeste, dat is gefuseerd met muziektheatergezelschap Braakland/ZheBilding tot Het nieuwstedelijk. “Terugkijken zijn we nog niet aan het doen,” vertelt Aussems over het eerste jaar van de samenwerking. “Je hebt 18 jaar de Queeste en 18 jaar Braakland. Samen maakt dat 36 jaar ervaring en twee keer zo veel know-how. Er is een voortdurende dialoog, die de basis is van creatie.”

In de missie van Het nieuwstedelijk is er een grote nadruk op de rol van de stad. Waar komt die focus vandaan?

Christophe Aussems: “Onze naam is Het nieuwstedelijk, maar met grootstedelijkheid heeft dat niets te maken. Wij werken vanuit thuissteden Genk, Hasselt en Leuven en de verbindingen daartussen.”

“Zowel Braakland als de Queeste waren pioniers in een gebied waar niets was. Wij vinden een theatergezelschap in de omgevingen waaruit wij afkomstig zijn belangrijk, want dat misten we. Het nieuwstedelijk is nu – op het jongerengezelschap fABULEUS na – het enige gezelschap tussen Maastricht en Brussel.”

“In die omgeving gaan we op zoek naar hoe we ons als gemeenschap verhouden tot problemen. Ik zei onlangs nog dat we eigenlijk ‘in samenwerking met’ hadden moeten heten, want het is een deel van onze kern om bewoners en organisaties te betrekken.”

Suggereert die naam dat van dat eerdere Braakland momenteel geen sprake meer is?

Aussems: “We hebben gekozen voor een naam die niets te maken had met de poëzie van Braakland en de Queeste. We wilden een naam die we moesten waarmaken. We scheppen zo verwachtingen, en die kun je niet in één handomdraai vervullen.”

“In Nederland is de spreiding van gezelschappen meer geografisch. Als de overheid ziet dat het zuiden van het land een theater nodig heeft, zetten ze daarvoor een anderhalf miljoen opzij waarop kunstenaars kunnen intekenen. In België gebeurt dat meer van onderop, waardoor het trager gaat.”

“Soms verlaten mensen huilend de tribune”

U studeerde zelf in Nederland aan de Toneelacademie van Maastricht. Was dat omdat er in Limburg geen theaterschool was?

Aussems: “Dat was omdat het de beste school was. Ik heb twee jaar aan het Lemmens gestudeerd en verzeilde toen in Maastricht, waar ik samen met Nele (Van Rompaey, red.) als eerste Vlaming afstudeerde aan de Acteursopleiding.”

“Nu stikt het in Maastricht van de Vlamingen, maar wij waren toen nog de rare vogels die na de opleiding een eigen gezelschap in Limburg gingen beginnen. In Maastricht was mijn mentor Johan Simons (artistiek leider Münchner Kammerspiele, red.), die me heeft beïnvloed met zijn nadruk op spelen op locatie en daarbij bewust niet in het centrum te gaan zitten. Zijn legendarische gezelschap Hollandia zat toen nog in Zaandam, waar niets is.”

Huilend publiek

U maakt uw voorstellingen op basis van interviews met mensen die te maken hebben met de belichte thematiek. Hoe heeft u die methode ontwikkeld?

Aussems: “De Queeste koos ervoor een gezelschap te zijn voor de mensen in de omgeving door hen aan te spreken met inhouden die er voor hen toe doen. Toen we dat beslisten was er net een nieuwsflash dat Ford Genk 3000 banen schrapte. We interviewden mensen aan de poort van Ford Genk. Dat deden we elke drie maanden nadien opnieuw. Dat materiaal gebruikten we in 2005 voor Arbeid/Afscheid de Ford.”

“Er is dan interviewen, en interviewen. In het begin dachten we aan hoe de voorstelling er uit zou zien en gingen we de quotes scoren bij de mensen. We merkten dat dat geen goede werkmethode was en zijn in contact gekomen met specialisten mondelinge geschiedenis. Met hun tools probeer ik mensen tijdens een interview te helpen in het structureren van hun herinneringen.”

In "Vuur" komt de brand in Heusden-Zolder in 1971 aan bod waarbij 23 kinderen omkwamen. Dat is niet het makkelijkste gespreksonderwerp.

Aussems: “De interviews met nabestaanden, overlevers en hulpverleners zijn soms zeer heftig. Ik heb iemand gesproken die er 40 jaar niet over had gepraat. We bereiden ons daarom zeer goed voor. De getuigenis wordt opgenomen op video en in een contract wordt vastgelegd wat met de getuigenis mag gebeuren.”

“Je zorgt voor een veilige situatie, waardoor de meest onwaarschijnlijke verhalen bovendrijven. Tijdens een interview viel ik bijna van mijn stoel toen er een onwaarschijnlijke onthulling kwam. We hebben gekozen dat erin te laten. Voor die keuze draag je zelf de verantwoordelijkheid.”

Voelen de getuigen zich geïntimideerd door de camera?

Aussems: “Het interview gaat over de info, al hebben we die vaak al. De video is vooral om te zien hoe iemand spreekt en ademt. Soms bekijk ik de interviews opnieuw zonder geluid en dan zie je de meest wonderlijke dingen. Zo komen we tot verschillende bouwstenen die we in elkaar componeren. Voor een personage halen we bijvoorbeeld de info van twee getuigen, de manier van spreken van een andere en de houding van nog een andere.”

“Het frappante is dat iedereen zichzelf altijd herkent en dingen denkt te hebben gezegd die iemand anders heeft gezegd. Dan zeggen ze: goed dat dat je er in hebt gezet! (lacht)”

“We wilden een naam die we moesten waarmaken”

Onderhoudt u contact met de mensen die u geïnterviewd heeft?

Aussems: “Ik heb soms mensen achtergelaten waarover ik bezorgd was en daar heb ik wel even contact mee gehouden. Er zijn mensen die de tribune na de voorstelling huilend verlaten. Iemand die huilt na de voorstelling zullen we niet zomaar laten vertrekken, daar proberen we het gesprek mee aan te gaan. Met de aanslagen komt die thematiek opnieuw akelig dichtbij, jammer genoeg. ”

Onderzoek naar verlies

Jullie voorstelling is een soort onderzoek naar omgaan met verlies. Wat is jullie belangrijkste conclusie?

Aussems: “In de voorstelling gaat het over een hele generatie kinderen die verdwijnt, dus er zijn ouders, zussen en broers die hetzelfde meemaken op hetzelfde moment. Ik had altijd gehoopt dat het anders zou zijn als je dat met velen tegelijk meemaakt dan als je dat individueel meemaakt.”

“Uit deze interviews bleek dat het vaak ieder voor zich is, helaas. Er zijn zeer veel verschillende manieren om met verlies om te gaan. Daar was ik licht teleurgesteld in, maar misschien was het naïef om dat te hopen.”

Wat hoopt u met deze voorstelling te bereiken?

Aussems: “Met Vuur krijgen we mensen in de zaal die nog nooit naar theater zijn geweest en die de code niet kennen. Op een bepaald moment stond tijdens een van de voorstellingen een vrouw recht en haalde ze een foto boven. Ze vertelde dat ze de tante van een van de slachtoffers was. Jonas (Van Thielen, de acteur, red.) kan dan niet anders dan daar tijd voor te maken.”

“In het theater kunnen we een andere dimensie laten trillen, en zo doen we iets anders dan de journalist en de historicus.”

Het tweeluik Water & Vuur gaat op 15 april in première in Hasselt en speelt van 21 tot 24 april in OPEK.